De jeugd smacht naar verandering

In april kwam het tot rellen na vermeende fraude door de regeringspartij.

„Als de uitslag nu niet anders is, zullen de jongeren opnieuw de straat op gaan.”

Soms is een verkiezingsstrategie van kinderlijke eenvoud. Zoals bij de Communistische Partij (CP) van de Moldavische president Vladimir Voronin. Als u niet voor ons kiest, bestaat er straks geen Moldavië meer, zo vatte Voronin vorige week de campagne samen. Hij zei het zo: „Zonder een klinkende overwinning van de CP kunnen wij onze soevereiniteit niet behouden.”

Voronin doelde daarmee op het feit dat de meeste oppositiepartijen voorstander zijn van nauwe banden met buurland en EU-lid Roemenië. Dat komt volgens hem neer op inlijving van Moldavië bij dat land. Ongeveer 800.000 Moldaviërs – bijna eenvijfde van de bevolking – hebben afgelopen weken een Roemeens paspoort gekregen of aangevraagd nadat de Roemeense president Basescu daartoe de wetgeving had versoepeld.

Moldavië heeft nauwe historische en culturele banden met Roemenië. Voor veel Moldaviërs vormt Roemenië een achteringang naar het welvarende Europa. Voronin spreekt echter van annexatie door Basescu. En de oppositie vindt hij verraders.

In de parlementsverkiezingen van vandaag kunnen de kiezers partij kiezen in dit debat, voor de tweede keer in amper vier maanden. De CP – die vooral populair is bij ouderen en op het platteland, en een overwegend pro-Russische koers vaart – stevent af op een fors verlies ten opzichte van de vorige stembusgang, zegt Sergej Ostaf, politicoloog en directeur van de Moldavische denktank Credo, telefonisch vanuit Chisinau. Ostaf deed na de verkiezingen in april uitvoerig onderzoek naar het gewelddadige ingrijpen van de autoriteiten en luidde daarna met een dik rapport in Brussel de noodklok over de toenemende repressie in zijn land.

„In de peilingen staat de CP nu op 30 tot 40 procent. De drie belangrijkste oppositiepartijen [die meer pro-westers zijn, red.] staan samen eveneens op 30 tot 40 procent. Een nieuwe oppositiepartij, de Democratische Partij (DP), wint snel terrein en staat op 8 tot 10 procent. Als die partijen inderdaad zo hoog scoren en de handen ineen slaan, beschikt de oppositie straks over een meerderheid in het parlement”, aldus Ostaf.

De DP krijgt dus waarschijnlijk een sleutelrol. Maar de vraag is of ze zich zal aansluiten bij de oppositie, zegt Angela Vakaroe. De 28-jarige Moldavische was een van de jongeren die na de vorige ronde de straat op gingen om te protesteren, hoewel ze zegt niet te hebben meegedaan aan het geweld. Ze werkt bij een ngo die waarnemers bij de verkiezingen adviseert.

De DP wordt geleid door Marian Loepoe, tot voor kort premier namens de partij van Voronin. „Volgens veel mensen begon hij zijn eigen partij toen hij door Voronin gepasseerd werd voor het presidentschap”, vertelt Vakaroe. Voronin wees tot verbazing van velen parlementsvoorzitter Zinaidi Gretsjeani aan als zijn opvolger. „Dat kan hem ertoe bewegen zich straks aan te sluiten bij de coalitie. Maar sommigen denken dat hij een Trojaans paard is.” Een opzetje van de president om de kiezers te misleiden.

Politicoloog Ostaf hekelt de omstandigheden waaronder de verkiezingen worden gehouden. Die zijn ten opzichte van de vorige kiesstrijd niet veranderd. „Er zijn kleine verbeteringen, maar de regering zet nog altijd politieagenten en andere middelen in om stemmers en mensen die de oppositiepartijen promoten onder druk te zetten. In de media is de aandacht voor de partijen iets eerlijker verdeeld. Maar op technisch gebied zijn er nog veel problemen. De meeste kieslijsten zijn dezelfde als in april. Daar stonden dode mensen op.”

Nieuwe problemen sluit hij daarom niet uit. „Het is duidelijk dat veel jongeren een andere uitslag verwachten dan de vorige keer. Als dat niet gebeurt, zullen ze opnieuw de straat op gaan.” Of er dan geweld volgt, weet hij niet. „Maar ik ben bang dat de autoriteiten hun lesje niet hebben geleerd. Dezelfde mensen die de vorige keer ingrepen, zitten er nog steeds.”

Vakaroe zegt het zo: „Ik weet niet of het weer tot geweld komt. Niemand wil een herhaling van april. Maar ik kan protesten niet uitsluiten. Deze campagne is nog erger dan de vorige. Ik was er bij in april en als er weer geprotesteerd wordt, doe ik weer mee. Het is moeilijk om dat niet te doen met een president als deze.”