Daniel Kehlmann valt regisseurstoneel aan

In zijn openingsrede zaterdag op de Salzburger Festspiele heeft schrijver Daniel Kehlmann een relletje veroorzaakt door een felle aanval te doen op het regisseurstoneel. Deze vorm van experimenteel theater, waarin de enscenering een belangrijke rol speelt, is sinds de jaren zeventig dominant in zowel het Duitstalige als het Nederlandstalige theater.

De Duits-Oostenrijkse Kehlmann (1975) die vier jaar geleden de bestseller Het meten van de wereld schreef, is de zoon van regisseur Michael Kehlmann, die hij in zijn rede op het belangrijke Oostenrijkse festival herdenkt. Volgens hem was zijn vader, als dienende, conventionele regisseur, slachtoffer van de opkomst van het regisseurstoneel. Kehlmann vindt dat experimentele regisseurs het publiek wegjagen: „Waarom altijd videowanden en spaghetti eten, waarom wordt er altijd iemand met iets besmeurd? Waartoe al dat gesjor en dat geroutineerd hysterisch gegil? Wordt zulks van staatswege voorgeschreven?” Regisseurs moeten zich dienstbaar opstellen: „Als de schrijvers op de achtergrond raken, eisen de regisseurs een sterrenstatus op. ‘Wij zijn de ware auteurs’ roepen ze, en wanen zich geniale scheppers.”

Van diverse theatercritici kreeg Kehlmann stevige repliek. Volgens de Frankfurter Rundschau is met Kehlmanns polemiek de „reactie” in Salzburg teruggekeerd: „Niemand morde, niemand riep boe, iedereen klapte, velen enthousiast. Deze toespraak is een schoolvoorbeeld van dom reactionair denken, even gespeend van argumenten als geladen met wrok. Hij stelt zich kinderachtig op, niet zozeer in demagogenkleed alswel in kinderpyjama.” Kehlmann zou de „kleinburger in de rol van kunstrechter” plaatsen.

De Süddeutsche Zeitung hekelt de „onaangename wijze” waarop Kehlmann persoonlijke rancune en eigen ervaring tot een mening verheft. Die Welt stelt: „apodictische oordelen zijn altijd fout.”