Verdachte weigert vaak test voor tbs

Justitie vindt het „zorgelijk” dat ongeveer de helft van de verdachten die psychisch onderzocht moet worden, daar niet aan meewerkt. Dat zegt een woordvoerder van het Openbaar Ministerie in Breda.

Volgens de woordvoerder willen verdachten zo voorkomen dat ze tbs krijgen opgelegd. De rechter kan dat besluiten als een psychische stoornis wordt vastgesteld die een relatie heeft met het delict. De rechter toetst elke twee jaar of de tbs-maatregel verlengd moet worden of beëindigd, er is geen maximum. Verdachten die geen tbs opgelegd (kunnen) krijgen, krijgen vaak meer gevangenisstraf.

De helft van de verdachten kiest de zekerheid van een langere straf boven de onzekerheid van een mogelijk oneindige tbs, bleek enkele maanden geleden bij een peiling door het Pieter Baan Centrum, de psychiatrische onderzoekskliniek van justitie. „Maar het is een misverstand te denken dat je geen tbs-maatregel opgelegd kunt krijgen als je niet meewerkt.” Wel wordt de kans daarop aanmerkelijk verkleind, erkent de woordvoerder. Het Pieter Baan Centrum analyseert in dat geval het gedrag en de geschiedenis van de verdachte en spreekt bekenden van hem.

Volgens het OM is het nadelig als psychische aandoeningen die tot een delict hebben geleid, niet behandeld worden, zoals bij een tbs-maatregel mogelijk is. Advocaten zouden zich meer bewust moeten zijn van de maatschappelijke gevolgen als ze hun cliënt adviseren niet mee te werken, vindt de woordvoerder van het OM.

„Kletskoek”, zegt strafrechtadvocaat Gerard Spong. „Justitie moet zich niet met ons werk bemoeien. Wij zijn er om het belang van de cliënt te verdedigen en soms is die ermee gediend niet mee te werken.” Hij vindt het heel verdedigbaar als een verdachte kiest voor een langere gevangenisstraf om de onberekenbaarheid van de tbs-praktijk te vermijden. „Ik kan me voorstellen dat ze denken: ‘liever zeker vrij na vijftien jaar dan onzekerheid na twaalf jaar’.”

Spong noemt ook een ander risico voor een ontkennende verdachte. „Als iemand van plan is zich in de rechtszaal te beroepen op zijn zwijgrecht, is het wellicht onverstandig zeven weken te praten in het Pieter Baan Centrum. Dat heeft misschien wel gevolgen voor de bewijsvoering. ”

Het Pieter Baan Centrum houdt niet bij hoeveel verdachten weigeren. De instelling weet daarom niet of het aantal weigeraars toe- of afneemt.