Help allochtonen liever aan werk

De Kamervraag van de PVV zal niets zinvols opleveren. Stop de energie liever in het oplossen van problemen, meent Joan Muysken.

Vorige week heeft de PVV Kamervragen gesteld naar de kosten en baten van allochtonen voor de schatkist: wat kosten zij de overheid en wat brengen zij aan belastingen binnen? Deze vragen zijn echter overbodig.

Het is evident dat voor bepaalde groepen allochtonen hoge kosten worden gemaakt en dat daar weinig inkomsten tegenover staan. Dat geldt overigens ook voor de groep jongeren (zeg 18-24 jaar) en voor de groep ouder dan 65 jaar. Tot slot heeft het ook betrekking op alle groepen daarbuiten die gebruikmaken van de sociale zekerheid (ongeveer 25 procent van de werkende beroepsbevolking, 1,6 miljoen mensen).

Nu kunnen wij voor de ouderen beweren dat zij hebben bijgedragen aan de opbouw van onze economie en daarom nu recht hebben op de vruchten daarvan. Dat geldt in een PVV-achtige kosten-batenanalyse overigens alleen voor die ouderen die ook daadwerkelijk aan het arbeidsproces hebben deelgenomen en belasting hebben betaald – dus bijvoorbeeld niet voor alle vrouwen die hun tijd en energie hebben gestoken in het opbouwen van hun gezin. Voor de groep jongeren kunnen wij beargumenteren dat het geld dat aan hen wordt besteed, een investering is in de toekomst. Wij dragen bij aan hun scholing en stellen hen daarmee in staat om voor hun (en onze) toekomst te zorgen. Wat de overige 1,6 miljoen mensen betreft die evident een netto last voor de schatkist zijn omdat zij een uitkering ontvangen – ik weet niet wat de PVV daarmee zou willen, want maar een klein deel daarvan is allochtoon.

De energie die wij zouden steken in het beantwoorden van de overbodige vraag welke kosten er precies worden gemaakt voor bepaalde groepen allochtonen, kan beter worden aangewend om de problemen die zijn ontstaan op te lossen. Wij moeten ons goed realiseren dat het onmogelijk is alle kosten juist in beeld te brengen en zeker alle baten. Dat komt doordat veel van de baten – en sommige kosten – in de toekomst liggen. Dat argument gebruiken wij ook voor onze jongeren. Maar een reden is ook dat kosten en baten samenhangen, denk aan het oer-Hollandse spreekwoord ‘De kost gaat voor de baat uit’.

In onze vergrijzende samenleving moeten we alle mogelijke helpende handen dankbaar accepteren. De juiste vraag is hoe wij zoveel mogelijk baten kunnen krijgen door daarin te investeren. Op dit ogenblik zijn er per 65-plusser ongeveer vijf mensen in de werkzame leeftijd (18-65 jaar), die in beginsel zouden kunnen werken. Deze verhouding is over twintig jaar gehalveerd: in 2030 zijn er per oudere nog maar 2,5 mensen in de werkzame leeftijd. Wij hebben duidelijk nieuwe arbeidskrachten nodig om voldoende inkomen en zorg voort te brengen om deze vergrijzing op te vangen. Door te investeren in het aan het werk krijgen van zoveel mogelijk mensen zonder baan, met speciale aandacht voor nieuwkomers en allochtonen zonder baan, maken wij het hen mogelijk om hun en onze toekomst zeker te stellen.

Het is geen goed beleid om alleen maar (steeds lagere) uitkeringen te geven, als een afkoopsom voor ons falen om werklozen en nieuwkomers zinvol werk te bieden. De uitdaging is om, op respectvolle wijze, naar verstandige manieren te zoeken om hen te helpen hier een vruchtbaar bestaan op te bouwen. Er zijn verschillende voorbeelden van buurten en gemeenten waar dit met succes gebeurt. Hopelijk inspireert de PVV met haar tendentieuze vraag de maatschappij om juist die uitdaging beter op te pakken.

Joan Muysken is hoogleraar macro-economie, CofFEE-Europe, Universiteit Maastricht.

Meer discussie over de kosten en baten van allochtonen vindt u op nrc.nl/opklaringen

    • Johan Muysken