Abortus op de golven

Tot de liberale verworvenheden in Nederland behoort de legalisering van abortus provocatus. Bevochten in de jaren zeventig, onder anderen door ‘Dolle Mina’s’ die hun truitje optrokken en de tekst „Baas in eigen buik” zichtbaar maakten. Die zelfbeschikking is vrouwen door confessionele politici op basis van hun geloofsovertuiging nooit volledig gegund. Het afbreken van zwangerschap bleef ook opgenomen in het Wetboek van strafrecht en de voorwaarde van vijf dagen bedenktijd die vrouwen in acht moeten nemen, kwam terecht in de uit 1981 daterende Wet afbreking zwangerschap (Waz). Deze denkpauze was een concessie aan het CDA. Niet voor niets werd de wet in deze krant eerder omschreven als „een politieke godsvrede”.

De organisatie Women on Waves (WoW), die over een zeewaardige ‘abortusboot’ beschikt en wereldwijd opkomt voor het recht op abortus, signaleert een kentering in het Nederlandse beleid. Dat het politieke klimaat in dit opzicht is veranderd, laat zich raden. De ChristenUnie trad in 2007 toe tot het kabinet, een partij die zich altijd (zoals haar voorgangers RPF en GPV) tegen legalisering van abortus heeft verzet. „Deze wetgeving druist in tegen een van de meest elementaire waarden: de beschermwaardigheid van het leven”, luidt het officiële partijstandpunt.

Dat werd uiteraard niet in het regeerakkoord van het kabinet-Balkenende IV overgenomen. Maar dat met name de PvdA de ChristenUnie enigszins moest tegemoetkomen, was een politieke realiteit. En dus kwam er in het regeerakkoord de afspraak dat er een onderzoek komt naar de psychosociale gevolgen van abortus, dat er een vervolgonderzoek komt naar de aard van de ‘noodsituaties’ op basis waarvan een abortusingreep is toegestaan, en – daar gaat het nu om – dat de overtijdbehandeling onder de Waz komt te vallen.

Deze laatste afspraak is dit voorjaar door het kabinet in een Koninklijk Besluit vastgelegd, waarover inmiddels in de Tweede Kamer een, tot nu toe schriftelijke, discussie loopt. Dit besluit gaat 1 november in, zo is de bedoeling.

Met name de VVD en GroenLinks hebben kritische vragen gesteld. Overtijdbehandeling, toegepast bij het uitblijven van de menstruatie tot en met de zestiende dag, viel tot nu toe buiten de Waz. Het medisch-technisch argument dat daarvoor gold, is vervallen. Tegenwoordig kan in alle situaties worden vastgesteld of de vrouw wel of niet zwanger is.

Altijd, heeft het kabinet benadrukt, moeten de behandelingen in een kliniek of ziekenhuis plaatsvinden. Hiermee lijkt definitief verhinderd dat huisartsen de ‘abortuspil’ kunnen voorschrijven. Staatssecretaris Bussemaker (Volksgezondheid, PvdA) heeft meer tijd gevraagd voor de beantwoording van de Kamervragen over het Koninklijk Besluit. Helderheid van de kant van het kabinet is hoe dan ook noodzakelijk, om expliciet aan te geven dat Nederland zijn liberale beleid niet verruilt voor situaties als die in sommige landen waar abortus verboden is en dus illegaal wordt uitgevoerd. Met alle risico’s voor de vrouw van dien.