Herhaling van 'Peking' was bij WK niet reëel

De waterpolosters zijn gisteren in de kwartfinales van de WK uitgeschakeld. De verjongde ploeg speelde in Rome niet als een olympisch kampioen.

Woest zwaaiend met zijn armen liet Mauro Maugeri weten wat hij vond van de manier waarop zijn Nederlandse waterpoloploeg omsprong met de kansen. Maar even later, kort na de uitschakeling in de kwartfinale van de WK tegen Rusland (9-7), had de Italiaan zichzelf weer onder controle en overheerste berusting. Maugeri had in ‘zijn’ Rome zo graag willen stunten met zijn ploeg, de olympisch kampioen van Peking. „Ik ben trots op mijn speelsters”, zei hij met een lach. „Maar als we iets meer ervaring hadden gehad, hadden we hier de halve finales kunnen halen.”

Daarmee legde Maugeri de vinger op de zere plek bij de waterpoloploeg, die nog geen jaar geleden heel sportminnend Nederland tot zijn supporters mocht rekenen. In Rome kon de ploeg die nieuwe status geen moment waarmaken. Maar onverwacht was dat niet.

Na het wonderbaarlijke succes in het Yingdong Natatorium van Peking werd het team van toenmalig bondscoach Robin van Galen nog uitverkoren tot sportploeg van het jaar 2008. Voor vijf van de belangrijkste speelsters, onder wie topschutter Daniëlle de Bruijn, Gillian van den Berg en Marieke van den Ham, was Peking ook het eindstation.

Maugeri kon daardoor niet anders dan de selectie sterk verjongen, en dat was de afgelopen week goed te zien in Rome. Bij vlagen speelde de ploeg aardig, maar meestal was het onder de maat – en vooral wisselvallig. Door de vele wisselingen in de basisopstelling had niemand serieus rekening gehouden met een herhaling van ‘Peking’. „Dat was niet reëel”, zei teammanager Arno Havenga.

Maar hij vond wel dat Nederland nog steeds de kwaliteiten had zich met de mondiale topvier te meten. „We moeten niet in paniek raken nu we de halve finale niet hebben gehaald. We hebben nog steeds veel kwaliteit en met dit team is nog veel groei mogelijk. We zullen constanter moeten worden. Daar gaan we de komende jaren aan werken.”

Opbeurend voor Maugeri en zijn speelsters was wel dat Nederland tegen de fysiek sterke Russinnen de beste wedstrijd van het toernooi speelde. Maar na een tussenstand van 4-4 verzuimde de formatie van Maugeri de kansen te benutten. Met name in overtalsituatie presteerden de Nederlandse schutters belabberd. In acht ‘man-meersituaties’ scoorde Nederland geen enkele keer. Ook uit de statistieken bleek de armoede in de voorhoede: Iefke van Belkum, de sterspeelster van de nieuwe Nederlandse ploeg, scoorde uit acht pogingen drie keer, Mieke Cabout had vijf schoten nodig voor één treffer. Wel had Nederland de pech dat paal en lat drie keer in de weg stonden.

Aan de overkant profiteerden de Russinnen beter van de mogelijkheden die Nederland achterin bood. In het derde en vierde kwart liep Rusland zonder al te veel tegenstand uit van 4-4 naar 4-8, waarna het duel feitelijk was gespeeld. Treffers van Van Belkum en Yasemin Smit kwamen te laat om nog verwarring te stichten bij de Russische ploeg.

Toch was bondscoach Maugeri tevreden met de manier waarop zijn ploeg had gespeeld in het buitenbad van het bloedhete Foro Italico-complex. „Rusland heeft meer kwaliteit, maar wij hebben met veel passie gespeeld, met een groot hart. Met dit team hebben we echt weer toekomst. Maar we hadden vandaag kansen om de halve finales te halen. Als je op een WK speelt tegen een sterke tegenstander als Rusland moet je elk kansje dat je krijgt, pakken. Dat hebben we helaas niet gedaan.”

Aanvoerder Smit was teleurgesteld over de vroegtijdige uitschakeling van de olympisch kampioen op het WK, maar bleef wel realistisch. Rusland behaalde in Rome voor de vierde keer op rij de halve finales en is één van de grootmachten in het waterpolo. „Ze waren net iets feller en iets beter in de afwerking dan wij”, zei Smit.

De ploeg kon ook als excuus aanvoeren dat de selectie pas kortgeleden de draad weer oppakte, na een maandenlange pauze na de Spelen. Pas in het late voorjaar kwam de nieuwe selectie van Maugeri volledig bijeen. Smit: „Natuurlijk merken we dat we een korte voorbereiding hebben gehad. We hebben wat meer tijd nodig om alle systemen erin te krijgen. Het is niet te vergelijken met de lange periode die we hadden in de aanloop naar de Olympische Spelen.”

De eerste ervaringen met Maugeri – ex-bondscoach van Italië – zijn volgens de speelsters goed. „Hij is erg gepassioneerd”, zegt Smit. „Maar dat is voor ons wel goed. Wij zijn vaak te rustig.”

    • Rob Schoof