Bij de bank peuteren ze die lening niet los

Regionale ontwikkelingsbanken draaien dubbele diensten om alle aanvragen van bedrijven te verwerken.

Ze kunnen echter niet zomaar voor bankier spelen.

Bedrijven kloppen in toenemende mate aan bij regionale ontwikkelingsmaatschappijen voor risicodragend vermogen. Publieke investeringsmaatschappijen vormen daarmee een alternatief voor reguliere banken, die terughoudend zijn met het verschaffen van krediet.

In Nederland zijn vier grote regionale ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) actief. Het Rijk is bij allemaal de grootste aandeelhouder, daarnaast participeren provincies. De overheid beoogt via de ROM’s de regionale economische structuur te bevorderen. Jaarlijks pompen de vier ontwikkelingsmaatschappijen miljoenen euro’s in het regionale midden- en kleinbedrijf (mkb) van Limburg, Noord-Brabant, Oost- en Noord- Nederland.

De regionale investeringsmaatschappijen hanteren een omslagstelsel waarbij vrijgekomen geld uit dividenden en verkochte aandelenbelangen weer in nieuwe bedrijven wordt gestoken. Nu de economische crisis de regio’s treft, zoeken meer bedrijven financiële ondersteuning bij de ROM’s. „Momenteel hebben we ongeveer 20 miljoen euro aan investeringsaanvragen, normaal is dat rond de 5 tot 7 miljoen euro”, zegt algemeen directeur Jérôme Verhagen van de Limburgse industriebank LIOF. Bij ontwikkelingsmaatschappij Oost NV is de vraag met 50 procent toegenomen. „We draaien dubbele diensten om alle aanvragen te verwerken, ik verwacht een nog grotere groei waardoor we onze capaciteit moeten uitbreiden”, zegt Marius Prins van de investeringstak van Oost NV.

In Noord-Nederland is hetzelfde beeld te zien. „Steeds meer bedrijven kloppen bij ons aan voor hulp. Banken eisen meer risicodragend kapitaal en zijn terughoudend met het verstrekken van krediet. Maar wij kunnen niet voor bank gaan spelen”, zegt algemeen directeur Siem Jansen van Noordelijke ontwikkelingsmaatschappij NOM. De ROM’s willen alleen investeren in bedrijven met een toekomst. Doelstelling is om de economische structuur te versterken, niet om noodkapitaal te verlenen.

Maar nee verkopen ligt gevoelig. „Het is onverantwoord om gezonde bedrijven in de kou te laten staan”, zegt Jansen. Dat het eigen vermogen van de NOM door de groei van uitgaven en opdrogende inkomsten onder druk komt te staan, moet volgens hem nuchter worden geïnterpreteerd. „We moeten niet kijken naar pieken en dalen, maar naar de lange termijn. De huidige economische situatie vraagt om uitzonderlijke maatregelen. Daarom willen we tijdelijk afwijken van het in stand houden van ons eigen vermogen. Nood breekt wet.”

De ROM’s moeten van het ministerie van Economische Zaken (EZ) voldoen aan strenge eisen aan het eigen vermogen. Het fonds waaruit nieuwe investeringen worden gefinancierd, moet in stand blijven. Maar bestaande investeringen in bedrijven zijn momenteel lastig te verkopen. Bovendien neemt het risico toe dat investeringen niet worden terugverdiend door een stijging van het aantal faillissementen. EZ zegt voorlopig nog geen reden te zien om de eisen voor het in stand houden van het eigen vermogen te versoepelen.

De ROM’s hebben met EZ prestatieafspraken gemaakt waarop volgend jaar de subsidieafrekening zal plaatsvinden. Waarschijnlijk kunnen de ROM’s die prestatieafspraken nog nakomen, al staan bij sommige de afspraken wel onder druk. Ontwikkelingsmaatschappij Oost NV waarschuwt in haar jaarverslag dat eind 2008 de middelen van het participatiebedrijf nagenoeg zijn uitgeput. Of in 2009 over de gehele linie de overeengekomen prestaties geleverd kunnen worden, is zeer de vraag, staat in het jaarverslag. Met de aandeelhouders wordt gesproken over een versterking van het eigen vermogen met 15 miljoen euro.

Om meer financiële armslag te krijgen, dringen de ROM’s aan bij EZ om meer financieringsinstrumenten in handen te krijgen. Getracht wordt om bijvoorbeeld te mogen investeren met hulp van de Europese Investeringsbank (EIB). Andere voorstellen mislukten. „EZ heeft de ROM’s uitgenodigd om in het kader van de economische crisis voorstellen te doen voor tijdelijke extra activiteiten, maar daarop kwamen hoofdzakelijk voorstellen die zijn te beschouwen als bancaire activiteiten waar EZ niet in mee kan gaan”, zegt een woordvoerder van het ministerie. De overheid wil voorkomen dat ROM’s gaan bankieren.

Jansen van de NOM is bezorgd over de komende maanden. „We verwachten dat de echte economische klap nog moet komen. Uit veel bedrijven is nu de liquiditeit verdwenen door de uitbetaling van vakantiegeld en het stilvallen van de productie wegens de zomer.” Om sterker uit de economische crisis tevoorschijn te komen, vestigen de ROM’s hun hoop op innovatie en startende ondernemers. „We zijn geen voorstander van oude industriepolitiek. We steunen alleen succesvolle bedrijven, zodat na de crisis de economische motor in de regio blijft draaien.”

    • Harm Hoksbergen