Harde lessen Chinese economie

De moord op een manager in de noordoostelijke provincie Jilin voorziet in een griezelig lesje Chinese economie. Chen Guojun werd doodgeslagen, nadat hij de arbeiders van Tonghua Steel had verteld dat het werknemersbestand met meer dan 80 procent zou worden teruggebracht na een sluipende overname door concurrent Jianlong, aldus het staatsdagblad China Daily.

De details zijn verre van duidelijk. Volgens officiële bronnen ging het om drieduizend relschoppers – maar het Informatiecentrum voor de Mensenrechten en de Democratie uit Hongkong houdt het op het tienvoudige daarvan. Uit het incident komen de motieven achter een groot deel van het economisch beleid van de Chinese Staatsraad naar voren. Het voorkomen van arbeidsonrust is prioriteit nummer één in China.

Een laag arbeidszekerheidsniveau en een gebrekkig arbeidsrecht kunnen kleine opstootjes doen omslaan in grootschalige onrust. Maar dat is niet de enige oorzaak van de ongeregeldheden. Bij rassenrellen in de provincie Xinjiang zijn eerder deze maand 197 mensen omgekomen. Hoewel de directe aanleiding een economische was, heeft de grote inkomensongelijkheid in de regio de gemoederen waarschijnlijk opgehitst.

De grote zorg is de stijgende werkloosheid. Volgens officiële cijfers bedraagt de werkloosheid in de steden 4,3 procent, maar daarmee wordt het probleem geen recht gedaan. De Chinese cijfers laten iedereen buiten beschouwing die niet geregistreerd staat als werkloos, evenals 23 miljoen werkloze migrantenarbeiders van het platteland, zoals die door het Nationaal Bureau voor de Statistiek zijn geteld. Met hen erbij stijgt de werkloosheid naar 8 procent.

Maar zelfs dat cijfer kan te laag zijn. Het ziet de migrantenarbeiders over het hoofd die sinds december op straat zijn gezet, en negeert de endemische verborgen werkloosheid. Het werkelijke cijfer zou wel eens boven de 20 procent kunnen liggen, aldus onderzoek van de Universiteit van Renmin. Het aantal werkzoekenden dat bij de officiële gegevens zou moeten worden opgeteld is echter onmogelijk te becijferen.

Als de rest van de wereld naar China kijkt, doemt een aanstaande supermacht op die nu al de grondstoffenmarkten domineert en 2.000 miljard dollar aan buitenlandse reserves kan uitgeven. Vanuit het gezichtspunt van Peking ziet de wereld er heel anders uit. Een kwakkelende exportsector dreigt de werkgelegenheid te laten ontsporen.

De regering probeert de schade te beperken met een beleidsmix, die naast een zwakke munt bestaat uit subsidies voor niet winstgevende bedrijven, belastingvoordelen, en een oproep om vooral ‘lokale producten’ te kopen. Buitenlanders zijn over het algemeen ongelukkig over deze inspanningen, maar er is vermoedelijk niemand die graag naar Jilin zou willen gaan om uitleg te geven.

John Foley

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com