Ex-bodyguard moet het verschil maken

De nieuwe Bulgaarse premier Borisov benoemde experts in zijn regering. Dat stemt critici hoopvol over een nieuwe aanpak van fraude en corruptie.

Hoopvol, misschien zelfs optimistisch. Zo omschrijft Antoinette Primatarova de stemming in Bulgarije (acht miljoen inwoners) nu de nieuwe centrum-rechtse minderheidsregering van Bojko Borisov gisteren de steun heeft gekregen van het parlement. „Of dat optimisme gerechtvaardigd is, moeten we afwachten. Maar het goede nieuws is dat de vorige, lethargische regering is vervangen door een kabinet dat wel bereid is werk te maken van de integratie in Europa”, zegt Primatarova, voormalige Bulgaars ambassadeur bij de Europese Unie, nu specialist Europese zaken bij de onafhankelijke denktank Centre for Liberal Strategies in Sofia.

De partij die Borisov (50) – een voormalig brandweerman en bodyguard die het schopte tot burgemeester van Sofia – een paar jaar geleden oprichtte, heet ‘Burgers voor een Europese Ontwikkeling van Bulgarije’ (GERB). Met zijn keuzes voor nieuwe ministers lijkt hij die naam waar te maken, aldus Primatarova. „Veel namen zijn niet zo bekend bij het grote publiek, maar ik was aangenaam verrast door enkele van zijn keuzes. Die zijn echt veelbelovend.”

Op de belangrijkste departementen zette Borisov ministers neer zonder veel politieke ervaring, maar wel experts in hun gebied. Openbaar aanklager Margarita Popova (53), de nieuwe minister van Justitie, kreeg zowel in Brussel als Sofia lof voor haar bestrijding van de fraude met EU-gelden. Simeon Djankov (39), Financiën, maakte carrière bij de Wereldbank als specialist in overgangseconomieën en economische crises. Ook de ministers van Economie, Binnenlandse Zaken en Buitenlandse Zaken komen van buiten de politieke elite.

Het is een bewuste keuze van Borisov om de breuk met de vorige driepartijencoalitie scherp te stellen. Die coalitie, geleid door de sociaal-democraten, ging ten onder aan politieke spelletjes en maakte volgens Brussel onvoldoende werk van de strijd tegen corruptie en georganiseerde misdaad.

Bulgarije, EU-lid sinds 2007, werd voor die laksheid herhaaldelijk op de vingers getikt door de Europese Commissie. Die schrapte 220 miljoen euro aan subsidies en bevroor nog eens 340 miljoen. „Maar de vorige regering was erg verdeeld over de Europese kritiek. Het kabinet vond de kritische Europese rapporten niet altijd terecht en verweet Brussel ook een ‘dubbele standaard’. Sommigen vonden de rapporten zelfs positief omdat het land nooit echt werd gestraft”, aldus Primatarova. „En dan gebeurt er weinig tot niets.”

Of er nu plots wel veel gaat gebeuren kan Primatarova niet voorspellen, „maar er is in de benadering wel een U-bocht gemaakt. Deze regering lijkt erg gemotiveerd om de fraude aan te pakken en de financieel-economische crisis te lijf te gaan. Ook de plannen om het energiebeleid anders aan te pakken, vind ik prima. Door het vorige kabinet werden we bijna voor 100 procent afhankelijk van Rusland voor energie. Het lijkt me verstandig om dat om te gooien.”

Ognjan Mintsev, directeur van het Instituut voor Regionale en Internationale Studies in Sofia en een van de bekendste volgers van de Bulgaarse politiek, riep in een opiniestuk op de website van het German Marshall Fund op tot een regelrechte „oorlog tegen fraude en misdaad”. Alleen dat kan het vertrouwen van de bevolking in de politiek herstellen, meent hij.

Toch vreest hij dat Borisov zal kiezen voor een gemakkelijker weg: het voor de rechter brengen van enkele al dan niet politieke figuren. Dat soort processen krijgt veel aandacht in de media, maar de structuur van oligarchen die na de val van het communisme twintig jaar geleden op illegale wijze de (economische) macht in handen kreeg, wordt niet aangepakt.

Oud-ambassadeur Primatarova geeft Borisov het voordeel van de twijfel. Toch heeft ook zij kritiek op de nieuwe premier. Dat hij een van zijn vrienden, voormalig medewerker van de geheime dienst Bojidar Dimitrov, benoemde tot minister zonder portefeuille met een onduidelijke taak, vindt ze niet bepaald een voorbeeld van politieke vernieuwing.

Ook de steun aan de regering van Ataka, een extreem-rechtse nationalistische partij, kan haar goedkeuring niet wegdragen. Behalve Ataka steunen nog twee andere niet-regeringspartijen, de centrum-rechtse Blauwe Coalitie en de rechts-populistische Partij voor Orde, Wettelijkheid en Recht (RZS), de regering-Borisov.

Dat Borisov koos voor een minderheidsregering (zijn GERB won op 5 juli 116 van de 240 zetels) kan volgens analisten in het begin wel een voordeel zijn, om snel kordate beslissingen te nemen. Maar dat kan snel omslaan als het kabinet aan populariteit verliest of de kleinere partijen zich gaan profileren in de aanloop naar verkiezingen, vrezen Mintsev en Primatarova. RZS heeft al aangekondigd dat Borisov „zes maanden krediet krijgt”. Primatarova waarschuwt: „Na de val van het communisme hebben we één keer een minderheidsregering gehad. Die heeft het tien maanden uitgehouden.”

Voor Bulgarije staat veel op het spel. Het land verwacht in de tweede jaarhelft een economische terugval met 7 tot 10 procent. In het voorjaar van 2010 hoopt de nieuwe minister van Financiën dankzij bezuinigingen in de publieke sector een lening bij het Internationaal Monetair Fonds los te weken. Over twee jaar wil hij Bulgarije klaar hebben voor toetreding tot de eurozone.

Maar eerst wacht de aanpak van de corruptie. Als Borisov daarin faalt, dreigt een deel van elf miljard euro aan Europese steun al in het najaar opnieuw bevroren of helemaal geschrapt te worden. „En de kleinste tegenvaller kan het optimisme dat nu leeft snel doen omslaan in defaitisme”, vreest Primatarova.