Lezen om diep in het leven door te dringen

Voor heftige reacties was Michaël Zeeman nooit bang; hij genoot ervan. Hij was een intellectueel in de klassieke zin van het woord.

Michaël Zeeman, 1999 Foto NRC Handelsblad, Vincent Mentzel Mentzel, Vincent

Een intense, hartstochtelijke liefde, zo kun je de relatie van Michaël Zeeman met de literatuur het best omschrijven. De schrijver en criticus, die gisteravond op 50-jarige leeftijd bij zijn vrouw thuis in Rotterdam is overleden, werkte en leefde omringd door boeken. In zijn appartement in Rome, waar hij de afgelopen jaren woonde, reikten de boekenkasten niet alleen tot het plafond, ook overal elders stonden de stapels hoog opgetast. Nieuwe boeken, oude boeken, debuten en klassieken, biografieën en memoires, fragiele dichtbundels, massieve volledige werken, overzichten en deelstudies, ze vormden zijn natuurlijke habitat. Toen ik hem daar vorig jaar bezocht, was ik er getuige van hoe hij de vuistdikke biografie van V.S. Naipaul in één dag verslond; de recensie was de volgende ochtend geschreven. De post bracht dagelijks nieuwe aanwas, er kon geen boekwinkel bezocht worden of hij kocht een nieuwe stapel. Op reis ging een extra koffer mee. De titel van het literatuurprogramma dat Zeeman van 1996 tot 2002 voor de VPRO maakte, Zeeman met boeken, had dan ook iets pleonastisch. Niemand kon zich Zeeman zonder boeken voorstellen.

Er was niets dors of steriels aan die boekenliefde. Zeeman was een intellectueel in de klassieke betekenis van het woord: hij las niet om aan het leven te ontkomen, maar om er dieper in door te dringen. Misschien was dat aanvankelijk anders: Zeeman, die in 1958 op Marken geboren werd als zoon van een dominee, stond al op jonge leeftijd op eigen benen en wie hem, zoals ik, in de jaren tachtig op afstand meemaakte, kon de indruk krijgen dat hij zijn belezenheid en intellect als een harnas droeg. Zijn positie als literair recensent, eerst voor deze krant, later voor de Volkskrant, waar hij van 1991 tot 1996 ook chef Kunst was, brachten literaire kwesties en vetes met zich mee, waar hij zich met polemische gretigheid op stortte. Daardoor dreigde zijn eigen schrijverschap uit zicht te raken: Zeeman debuteerde in 1991 veelbelovend met de dichtbundel Beeldenstorm, waarvoor hij de C. Buddingh’-prijs kreeg. Hij publiceerde daarna nog een dichtbundel en een verhalenbundel en het essay God zij met ons. Zijn critici schilderden hem af als kunstpaus – en naar buiten toe leek hij niet geneigd dat beeld bij te stellen.

Het verflauwde vanzelf. Meteen na 11 september 2001 publiceerde Zeeman een lucide stuk in de Volkskrant waarin hij afrekende met de culturele vrijblijvendheid van het postmodernisme: het ging weer ergens over. Die constatering bracht hij in zijn eigen werk in praktijk: hij liet de Nederlandse literaire wereld los en verhuisde naar Rome. Daar trad hij met zijn artikelen ver buiten de oevers van zijn correspondentschap voor de Volkskrant. Hij bleef een onvermoeibaar pleitbezorger van klassieke en nieuwe literatuur. Tegelijkertijd ontwikkelde hij zich als een scherp observator van politieke ontwikkelingen in Nederland en ver daarbuiten. Zijn instinct voor polemiek bleek intact; zijn columns over de ‘terugkeer’ van de godsdienst, het integratiedebat en andere brandende kwesties, riepen steevast veel en heftige reacties op, waar hij ongegeneerd trots op was. Tegelijkertijd tekende zich een ander thema af: de achteloze verwaarlozing van de humaniora door de cultuurdragers zelf. In zijn dankwoord bij de ontvangst van de Gouden Ganzenveer, die hij in 2002 kreeg, hield hij een filippica tegen een culturele elite die het geloof in zichzelf kwijt was. Zeeman had te veel gevoel voor humor om een cultuurpessimist te zijn, hij was te scherpzinnig om overal enkel teloorgang en verval te zien, maar in deze kwestie was hij bloedserieus.

Naast dit alles was Michaël Zeeman een sprankelende interviewer en gespreksleider, de beste van Nederland; wie deelnam aan een podiumgesprek met hem voelde zich al snel opgenomen in een weids en verreikend gesproken essay. Bovendien beschikte hij, zoals ik gaandeweg ontdekte, over een formidabel talent voor vriendschap.

Toen de artsen ruim een maand geleden een hersentumor constateerden, onderwierp hij zich aanvankelijk gewillig aan de voorgestelde therapieën. Maar toen die geen zicht op beterschap boden, aarzelde hij niet, trots en autonoom, om zijn lot weer in eigen hand te nemen.

Beelden van Michaël Zeeman op nrc.nl/kunst

    • Bas Heijne