Tram 26, vrijwel leeg...

In tram 26 van IJburg naar het Centraal Station in Amsterdam raakt Roos Ouwehand in gesprek met een excentrieke Brit.

Hij heeft een roos, een strippenkaart, een schilderij, een wandelstok en een plastic tas bij zich en spreekt ‘The Queen’s English’. Is there a seat, roept hij door de vrijwel lege tram, als de conductrice zijn kaart heeft afgestempeld.

Bepakt en bezakt zwaait zijn magere lijf heen en weer in het gangpad. You’ d better sit down, sir, zeg ik . Hij drukt me zijn strippenkaart en het schilderij in handen (That’s action, action, action painting sist hij – wijzend op het kunstwerk- en lacht), gaat krakend zitten en organiseert zijn bezittingen. Zijn kleren zijn schoon. De grijzende baard is keurig bijgeknipt. Hoewel het een warme dag is, draagt hij een lichtblauw mutsje. Thank you dear, zegt hij als ik hem zijn strippenkaart teruggeef, I collect them, you know . Hij wijst op het hologramspiegel-streepje bovenaan de kaart. They make such lovely christmas decorations.

Het is twintig minuten rijden van IJburg naar het Centraal Station. Onderweg vertelt hij over zijn nieuwe opvanghuis in de Vinex (Wónderful place). Over zijn oude woning in the Spaarndemmer, waar hij nu naartoe gaat, om op te ruimen en afscheid te nemen. Such a cold, cold wind, this morning at six o’ clock. Hij heeft helemaal niet geslapen de afgelopen nacht. Als hij de medicijnen voor zijn manische depressiviteit niet slikt, doet hij geen oog dicht. Als hij ze wel slikt plast hij in zijn bed. Hij zwenkt van gekte ( I loooooove those dots, all those dots en crosses and dots and crosses) naar luciditeit. Hij zingt Oh how I wish it would rain down van Phil Collins. De Engelsen zijn belachelijk, vindt hij. Ze moeten van die idiote pond af. Eindelijk voor de euro kiezen. Hij duwt de roos onder de neus van de conductrice. Smell, beveelt hij. Maar dat wil ze niet. Hij zit omgekeerd in zijn stoel en praat onafgebroken. Af en toe vliegen druppels spuug op mijn gezicht. Ik probeer ze weg te vegen zonder dat hij het ziet. Are you human, vraagt hij me. Yes, zeg ik, I think so. En daar moet hij om lachen.