'Zwempakkenkwestie bestuurlijk onderschat'

Zwembondvoorzitter Erik van Heijningen is in wereldfederatie FINA de rebel in bestuurskringen. „Je kunt de fabrikanten niets verwijten.”

Erik van Heijningen: „Ik ben een Nederlander, dus trek ik mijn mond open.” Foto Vincent van den Hoogen Nederland, Eindhoven, 04-07-2009; Erik van heijningen, voorzitter van de KNZB. Foto Vincent van den Hoogen Hoogen, Vincent van den

Chaos, onderschatting, laksheid. Gebrek aan professionalisme. Erik van Heijningen mag in de soms ondoorzichtige wereld van het internationale zwembestuur op eieren lopen, de voorzitter van de Nederlandse zwembond (KNZB) kan niet worden verweten dat hij zich diplomatiek uitlaat over manier waarop wereldzwemfederatie FINA de ‘pakkencrisis’ de afgelopen maanden heeft aangepakt. „Je blijft een bestuurder die fatsoenlijk wil blijven spreken. Maar dit hele gedoe was niet goed”, zegt hij bij het zwemtoernooi van de dertiende ‘FINA World Championships’, dat zondag begon in het imposante Foro Italico in Rome.

Erik van Heijningen (47), in het dagelijks leven gedeputeerde namens de VVD in de provincie Zuid-Holland, moet al drie jaar voorzichtig manoeuvreren, sinds hij met zijn toetreding tot het bestuur van de Europese zwembond (LEN) terechtkwam in de wereld van het internationale sportbestuur.

Hij herinnert zich nog hoe hij werd aangesproken in één van zijn eerste LEN-vergaderingen na een paar kritische vragen. „Er werd letterlijk gezegd: ‘je bent hier nu binnen en je gaat ineens lastige vragen stellen. Het is een gunst dat je hier mag zitten.’ Een kleine groep mensen straalt die cultuur nog steeds uit en maar weinig mensen durven ertegen in te gaan. Als je kritisch bent bestaat de kans dat je eruit gelazerd wordt. Maar ik ben Nederlander en een bestuurder, dus ik trek mijn mond open.”

Hij weet waarover hij spreekt. Nederland werd ooit, in de woorden van Van Heijningen, „ernstig gestraft” door de FINA nadat bestuurder Klaas van de Pol „iets te duidelijk” was geweest in de richting van FINA-president Mustapha Larfaoui, de Algerijn die twintig jaar de dienst uitmaakte in de zwemwereld. „Dan word je uit alle functies gedonderd.”

Voor Van Heijningen, nu acht jaar bondsvoorzitter, betekent dat lobbyen, politiek bedrijven om de zwemwereld van binnenuit op te schudden. Dat was hard nodig. De kring rond de oud-FINA-president was medeverantwoordelijk voor de chaos die ontstond na de introductie van de prestatie bevorderende zwempakken, sinds februari vorig jaar. Omdat FINA niet op tijd regels opstelde zit de zwemwereld nu opgescheept met meer dan 135 wereldrecords en een arsenaal aan futuristische pakken dat garant staat voor tientallen nieuwe records in Rome.

„De zaak is onderschat”, zegt Van Heijningen. „Het heeft te maken met een gebrek aan professionalisme. Het zijn allemaal aardige mensen, maar als bestuurder moet je vooruit kunnen kijken.” Doordat FINA dat naliet, werd de fedeatie „geregeerd door juristen”. Inmiddels heeft de federatie onder druk van zwemmers en coaches besloten de snelheidspakken te verbieden.

Waar de zwembestuurders de fout ingingen, is dat zij bij hun afspraken over de ontwikkeling van nieuwe zwempakken met de pakkenfabrikanten, veelal hun sponsors, niet voorzagen dat zij de geest uit de fles lieten. „Overal zie je technologische ontwikkelingen, zoals in het schaatsen of de atletiek. Alleen: je moet het wel begrenzen. Zwemmers trokken drie pakken over elkaar aan. De volgende zinspeelt op flippers, of een propellertje.”

Nadat de fabrikanten de vrije teugel hadden gekregen, gingen alle remmen los. „Als je als federatie eenmaal afspraken hebt met die fabrikanten kun je niet zeggen: morgen gaan we het zonder die pakken doen. Daar zit de FINA klem met de vingers tussen de deur. Als de fabrikant zegt: eerst sta je die pakken toe, en na al die afspraken gaan jullie mij nu verbieden een pak te leveren aan jouw zwemmers? Dan stap ik naar de rechter. Je kunt die fabrikanten niets verwijten. Die doen gewoon hun werk: snelle pakken ontwerpen. Zij hebben miljoenen geïnvesteerd.”

De pakkencrisis illustreert hoe er in bestuurderskringen nog vaak wordt gedacht, zegt Van Heijningen. Tijdens een recente bestuursvergadering van de Europese zwembond in Griekenland stelde hij voor de coaches om hun oordeel te vragen inzake de zwempakken. „Toen zei iemand direct: ‘Je moet goed begrijpen dat wij hier het besluit nemen.”

Zijn houding leverde Van Heijningen naar eigen zeggen de reputatie op van „rebel” in bestuurskringen. „Als ik te veel rebel ben en een eenzame actievoerder, lig ik eruit. Als ik rebel plus diplomaat ben, met bevriende bestuurders, dan kunnen we wat veranderen.”

Dat bleek op het FINA-congres vrijdag, waar de Uruguayaan Julio Maglione werd gekozen tot opvolger van Larfaoui, mede dankzij een Nederlandse lobby. „Na twee jaar lobbywerk kunnen we constateren dat nu de goede mensen op de goede plek zitten. De beloning die ik daarvoor heb gekregen van de nieuwe president is het voorzitterschap van de dopingcommissie van de FINA. Hij ziet mij als iemand van de nieuwe generatie, met toekomst in de FINA.”

Toch wil Van Heijningen niet alleen kwaadspreken over het tijdperk-Larfaoui. „Hij heeft onmiskenbaar verdiensten gehad, zoals de professionalisering van de grote evenementen en het aanzien van het zwemmen in de sportwereld en in het IOC. Zwemmen is volop in beeld. Maar wat mij tegenstond was het gebrek aan openheid en de neiging van een heel klein groepje mensen om nieuwkomers, of nieuwe geluiden, af te houden. Ze dachten dat ze alles al wisten. Uit de manier waarop ze de pakkenkwestie hebben aangepakt blijkt dat dat niet klopt.” Mede daarom vindt hij de afschaffing van de snelle pakken een „overwinning met een bijsmaak”. Maar hij noemt het „essentieel” voor het zwemmen.

Ondanks de pakkenheisa gaat het in Rome „gewoon weer om het echie”, zegt Van Heijningen. „Ik heb er geen behoefte aan het WK te devalueren. Je moet nog steeds heel goed kunnen zwemmen voor een wereldrecord.” Het liefst door een Nederlander. Want de KNZB mag zich de meest succesvolle Nederlandse sportbond noemen als het gaat om olympisch goud. Na de successen van Van den Hoogenband en De Bruijn werd het jaarlijkse Sportgala na ‘Peking’, met gouden medailles voor Maarten van der Weijden, de estafettevrouwen en de waterpoloploeg, opnieuw een KNZB-feestje.

Volgens Van Heijningen is dat mede te danken aan de oprichting van topsportcentra voor onder meer de zwemmers en waterpoloselecties. In het verleden zwommen de toppers verspreid over het hele land. Vooral coach Jacco Verhaeren, uiterst succesvol in Eindhoven, pleitte jarenlang voor een structuur waarbij de toppers samen gingen trainen. Uiteindelijk benoemde de bond Verhaeren tot technisch directeur, zodat hij zijn plannen kon uitvoeren. „In Eindhoven hebben verschillende mensen een belangrijke rol gespeeld, onder wie Cees-Rein van den Hoogenband en Jacco Verhaeren. Die hebben ook gezegd tegen de KNZB, met de vuist op tafel: de structuur moet anders. Daar paste natuurlijk een toptalent als Jacco Verhaeren in.”

Inmiddels is het vanzelfsprekend dat een groot talent aansluiting zoekt bij ‘Amsterdam’ of ‘Eindhoven’. „Sommige mensen zeiden: na Pieter en Inge hebben jullie niks meer. Dan zeg ik: kijk maar wat er gebouwd is. We hebben juist voor continuïteit gezorgd op het hoogste niveau. Dat moet op den duur successen gaan opleveren. Je ziet voor het eerst dat buitenlandse zwemmers bij ons willen trainen. In het verleden ging Inge de Bruijn in Amerika zwemmen.”

De ambitie bij de bond is van Nederland een echt zwemland te maken, maar gemakkelijk is dat niet. Het aantal jonge zwemmers in Nederland groeit niet, neemt zelfs iets af. „Er gaan minder kinderen zwemmen, omdat ze zoveel keus hebben. De bond mag wat vaker haar gezicht laten zien. We gaan meer evenementen organiseren, zoals de EK in Eindhoven.”

Opvallend is wel dat de zwemsuccessen in de steden iets hebben losgemaakt. Terwijl veel buitenbaden om economische redenen sluiten, liggen in Den Haag, Rotterdam, Utrecht en Arnhem plannen voor 50-meterbaden. „In dat opzicht hebben we de wind mee, ook al zitten we even in een economische dip.”