Nazistische meelopers aanspreken helpt

In Winschoten zijn vijftien rechts-extreme ‘meelopers’ losgeweekt van de harde kern.

Nu is in gesprek gaan met deze jongeren er vast beleid.

Een rechts-radicale meeloper uit Winschoten droeg een groot T-shirt met een Duitse helm erop. Jeugdagent Ronald Pietersma zocht hem thuis op. „Je bent in de picture bij de politie”, zei ik. „Je oude vrienden willen niet meer met je omgaan. Je isoleert jezelf. Hoe zie je je toekomst?” De ouders waren „des duivels” dat hun zoon omging met rechts-radicale Lonsdalers.

Een meisje van veertien, dat omging met de rechts-radicale groep, liep met een groot mes op zak. Pietersma: „Ze zei dat ze bang was voor buitenlanders. Ze ontkende de holocaust. Misschien was ze verrast dat ik er zo fel op was. Er ging in elk geval iets bij haar spelen.”

Een kwart van de jongeren in de Groningse stad Winschoten heeft xenofoob gedachtengoed, bleek uit een onderzoek uit 2006. Voor de gemeente was de maat al vol toen een aantal van hen het jaar daarvoor met nazistische vlaggen op 4 mei tegen het joodse monument plaste, tot grote woede van omstanders.

Na nog eens een aantal geweldsincidenten met rechts-radicalen zette de gemeente in samenwerking met de politie, jongerenwerk, onderwijs, de Anne Frankstichting en het Instituut voor Multiculturele Ontwikkeling Forum in 2007 een ‘deradicaliseringsproject’ om twintig jongeren of meer te bereiken.

Uiteindelijk werden 22 jongeren aangesproken die zich ophielden in rechtse kringen: 21 jongens en een meisje tussen de achttien en 22 jaar. Vijftien van hen werden losgeweekt uit hun rechts-radicale omgeving. Zij dragen geen kleding meer met rechts-extremistische kenmerken en hebben geen contacten meer met hun rechtse vriendengroep. Met die vijftien is projectleider Adrie de Wit van de gemeente Winschoten tevreden. „De overlast is verdwenen.”

Er waren zo’n veertig jongeren in Winschoten die zich ‘White Power’ noemden en een flinke Blood&Honour-groep, een internationale organisatie van nazistische skinheads. De jongere meelopers werden actief benaderd, door een agent, leraar, jongerenwerker of voetbaltrainer.

Gesprekken vormden de basis, aldus projectleider De Wit: „We spraken jongeren aan: we maken ons zorgen over je toekomst. Hoe zie je die? Je maakt afspraken: als jij zes maanden niet met die rechts-radicalen omgaat, helpen wij je bij het vinden van een baan, een woning, een stageadres of bij schuldsanering.”

Want problemen zijn er vrijwel altijd. Van de rechts-radicale jongeren leeft 99 procent thuis onder matige omstandigheden, weet De Wit. „Ze hebben een slecht zelfbeeld, psychische problemen en een beperkt intellect. Als ze bij Blood& Honour komen krijgen ze een biertje en een joint en hebben ze ineens een grote groep vrienden die voor hen door het vuur gaat. Het paramilitaire trekt zwakke broeders aan. Na een paar jaar keert hun omgeving ze de rug toe. Het zijn immers nazi’s.”

Thomas is één van de losgeweekte „aanplakkers”, zoals jeugdagent Pietersma hen noemt. Thomas is een jongen met probleemgedrag die zich aansloot bij Blood& Honour. Hij kreeg hulp bij zijn financiële problemen en bij het opbouwen van een nieuwe vriendenkring. Ook begon hij met een nieuwe schoolopleiding. Met Blood& Honour verbrak hij alle contacten. Een andere jongen met wie gesprekken zijn gevoerd heeft nog wel extreemrechtse opvattingen, maar draagt geen kleding meer waaruit dit valt op te maken. Op negen jongeren hadden de gesprekken een positieve of enige invloed.

Niet in alle gevallen is derhalve vast te stellen of de jongeren de groep verlieten dankzij het project, geeft projectleider De Wit toe. „Het is soms een kip en ei-verhaal. Er was een jongen die een bruine vriendin kreeg. Was dat omdat hij al ‘gederadicaliseerd’ was? Of kreeg hij verkering en paste hij daardoor niet meer in de rechts-extreme groep?” Bovendien verzwakte de groep door tweespalt.

Toch is de Winschoter aanpak volgens de gemeente succesvol gebleken. „Dankzij het feit dat we een kleine gemeente zijn (17.500 inwoners red.) en politie, gemeente en jongerenwerk elkaar kennen en de lijnen kort zijn”, stelt De Wit.

Het project is intussen vast jeugdbeleid in Winschoten. Want rechts-radicalen zijn er nog wel. Op een informatieavond over een asielzoekerscentrum waren drie maanden geleden 25 rechts-extremisten aanwezig. De Wit: „Ze kwamen in vol ornaat met hun zwarte pakken aan binnen.” Als insprekers gedroegen ze zich netjes volgens hem. „We vinden het niet leuk dat ze er zijn, maar ze veroorzaakten geen overlast.”

De gemeente Winschoten wil zich de komende tijd meer op de harde kern richten. Ook zijn zo’n vijf nieuwe meelopers in beeld. Een van hen kreeg al hulp, vertelt agent Pietersma. „Die hebben we uit zijn oude omgeving gehaald. Onder begeleiding laten we hem bij een boer in Frankrijk werken. Het is prachtig dat hij daar de taal niet kent. Nu moet hij zich helemaal zelf zien te redden.”

Lees meer over rechts-extremisten via nrcnext.nl/links

    • Karin de Mik