Parachutespringen op Texel

Parachutespringen op Texel Vakantie in Nederland Tekst Karen Peeters Maurice Boyer Texel, 28 juli. Het ronken van de vliegtuigmotor verstomt en langzaam gaat de deur open. De instructeur herhaalt nog een keer de procedure: „Benen naar buiten gooien, rug hol trekken en je hoofd achterover op mijn schouder leggen.” Maartje Wouterse (24) gilt het uit terwijl ze samen met haar instructeur op drie kilometer hoogte uit het vliegtuig stort. Na tien seconden suist ze met zo’n tweehonderd kilometer per uur door de lucht, totdat dertig seconden later de parachute opengaat. Terwijl de daling zachtjes verder gaat, openbaart zich het weidse uitzicht over de Wadden. Het is druk op Paracentrum Texel. Tientallen mensen hebben zich verzameld om houten picknicktafels. Ze staren en wijzen naar de lucht, waar steeds opnieuw kleurige rechthoekige parachutes verschijnen. De parachutisten landen op een groot veld voor het paracentrum en dat maakt het een aantrekkelijke plek om te springen én te kijken. In een loods zijn mensen druk in de weer met het opvouwen van parachutes en optuigen en instrueren van springers. Net als een volgende groep klaar staat in het vliegtuig te stappen, begint het zachtjes te regenen en wordt alles stilgelegd. Een miezerige regen houdt de vliegtuigen ruim een uur aan de grond. „Hier beneden lijkt het misschien niks, maar daarboven kan het nu flink tekeer gaan”, legt Jan-Boyen Rienks (32) uit. Rienks is directeur van het Paracentrum en zoon van oprichter Bob Rienks, maar vandaag is hij piloot en dat vindt hij geweldig. Paracentrum Texel werd in 1969 opgericht en is uitgegroeid tot een van de grootste van Nederland. Jaarlijks maken hier tussen de negentien- en drieëntwintigduizend parachutisten een sprong. Het centrum gebruikt vier vliegtuigen. Nicky Sproet (29) zit al sinds vanochtend met vriendin en familie aan een van de picknicktafels te wachten. Hij gaat vandaag een tandemsprong maken – een sprong waarbij de passagier vast zit aan een instructeur. „Ik heb altijd geroepen dat ik dit ooit eens wilde doen, maar ik vind het toch wel spannend”, zegt hij lachend. Hij excuseert zich en loopt opnieuw richting het toilet. Zenuwen. Samen met zijn vriendin is hij een paar dagen op bezoek bij zijn familie, die een week op Texel verblijft. Last van de crisis hebben ze geen van allen. Allemaal hebben ze hun baan nog en er is geen reden voor zorgen. Het weekje Texel is een extraatje bovenop overige vakantieplannen. Halverwege de middag komt de zon door. Het Paracentrum begint weer op volle toeren te draaien en ook voor Sproet is het moment aangebroken. „Het was leuk je als broer te hebben”, grapt zijn zus Annabel (26) als zijn instructeur hem meeneemt. De familie Sproet verzamelt zich vlakbij het landingsgedeelte en tuurt onophoudelijk in de lucht. Na een half uurtje komt Nicky zwaaiend naar beneden en landt hij zacht. „Het viel me 100 procent mee en het was het wachten zeker waard!” Met een dikke grijns verlaat Sproet met zijn familie het terrein, op weg naar hun vakantiehuisje. Het aantal parachutesprongen is tot nu toe ongeveer gelijk aan dat van vorig jaar. Rienks: „Ik merk in mijn omgeving nog weinig van de crisis. Voor het Paracentrum is de belangrijkste risicofactor het weer, en wat dat betreft hebben we een goed jaar tot nu toe. We merken alleen dat er minder Engelse springers komen en dat heeft te maken met de daling van de Engelse pond.” Het seizoen voor parachutespringen loopt van begin maart tot eind oktober en per dag lopen er zes tot acht instructeurs rond. Op drukke dagen maken zij makkelijk vijftien tandemsprongen. „Toch blijft het leuk, want er gaat niks boven het enthousiasme van de passagiers. Allemaal gaan ze hier met een blij gevoel weg”, aldus Rienks. Maartje Wouterse staat weer veilig op de grond, maar de schrik is er bij haar nog niet helemaal uit. Haar vriend Raymond van Krieken (28), die vlak na haar uit het vliegtuig sprong, is één brok enthousiasme. „Een onvergetelijk dagje Texel! Maar over een paar weken begint de vakantie pas echt, want dan gaan we samen een maand backpacken in Argentinië.” Rond acht uur ’s avonds gaan de laatste mensen huiswaarts, met een gevoel van euforie dat maar langzaam zal wegebben. Tandems verdubbeld De recreatieve tandemsprong is in Nederland sterk in populariteit gestegen. In tien jaar tijd is het aantal tandems toegenomen van ruim vijfduizend naar ruim twaalfduizend sprongen per jaar. Het totaal aantal sprongen, ruim tachtigduizend, is redelijk stabiel. Dat heeft te maken met een terugloop van het aantal (militaire) cursisten. Nederland kent tien paracentra, waarvan Paracentrum Texel en Teuge veruit de grootste zijn. Samen nemen zij ruim de helft van de sprongen voor hun rekening. De meeste tandemsprongen worden gemaakt op Texel. Tandemspringen op Texel Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 21-7-2009 Boyer, Maurice

Het ronken van de vliegtuigmotor verstomt en langzaam gaat de deur open. De instructeur herhaalt nog een keer de procedure: „Benen naar buiten gooien, rug hol trekken en je hoofd achterover op mijn schouder leggen.”

Maartje Wouterse (24) gilt het uit terwijl ze samen met haar instructeur op drie kilometer hoogte uit het vliegtuig stort. Na tien seconden suist ze met zo’n tweehonderd kilometer per uur door de lucht, totdat dertig seconden later de parachute opengaat. Terwijl de daling zachtjes verder gaat, openbaart zich het weidse uitzicht over de Wadden.

Het is druk op Paracentrum Texel. Tientallen mensen hebben zich verzameld om houten picknicktafels. Ze staren en wijzen naar de lucht, waar steeds opnieuw kleurige rechthoekige parachutes verschijnen. De parachutisten landen op een groot veld voor het paracentrum en dat maakt het een aantrekkelijke plek om te springen én te kijken.

In een loods zijn mensen druk in de weer met het opvouwen van parachutes en optuigen en instrueren van springers. Net als een volgende groep klaar staat in het vliegtuig te stappen, begint het zachtjes te regenen en wordt alles stilgelegd.

Een miezerige regen houdt de vliegtuigen ruim een uur aan de grond. „Hier beneden lijkt het misschien niks, maar daarboven kan het nu flink tekeer gaan”, legt Jan-Boyen Rienks (32) uit. Rienks is directeur van het Paracentrum en zoon van oprichter Bob Rienks, maar vandaag is hij piloot en dat vindt hij geweldig.

Paracentrum Texel werd in 1969 opgericht en is uitgegroeid tot een van de grootste van Nederland. Jaarlijks maken hier tussen de negentien- en drieëntwintigduizend parachutisten een sprong. Het centrum gebruikt vier vliegtuigen.

Nicky Sproet (29) zit al sinds vanochtend met vriendin en familie aan een van de picknicktafels te wachten. Hij gaat vandaag een tandemsprong maken – een sprong waarbij de passagier vast zit aan een instructeur. „Ik heb altijd geroepen dat ik dit ooit eens wilde doen, maar ik vind het toch wel spannend”, zegt hij lachend. Hij excuseert zich en loopt opnieuw richting het toilet. Zenuwen. Samen met zijn vriendin is hij een paar dagen op bezoek bij zijn familie, die een week op Texel verblijft. Last van de crisis hebben ze geen van allen. Allemaal hebben ze hun baan nog en er is geen reden voor zorgen. Het weekje Texel is een extraatje bovenop overige vakantieplannen.

Halverwege de middag komt de zon door. Het Paracentrum begint weer op volle toeren te draaien en ook voor Sproet is het moment aangebroken. „Het was leuk je als broer te hebben”, grapt zijn zus Annabel (26) als zijn instructeur hem meeneemt.

De familie Sproet verzamelt zich vlakbij het landingsgedeelte en tuurt onophoudelijk in de lucht. Na een half uurtje komt Nicky zwaaiend naar beneden en landt hij zacht. „Het viel me 100 procent mee en het was het wachten zeker waard!” Met een dikke grijns verlaat Sproet met zijn familie het terrein, op weg naar hun vakantiehuisje.

Het aantal parachutesprongen is tot nu toe ongeveer gelijk aan dat van vorig jaar. Rienks: „Ik merk in mijn omgeving nog weinig van de crisis. Voor het Paracentrum is de belangrijkste risicofactor het weer, en wat dat betreft hebben we een goed jaar tot nu toe. We merken alleen dat er minder Engelse springers komen en dat heeft te maken met de daling van de Engelse pond.”

Het seizoen voor parachutespringen loopt van begin maart tot eind oktober en per dag lopen er zes tot acht instructeurs rond. Op drukke dagen maken zij makkelijk vijftien tandemsprongen. „Toch blijft het leuk, want er gaat niks boven het enthousiasme van de passagiers. Allemaal gaan ze hier met een blij gevoel weg”, aldus Rienks.

Maartje Wouterse staat weer veilig op de grond, maar de schrik is er bij haar nog niet helemaal uit. Haar vriend Raymond van Krieken (28), die vlak na haar uit het vliegtuig sprong, is één brok enthousiasme. „Een onvergetelijk dagje Texel! Maar over een paar weken begint de vakantie pas echt, want dan gaan we samen een maand backpacken in Argentinië.”

Rond acht uur ’s avonds gaan de laatste mensen huiswaarts, met een gevoel van euforie dat maar langzaam zal wegebben.