Bij ruzies zijn wij onze eigen psychiater

Dmitri Sjparo is in Rusland een begrip: wereldberoemd skireiziger naar de Noordpool. Hij richtte een reisbureau op. Zijn zoon is zijn zakenpartner. Je kunt er ook voor geestelijk gehandicapten boeken.

Stipt om negen uur ’s ochtends wordt de bel geluid in de open keukenbarak aan de oever van het meer in Karelië, gelegen op enkele kilometers van het dichtstbijzijnde gehucht Tiksja. Als alle begeleiders zich hebben verzameld, spreekt de 47-jarige Joeri Babintsev, de leider van zomerjongerenkamp Het Grote Avontuur, hen toe. „Wie is er vandaag verantwoordelijk voor de busjes?” vraagt hij. „Wie maakt het kamp schoon?”

Als de taken zijn verdeeld, begeven de begeleiders zich naar hun kinderen. Het zijn er vijftig deze week, voornamelijk doven en geestelijk en lichamelijk lichtgehandicapten. Ze komen uit heel Rusland en slapen in moderne tenten op de hoge oever van het meer, een plek waar tot voor kort beren leefden. Alles in het kamp is perfect, van de sportuitrusting tot de huisvesting, van de wc’s tot de washokken. Er zijn zelfs een arts en twee psychologen in het kamp aanwezig, voor als de kinderen gewond raken of angstig worden van heimwee.

Een van de begeleiders, de 59-jarige voormalig mijnbouwkundig ingenieur Pjotr Plonin, helpt een meisje naar een van de rubbervlotten, waarmee ze met een groep kampgenoten drie dagen gaat raften in het uitgestrekte merengebied. „Door hier te zijn ervaren ze een heel ander leven”, zegt hij. „Thuis bij hun ouders zijn ze geïsoleerd en hier moeten ze met andere mensen omgaan.”

Als het eerste wildwatervlot vertrekt onder leiding van een instructeur die in gebarentaal uitlegt hoe je moet peddelen, loopt Pjotr door het voorbeeldig ingerichte, schone natuurkamp naar de hondenkennel. De jonge wiskundeleraar Jelena Matsjtina verzorgt daar in haar vakantie de 39 sledehonden. „De kinderen kiezen straks ieder een hond uit en lopen daarmee naar het meer”, vertelt zij. „De bedoeling is dat ze tijdens die tocht vriendschap met die hond sluiten.” Pjotr vult aan: „Het gezegde luidt niet voor niets: als je vriendschap wilt kopen, koop je een hond.”

In de grote open keukenruimte grenzend aan de overkapte eetruimtes, bereidt kok Galina de warme lunch. Zij werkte eerder in het expeditiekamp van Club Avontuur op de Noordpool en in dat in Barnaoel. „Ik ben opgeleid als leraar biologie en aardrijkskunde”, zegt zij. „Maar toen mijn man tien jaar geleden in Kiev werd vermoord was mijn lerarensalaris niet voldoende om mijn drie dochters van te onderhouden. Tijdens een bergexpeditie in de Kaukasus leerde ik vader en zoon Sjparo kennen. Toen ik hun vertelde van mijn ellende, boden ze me een baan bij Club Avontuur aan, tegen een hoger salaris dan ik op school verdiende.”

De 67-jarige beroepsreiziger en gepromoveerd wiskundige Dmitri Sjparo is een begrip in Rusland. In 1979 leidde hij de allereerste ski-expeditie naar de Noordpool. Hij was op slag wereldberoemd, werd opgenomen in het Guinness’ Book of Records en kreeg de Leninorde. In 1988 voerde hij de eerste Russisch-Canadese ski-expeditie aan die over de Noordelijke IJszee van de Sovjet-Unie via de Noordpool naar Canada trok. En tien jaar later stak hij samen met zijn oudste zoon Matvej als eerste op ski’s de Beringstraat over van Rusland naar Amerika.

Intussen had hij in 1989 ook zijn eigen bedrijf opgericht: Club Avontuur, een reisbureau voor avontuurlijke expedities in heel Rusland. „In de Sovjet-Unie had je twee grote reisbureaus, Intoerist en Spoetnik, die samen het monopolie bezaten”, vertelt hij over die tijd in zijn Moskouse kantoortje dat vol trofeeën staat. „Maar onder Gorbatsjov kon je ineens zelf een zaak beginnen. Na vijf jaar was ik geheel onafhankelijk en inmiddels hebben we twintig man personeel. Als er veel projecten lopen, zijn dat er zelfs honderd.”

Bij Club Avontuur kun je behalve standaardtochten ook expedities op maat krijgen, vertelt Dmitri’s zoon, de 34-jarige Matvej, die sinds een aantal jaren de zakenpartner van zijn vader is. „Zo hebben we nu een Brit die op de Chinees-Russische grensrivier de Amoer wil varen”, zegt hij. „Zoiets mag alleen een Rus of een Chinees. Via onze contacten bij de overheid kunnen wij toestemming voor die klant krijgen. En omdat we vaste tarieven hebben voor hotels, vervoer en de gids, kost zo’n reis 15.000 euro all in.”

Deze zomer is het rustig en hebben de Sjparo’s slechts twee projecten lopen: hun zomerkampen en een expeditie voor een Deense groep van anderhalve maand naar de Witte Zee. „Vorig jaar hadden we in totaal 2.303 deelnemers in die kampen, terwijl het er in 2000 nog maar 100 waren”, zegt hij trots. „Maar die 2.303 zijn dan ook het maximum dat we aankunnen met betrekking tot de ecologie in die kampen.”

Twee jaar na de oprichting van Club Avontuur specialiseerde Sjparo zich ook in het organiseren van reizen voor de revalidatie van invaliden. Zo organiseerde hij een rolstoelmarathon door heel Rusland, van Semipalatinsk naar Tsjeljabinsk, over een afstand van 10.000 kilometer. En dan zijn er de gehandicaptenkampen als in Tiksja. „Die zijn alle in Karelië”, zegt hij. „De begeleiding is er perfect. Als er 20 kinderen aan deelnemen, dan zijn er 28 begeleiders. Onze verantwoordelijkheid is heel groot.”

Vader en zoon hebben nooit ruzie over hun bedrijf, zeggen ze lachend. Dmitri: „Wij zijn onze eigen psychiater. Als er een crisis is, zoeken we zelf onze recepten om daar uit te komen. Want we hebben altijd respect voor en vertrouwen in elkaar. Zonder vertrouwen is er niets mogelijk binnen een bedrijf als het onze. Matvej en ik gaan met elkaar om als verstandige, verantwoordelijke mensen, niet als vader en zoon.”

Dat vertrouwen is, behalve op familiebanden, ook gebaseerd op hun gezamenlijke deelname aan een gevaarlijke expeditie. „We zijn tenslotte samen de Beringstraat overgestoken”, zegt Dmitri. „Twee keer, in 1996 en 1997, is het mislukt en zijn we door een helikopter van een ijsschots gered. De derde keer, in 1998, hadden we succes.”

Anders dan de meeste andere familiebedrijven in Rusland, die vaak kunstmatig van aard zijn, omdat ze een eigenaar in staat stellen een deel van de winst weg te sluizen naar zijn naaste familieleden die in werkelijkheid niet bij het bedrijf betrokken zijn, is Club Avontuur geen goudmijn. „Over geld gaat het vaak mis in een familiebedrijf”, zegt Matvej. „Maar gelukkig maken wij niet veel winst en is er weinig om over te ruziën.”

Daar komt nog iets anders bij. En dat is dat beide Sjparo’s gelijkwaardige directeuren van hun bedrijf zijn. „We maken geen onderscheid”, zegt Dmitri. „We helpen elkaar altijd. Matvej is jong en energiek, ik ben ervaren.”

Vanaf het begin van hun samenwerking streefden de Sjparo’s ernaar sponsors te werven voor hun activiteiten. In Rusland was zoiets tot dan toe ongewoon. „Als eerste hebben we Kodak gevraagd”, zegt Matvej. „Dat bedrijf was in 2000 een eeuw in Rusland actief. We kregen 50.000 euro van ze, waarmee we honderd kinderen van vijftien scholen uit heel Rusland naar een ecologisch kamp in Karelië konden laten gaan, waar ze zwerfvuil hebben opgehaald in de natuur. Later deden ook Sony en Hewlett-Packard mee.”

Matvej is inmiddels ook directeur van Zuivere Ontwikkeling, een afdeling van het ministerie van Onderwijs die ten zuidwesten van Moskou een gebouw met sportfaciliteiten voor gehandicapte kinderen moet neerzetten. „Bij jullie in Nederland is zo’n gebouw heel normaal, maar hier niet”, zegt Dmitri. „Burgemeester Loezjkov heeft 2009 uitgeroepen tot het jaar van de gelijke kansen en dat is vooral goed voor invaliden. De overheid wil nu van onze expertise gebruikmaken.”

De Sjparo’s hebben ook nog een echt groot project op stapel: de Zuidpool. „We zijn er nog nooit geweest”, zegt Dmitri. „Maar binnen een jaar gaat Matvej erheen, niet alleen, maar als bedrijf, met twee invaliden in de slee en twee invaliden op ski’s. De geschiedenis van ons bedrijf is er nu eenmaal een voor reizen met invaliden.” Matvej vult zijn vader aan: „Het is een uniek bedrijf.”

Op een veld bij Tiksja klimmen op dat moment voor de zoveelste keer negen geestelijk lichtgehandicapte jongens en meisjes ieder door een verticaal gespannen spinnenweb van touw. Ze mogen hun handen daarbij niet gebruiken en zijn afhankelijk van elkaars hulp. „Het is belangrijk dat je je zeker voelt”, zegt de begeleidende psycholoog. Als iedereen door het web is geklommen, met meer of minder succes, vraagt hij aan een van hen: „Vond je het moeilijk?” „Nee”, antwoordt ze. „Maar ik was wel blij dat er hulp was.”

Zie voor de vorige afleveringen van deze serie over het familiebedrijf nrc.nl/economie

    • Michel Krielaars