Grenzen aan projecten woningcorporaties

Woningcorporaties doen van alles, van huizen bouwen en verhuren tot projectontwikkeling. Waar ligt de grens? Minister Van der Laan geeft antwoord. Een boot? Een stadion?

Het is hier en daar een hilarisch lijstje. Waarin mogen woningcorporaties wel of niet hun geld investeren?

De ruim 400 zelfstandige Nederlandse corporaties beschikken over tientallen miljarden euro’s maatschappelijk vermogen en kunnen voor nog grotere bedragen geld lenen bij banken. Maar wat is nu een maatschappelijk acceptabele investering?

Een gevangenis? In 2003 vroeg een corporatie aan het ministerie van Volkshuisvesting toestemming voor de bouw en verhuur van een gevangenis in Rotterdam. Het argument? „Bijdragen aan maatschappelijk rendement door op korte termijn werk te maken van het oplossen van het cellentekort.” Het ministerie stak er een stokje voor. Niet van belang voor de leefbaarheid van de wijk.

De niet gebouwde gevangenis is een van een van twintig voorbeelden van controversiële projecten van woningcorporaties die minister Van der Laan (Wonen, Wijken en Integratie, PvdA) aan de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Woningcorporaties hebben een ruime actieradius. Vanuit hun oorspronkelijke taak, het huisvesten van mensen met een smalle beurs, hebben zij steeds meer nieuwe werkterreinen opgezocht. Zij doen op basis van de regels van het ministerie tegenwoordig ook aan projectontwikkeling en aan het huisvesten van scholen, huisartsen en zorginstellingen.

Grensgevallen zijn legio. Letterlijk. Mag corporatie Servatius in Maastricht over de grens in Luik woningen bouwen om te voorzien in huisvesting voor de overloop uit Limburg? Nee, zei het ministerie. Servatius legde zich daar niet bij neer. Sindsdien zien zij elkaar regelmatig bij de rechter. Al zeven jaar. De zaak is nu in behandeling bij het Europese Hof.

Het Cambuur-stadion in Leeuwarden? In 2006 kwam woningcorporatie Accolade met plannen om het stadion te redden en tevens de wijk rond het stadion een impuls te geven. Kamerleden stelden vragen. Toenmalig minister Sybilla Dekker (VROM, VVD): „Een mogelijke investering in een voetbalstadion sec beschouw ik niet als een maatschappelijke taak van een woningcorporatie.”

Het plan kwam vervolgens financieel niet rond.

Het laatste voorbeeld op de lijst is het REM-eiland, het voormalige platform net buiten de territoriale wateren waar in 1964 de commerciële Nederlandse televisie begon. Eind 1964 maakte de marine na een wetswijziging een eind aan de uitzendingen. Het eiland is gekocht door projectontwikkelaar De Principaal, een dochter van woningcorporatie De Key in Amsterdam. Het eiland is afgemeerd in de Amsterdamse haven, wordt verbouwd tot restaurant en zal ingezet worden bij de „gebiedspromotie van een nieuwe woonwijk” schrijft Van der Laan. De investering vergt 2,5 à 3 miljoen euro. Het ministerie heeft ja gezegd, op voorwaarde dat na afloop van de promotie „minimaal tweederde van het gebouw dat voor commerciële doeleinden wordt gebruikt, wordt afgestoten”.

Deze eis markeert de nieuwe grenzen die Van der Laan trekt. De minister is in de slag met de Europese Commissie over de voorwaarden waaronder de typisch Nederlandse corporaties mogen blijven werken. De Commissie legt een relatie tussen de corporaties en staatssteun en heeft grote moeite met de combinatie corporaties, staatssteun en commerciële activiteiten. Van der Laan gaat daarom zwaardere eisen stellen aan projecten met commerciële elementen.

Het tweede argument voor een striktere begrenzing van corporatiezaken zijn de financiële risico’s. Het deze week opgeleverde woon-werkproject ss Rotterdam van corporatie Woonbron heeft 82 miljoen euro waardeverlies opgeleverd. Ook de ss Rotterdam staat op het lijstje van Van der Laan, met de toevoeging dat het nu niet meer op deze manier zou mogen.

Een volgende casus dient zich al aan. Mogen de corporaties Domijn en De Woonplaats in Enschede investeren in de vleugel van het nieuwe stadion van FC Twente waar onderwijs, sport en gezondheidszorg moeten samenkomen?

    • Menno Tamminga