Heel Zuid-Afrika staakt, iedereen de straat op

Voor het eerst sinds 1992 is de Zuid-Afrikaanse economie in een recessie beland.

Meer dan een kwart van de beroepsbevolking is zijn baan kwijtgeraakt.

Stakende gemeenteambtenaren in Johannesburg. De inflatie steeg in Zuid-Afrika tot 8 procent, een van de redenen voor hoge looneisen. Foto AFP Some of the thousands of striking municipal workers protest in Johannesburg on July 27, 2009, demanding a 15 percent pay increase after inflation last year soared to a high of 13.7 percent, with food and fuel prices jumping especially high. Inflation has since eased to 8.0 percent, but workers say they are still falling behind. The strike across South Africa is adding to pressure on President Jacob Zuma's government after a wave of recent protests. AFP PHOTO / ALEXANDER JOE AFP

De vuilnismannen maken de meeste troep. Iedere afvalbak die ze op hun pad treffen, gaat ondersteboven. Etensresten, blikjes en hamburgerdozen rollen door de straten van Johannesburg. Wat kapot kan, gaat kapot en wat omver kan, gaat omver.

Ruim 100.000 gemeenteambtenaren uit alle uithoeken van Zuid-Afrika zijn in staking. Ze eisen 15 procent loonsverhoging, ter compensatie van de hoge inflatie, een minimuminkomen van 4.000 rand (360 euro) per maand, huursubsidie en de mogelijkheid om volgend jaar opnieuw over hun salaris te onderhandelen.

Lokale overheden bieden 13 procent: een toename die ze zich volgens economen niet kunnen veroorloven. Maar het is niet genoeg en dus blijft sinds afgelopen maandag het vuilnis op straat liggen, staan de stadsbussen in de remise en werken noodhulpdiensten op weekendcapaciteit. De vakbonden noemen de acties „de moeder aller stakingen”.

Het is tenslotte niet het eerste protest, deze onstuimige Zuid-Afrikaanse winter. Na de dokters gingen de bouwvakkers de straat op en sinds vorige week heeft de chemiesector het werk neergelegd. De gemeenteambtenaren demonstreren in ieder geval tot en met vandaag. Voor later deze week dreigen ook acties bij het nationale telefoonbedrijf en de publieke omroep.

Bijna iedere dag lopen in een nieuwe bedrijfstak de salarisonderhandelingen vast en stoomt een hossende menigte toeterend op vuvuzela’s (plastic voetbaltrompetten) richting het centrum van Johannesburg. Jacob Zuma, die op voorspraak van vakbondskoepel Cosatu en de South African Communist Party de leiding van regeringspartij ANC overnam, zal zich zijn wittebroodsweken als president iets anders hebben voorgesteld.

De vraag rijst tegen wie precies gedemonstreerd wordt. „Nee, niet tegen het ANC”, verzekert James Mokoena, die bij de afdeling volksgezondheid van de gemeente Johannesburg werkt. Hij draagt een T-shirt met een foto van Zuma erop. „Hij is okay”, wijst Mokoena. „Het zijn de gemeenteraadsleden die ons het geld onthouden.” Zijn die in Johannesburg niet ook van het ANC? „Ja, iedereen is van het ANC. Ik ook. Maar we hebben het recht om te demonstreren, dus dan doen we dat.”

„Amandla”, scandeert een omroeper als de massa het stadhuis bereikt. „Awethu”, antwoorden de actievoerders: Power! To the people, de klassieke kreet van de anti-apartheidsstrijd. „Viva Cosatu Viva!”, roept iemand. En dan ook maar: „Viva ANC Viva!”

De vakbond Cosatu en de South African Communist Party regeren sinds het eind van de apartheid in 1994 samen met het ANC – de ‘driepartijenalliantie’. Maar de socialistische heilstaat die de vakbonden en de communisten in Zuid-Afrika voor ogen hadden, werd vijftien jaar geleden door de politieke leiding van het ANC in de kiem gesmoord. Ondanks alle arbeidersfolklore voerde het ANC onder ‘kameraden’ Nelson Mandela en Thabo Mbeki een overwegend liberaal economisch beleid.

De linkervleugel van het ANC rekent erop dat de in april gekozen Zuma wél de noden van de armen vóór de zorgen van het bedrijfsleven laat gaan. „En om te voorkomen dat ze opnieuw belazerd worden, schreeuwen ze nu om het hardst”, zegt politicoloog Adam Habib van de universiteit van Johannesburg. „We hebben met Zuma een president die in theorie aan de zijde van de arbeiders staat. De vakbonden willen dat krediet snel verzilveren.”

Maar, relativeert Habib, de wintermaanden juni, juli en augustus worden in Zuid-Afrika eigenlijk altijd gekenmerkt door sociale onrust. In die periode wordt immers over de salarissen onderhandeld. Dat de eisen dit jaar zo hoog zijn – geen sector doet het voor minder dan 10 procent extra – is volgens de vakbonden deels om de hoge inflatie te corrigeren. Vooral de voedselprijzen gingen omhoog. Bovendien groeide het inkomensverschil tussen de top en de werkvloer de laatste tien jaar flink. Habib: „Het ANC heeft door Zuma’s machtsovername een paar jaar adempauze, maar de gigantische verschillen tussen arm en rijk zullen niet veel langer geaccepteerd worden.”

Na een verkiezingscampagne vol beloftes keert de nieuwe president inmiddels op zijn schreden terug. Hij erkende vorige week dat hij zijn toezegging om voor het eind van het jaar een half miljoen banen te creëren, niet kan waarmaken. Na jaren van robuuste economische groei verkeert Zuid-Afrika nu voor het eerst sinds 1992 in recessie. Meer dan een kwart van de beroepsbevolking is werkloos.

„Zuma heeft begrip voor onze zorgen”, weet Sylvia Nkomo, ambtenaar van de gemeentelijke dienst bouwtoezicht. „Hij ziet dat er armoede is en belooft er iets aan te doen. Door nu te staken steunen wij zijn strijd tegen de kapitalisten.” Overigens vindt Nkomo het niks dat haar medestakers er zo’n troep van maken in de stad. „Het zijn uiteindelijk dezelfde vuilnismannen die het volgende week weer moeten opruimen.”

Juist als ze een verhandeling begint over de klassenstrijd, arriveert op de trappen van het stadhuis de ANC-burgemeester om een petitie in ontvangst te nemen. Bij de microfoon gaat zijn rechtervuist omhoog. De actievoerders zijn op slag stil. „Amandla!” roept hij. „Awethu”, antwoorden de demonstranten.