Schijtwaaiers van redactieaalscholver

Aalscholverschijtwaaiers bedekken het redactiewagenpark Foto’s Floris Mulder Mulder, Floris

Er heeft een volksverhuizing in Nederland plaatsgevonden, en voor de ramen van het redactiekantoor van NRC Handelsblad in Rotterdam-Alexanderpolder is dat vrijwel dagelijks te zien. Rond de tijd dat de eerste pagina’s naar de drukker gaan, zo tegen tienen, landt er meestal een grote aalscholver op een van de hoge lantaarns van de kantoorparkeerplaats langs de snelweg A20. Dat is precies de hoogte van het redactiekantoor, drie hoog, zodat de vogel en zijn verrichtingen van nabij te volgen zijn. Soms zijn het er drie. Ze herschikken hun veren, ze laten, vleugels wijd, zich drogen. Ze hebben in de waterrijke omgeving gevist, dat is duidelijk. Ook door de enorme sproeiers poep die ze in enorme schijtwaaiers beneden over het autopark uitspreiden.

Aalscholvers behoren tot de pelikaanachtigen. Hun gele keelzak is goed te zien vanuit de redactieburelen. Ook hebben ze niet, zoals veel vogels, een teen naar achteren, zodat ze er wat koddig op hun zwemvliezen bij staan. En wat je van dichtbij ook goed kan zien: ze zijn niet zwart, wat ze van veraf wel lijken. Maar eerder bruin, met groene glans.

Toch worden aalscholvers door zowel beroeps- als vrijetijdsvissers als ‘de zwarte maffia’ aangeduid. Omdat ze beschuldigd worden van het leegvissen van de binnenwateren. De haatgevoelens van de vissende mens kunnen hoog oplopen: in 2006 zijn Urkers opgepakt die aalscholvers dood hadden gereden. En CDA-Europarlementariër C. Visser pleitte in maart om de vissers te steunen voor het ‘reguleren’ van de aalscholverstand in Europa. Daarmee wordt bedoeld: afmaken. Er zouden te veel aalscholvers zijn in Europa (2 miljoen) en in Nederland zouden er steeds meer komen. Dit wordt bestreden door de vogelonderzoekinstelling SOVON, die meldt dat de aalscholverstand in Nederland de laatste jaren stabiel is op zo’n 23.000 broedende vogels. Het gaat voor het eerst in decennia goed met de aalscholver: in de jaren zestig was de vogel bijna uitgemoord. Inmiddels is hij beschermd. Aanvankelijk nestelden de aalscholvers vooral rond het IJsselmeer, maar de laatste jaren verspreiden ze zich over het hele land, inclusief de Waddeneilanden, en vissen in allerlei zoet en zout water, waar weer meer vis zit. Het is volgens de Vogelbescherming een fabel dat aalscholvers alle vis voor vissers wegvangen, en aal (paling) eten ze weinig. Aalscholvers hebben al eeuwen een slechte naam: ze werden doodgeknuppeld, opgehangen, doodgeschoten etcetera. De zure, stikstofrijke poep van aalscholvers wordt, als het gedroogd is, in sommige landen als meststof (of om explosieven van te maken) ‘geoogst’: guano. Aalscholvers hebben vaste poepplekken, zoals de NRC-parkeerplaats.

Paul Steenhuis