Effect van beurskoers

Negen achtereenvolgende dagen is de Nederlandse aandelenbeurs nu met winst gesloten. Dat is zeldzaam. De koersen zijn sinds het begin van deze reeks gemiddeld met eenzevende gestegen en de stemming zit er nog goed in. Vorige week donderdag brak het Dow-Jonesgemiddelde in de Verenigde Staten voor het eerst sinds januari van dit jaar door de 9.000 punten. De AEX-index staat nu ruim 13 procent hoger dan het begin van dit jaar en verloor in de afgelopen elf handelsdagen niet eenmaal.

De zonnige stemming op de beurzen doet terugdenken aan de ‘campinghausse’ van de zomer van 1997 toen de opkomende klasse van kleine beleggers haar orders plaatste. Aan de horizon tekende zich een door internet en de ‘nieuwe economie’ veranderende toekomst af. De beurzen konden kennelijk alleen maar omhoog, en het werd de tijd waarin allerlei nieuwe producten, van beleggingshypotheek tot aandelenlease, massaal in de markt werden gezet.

Hoe dat is afgelopen is bekend. De AEX-index staat, zelfs na de recente elfdaagse veldtocht, nog steeds lager dan tijdens die zomer van 1997. De piek die in september 2000, op boven 700 punten, werd bereikt kwam nooit meer terug. De kopers van de lease- en woekerproducten eisten hun geld op en als gevolg van de kredietcrisis is de hele financiële sector inmiddels in diskrediet geraakt. Oude steunpilaren van de economische wetenschap wankelen. Als de kredietcrisis, en de lange opmaat daar naartoe, iets heeft aangetoond dan is het wel dat de financiële markten niet altijd rationeel zijn. De markten hebben niet op elk willekeurig moment alle beschikbare informatie verwerkt. En de deelnemers op de markt zijn geen koelbloedige, berekenende actoren waar de economische wetenschap ze jarenlang voor hield.

De hypothese van de ‘efficiënte markt’ is dus toe aan groot onderhoud. En dat geldt ook voor het rationele model van de burger-consument-belegger. Gedragsonderzoek speelt een steeds grotere rol in de economische wetenschap. Dat is een goede ontwikkeling. En het maakt tegelijk duidelijk dat de financiële markten niet de onaantastbare, objectieve maatstaf zijn waarvoor ze lang zijn versleten. Dat geldt ook voor de betekenis die zij hebben voor de economische conjunctuur. Stijgende koersen zijn gunstig: voor de beleggingen van individuen, voor de pensioenfondsen, voor de algehele stemming – om maar een paar aspecten te noemen.

Maar hoewel ze de economie dus wel beïnvloeden, moet aan de beurzen geen al te grote voorspellende kracht worden toegedicht. Op de aandelenbeurzen zag men de enorme, historische economische recessie van het najaar van vorig jaar vrijwel niet aankomen. De beurskoersen gaven rond de vorige eeuwwisseling een overdreven beeld van de invloed van internet en de nieuwe technologie door tientallen jaren van bovenmaatse winstgroei te suggereren. Wat van die voorspellende gaven terecht is gekomen weten we nu. Weinig.

De recente stijging van de beurzen is welkom. Maar al te veel betekenis kan er maar beter niet aan worden gegeven.