Deutsche Bank heeft problemen te lang voor zich uit geschoven

Toen andere banken zich op het hoogtepunt van de crisis pijnlijke afschrijvingen moesten getroosten op hun bergen met ‘giftige’ bezittingen, koos Deutsche Bank voor een tactiek van uitstel. De afrekening lijkt zich nu alsnog aan te dienen.

De resultaten over het tweede kwartaal van de Duitse grootbank waren goed, ondersteund – zoals die van zo veel van haar concurrenten – door de actieve markt voor de handel in obligaties. Maar de prestaties ontbeerden uitstraling. Dat had te maken met de nasleep van het crisismanagement dat Deutsche Bank had geholpen om ten tijde van het uitbreken van de economische crisis vorig jaar uit handen van de staat te blijven.

De zakenbankdivisie van Deutsche boekte een omzetstijging van 84 procent, ook al breidde de bank haar kernkapitaal uit, kortwiekte zij de risico’s en bracht zij het vreemd vermogen terug. Weliswaar liep het marktrisico enigszins op, maar Deutsche wist de illiquide en moeilijk te waarderen leningen met zo’n 20 procent te verminderen. Het percentage vreemd vermogen daalde van 28 procent eind 2008 naar 24 procent nu.

De resultaten werden geflatteerd door lagere belastingafdrachten en door de opbrengst van beleggingen, waaronder derivaten die verband hielden met de aankoop vorig jaar van een belang in Deutsche Postbank. De divisies voor private banking en vermogensbeheer boekten verliezen. Maar beleggers zullen daar waarschijnlijk niet zo zwaar aan tillen zolang de zakenbankdivisie het zo goed doet.

De werkelijke zorgen betreffen de 1 miljard euro aan kredietvoorzieningen – meer dan zeven keer zoveel als vorig jaar. Deutsche wist tijdens de crisis de afwaardering naar marktwaarde van maar liefst 38 miljard euro aan bezittingen te vermijden door ze met behulp van een wijziging van de internationale boekhoudregels uit het handelsboek weg te sluizen. Daardoor wist de bank de schade van de crisis destijds beperkt te houden.

Deze stap was onderdeel van een bredere strategie om de onafhankelijkheid van Deutsche te garanderen.

In het tweede kwartaal bestond 3,1 procent van het totaal aantal leningen uit probleemleningen – een vol procentpunt méér dan in de voorafgaande drie maanden. De helft van de voorzieningen betrof afgewaardeerde bezittingen. Hoewel deze voornamelijk betrekking hebben op slechts twee tegenpartijen, lijkt het er nog steeds op dat Deutsche een soort ‘uitgestelde’ belasting betaalt op het herstel.

De toekomst van de omzet uit de effectenhandel is onzeker en de wereldeconomie is nog steeds wankel. Hoewel Deutsche de crisis beter doorstond dan de meeste branchegenoten, kan de extra last van de uitgestelde kredietverliezen er toe leiden dat de bank de gevolgen ervan ook langer zal voelen.

Jeffrey Goldfarb