Ordinaire supers en jumbo's

Ze zijn heerlijk dit jaar, hoorde je al enige weken geleden proevers zeggen. Een bijzonder goed seizoen! Echte kenners spreken waarderend van „vlezig’’ en weer anderen zeggen onomwonden: „groot”.

Mosselen hè. Onze kleine Zeeuwse vrienden. Eén van die seizoensproducten waar wij Nederlanders (jawel) zo goed in zijn, en waar we zelf de lol van zijn gaan inzien: de asperge, de aardbei, de haring, de oliebol.

Seizoensdenken is ontzettend hip, zeker aan het begin van een seizoen. Het mosselseizoen duurt ook zo lang dat je moeilijk de hele tijd extatisch kan blijven – van half juli tot half april is niet bepaald zo voorbij. Het is eerder zo dat er een korte pauze zit in de aanvoer. Dat geldt eigenlijk voor alle vis, die moeten even de tijd hebben om te paaien en kuit te schieten en een beetje vlees op de graatjes te krijgen. Maar je hoort nooit iemand opgewonden doen over het begin van het scholseizoen.

Hoe dan ook, ze zijn er weer en we moeten weer weten welke maat we willen. Zijn die maten er altijd geweest trouwens? Ik kan me daar niets van herinneren. Je kocht gewoon ‘mosselen’ maar nu moeten het altijd ‘jumbo’s’ zijn. Klinkt ordinair vind ik. Kleine mosselen bestaan niet, die heten ‘extra’ of ‘super’. ’t Zijn net condooms. Die beginnen ook bij extra large.

Al die aanduidingen zijn verpakkingsmaten: hoeveel mosselen gaan er in een kilo. Van de supers wel 60 tot 70, van de jumbo’s maar tussen de 43 en de 48. In smaak is er geen verschil en met een beetje geluk heb je net zo veel mosselvlees van je supers als van de jumbo’s maar ik zie iedereen aan tafel met een extra verzaligde kop ‘jumbo’s!’ zeggen alsof die oneindig lekkerder zijn.

Ik vind die kleintjes ook lekker. Die grote zijn soms nog van die slijmjurken ook al zijn ze open.

Ja ik houd wel van oesters. Maar niet zo van rauwe of semi-rauwe of glibberige mosselen.

Enfin, besloot omdat ze dan zo geweldig zijn dit seizoen, een héél simpele spaghetti met mosselen te maken. En toen zaten wij ook aan tafel van die aanstellerige gezichten te trekken en ‘jumbo!’ te roepen en ‘fijn dat het weer seizoen is!’ Het is sterker dan jezelf.

Was de mosselen – de moderne mossel hoeft volgens de mosselindustrie niet meer op z’n kop geslagen te worden om te kijken of-ie zich sluit: ze zijn gewoon goed. Punt. Maar goed afspoelen kan geen kwaad, want soms is er toch in zo’n gasverpakking een merkwaardig klimaat gaan heersen, met bepaald rare luchten, ook al zegt de uiterste houdbaarheidsdatum dat er geen vuiltje aan de lucht is.

Snijd bleekselderie redelijk fijn en bak die met de ui in wat olie. Leg een deksel op de pan en laat even smoren. Doe er de peterselie bij, een gesnipperd teentje knoflook en een verkruimeld pepertje. Draai het vuur hoog en doe de mosselen erbij.

Kook ze gaar met het deksel op de pan.

Haal de mosselen uit de schelpen.

Kook intussen de spaghetti in ruim zout water iets minder dan beetgaar. Verwarm het mosselkookvocht met de bleekselderie opnieuw en kook daar de spaghetti nog even in. Doe de mosselen erbij en maal er nog wat peper over. Verder niets aan doen – glaasje wijn erbij is lekker.