Bad Bentheim: Bad, bos, burcht en steen

Deze zomer overnacht nrc.next wekelijks in een plaats die je op weg naar je vakantie alleen maar passeert.

De tussenstop wordt eindstation. Vandaag: Bad Bentheim.

Bad Bentheim, op de toren van het kasteel Bentheim, 18 juli om 11.44 uur. Foto Anke van Iersel Bad Bentheim: Bad, bos, burcht en steen Tips voor een verblijf van 24 uur in de Duitse stad, geliefd onder toeristen, niet onder jonge kerels Foto Anke van Iersel Jongen in Bad Bentheim op de tonen van het kasteel Bentheim. 18 juli 11.44 uur Iersel, Anke van

De pret begint in de internationale trein naar Berlijn, waar je ter hoogte van Duivendrecht in de Bordbistro al een mooi getapte Hefe Weisse kunt bestellen, in heuse Deutsche Bahn-glazen. Daar begint ook de weemoed. De herinnering aan al die keren dat ik naar Berlijn toog.

Stuiterend, om de Love Parade te bezoeken.

Zwaar bepakt, op doorreis naar Oost-Europa.

Zenuwachtig, op weg naar mijn toenmalige geliefde.

IJkpunt tijdens de reis is altijd Bad Bentheim. Omdat de trein daar precies tien minuten stil staat om van personeel en locomotief te wisselen. In die tien minuten kun je de Duitse bodem kussen, zonder paspoort ruziën met de grenswacht over het Verdrag van Schengen en waarnemen hoe douaniers met herdershonden alleen mensen met donkere huidskleur fouilleren. Bovenal is Bad Bentheim De Enige Plek Waar Je Onderweg Kunt Roken, ruim twee uur na vertrek uit Amsterdam en bijna vier uur voor Berlin Hauptbahnhof. Lieu de mémoire dus.

Maandag, 15.18 uur

Ik stap uit. De driegaats perronprullenbak die glas, papier en restafval scheidt, de biologische stationskiosk, het uitzicht op vakwerkhuizen: alles hier ademt Duitsland. Vooraf leerde ik op internet dat Bad Bentheim, behalve een stationnetje en 15.000 inwoners, vier kwaliteiten heeft: bad, bos, burcht en bouwsteen. In willekeurige volgorde.

16.00 uur

Het Kurhaus Hotel, dat eerder Otto von Bismarck en keizer Wilhelm I te bedde legde, ligt even buiten het stadje te midden van loofbomen. Om het hotel staan klinieken waar je je kunt laten behandelen voor huidaandoeningen en reumatiek. Driehonderd jaar geleden werden hier geneeskrachtige zwavelbronnen ontdekt. Sindsdien is de plaats een erkend ‘heilbad’. In het licht gezouten zwemwater (naar verluidt goed voor huid en botten) van het buitenbad dobberen gezette badgasten, in alle tinten grijs. Begeleid door onderwatermuziek babbelen geparfumeerde dames over kwaaltjes, bij voorkeur die van anderen. Over de verkoudheid van Maria, de psoriasis van Irmgard. De een gaat over de tong omdat ze haar ziekte zou verwaarlozen, een ander wordt hypochondrie verweten. In het therapiebad gymnastieken reumapatiënten op gummi waterschoenen. Tussen de baden verplaatst men zich met behulp van rolstoelen en krukken.

18.00 uur

Op naar het stadje met middeleeuws stratenpatroon, oneffen keitjes, trappetjes. Hoewel het warm is, en etenstijd, zijn de terrassen uitgestorven. Op straat is het zo stil, dat je binnen de televisies hoort. Alleen het terras van uitspanning Alter Bismarck zit vol. De clientèle: gutbürgerliche Duitsers, zestig-plus. Dresscode: witte broek, bonte blouse, gezonde sandalen. De meeste Duitse echtparen eten zwijgend hun smakelijke Salzkartoffeln, Bratkartoffeln en Kartoffelknödel, met gezellige bieslookgarnering. Alleen al vanwege hetgeen Duitsers met aardappels kunnen, is dit land een bezoekje waard.

Dat weten de hoogblonde Hollanders, uit Hengelo, die de bediening gewoon in het Nederlands aanspreken en in dezelfde taal worden beantwoord. In Bad Bentheim kun je frikadellen bestellen en bieden makelaars vrijstaande familiehuizen – voor nog geen ton – aan in je moerstaal.

23.00 uur

Het nachtleven. Is er niet. Geen club, zelfs geen bar-dancing. Alleen op het terras van café Alte Museum, zitten in het donker nog vier stamgasten achter grote pullen pils. Ze zijn hier geboren en willen nooit meer weg. Want Bentheim heeft dankzij haar bodemschatten (olie, zandsteen) genoeg werk, zeggen ze, en ook heus hoogtepunten: het jaarlijkse gourmetweekeinde bijvoorbeeld. Daarbij trekt het toerisme aan. Maar, na enkele ronden kruidenbitter geeft Björn Bayer (40) het toe: als de Duitse spoorwegen niet andere rails zouden hebben dan de Nederlandse, zou het station al lang zijn verdwenen. Bentheim ist tod, bekennen ze.

Dinsdag, 09.00 uur

Bad Bentheim ligt in de uitlopers van het Teutoburger Wald. Bij het kuurcomplex begint een wandelroute, of Walderlebnispfad, om precies te zijn. Hier kun je op „onderhoudende en speelse wijze meer over het thema bos te weten komen”. Er is een soort speurtocht, met vragen (welke functie heeft een bos?) en doedingen (zoals de boomxylofoon). In de verspringbak leerde ik dat ik verder kan springen dan een wild zwijn (2 meter), maar niet zo ver als een vos (3,5 meter).

11.00 uur

Leuker is: fietsen door het glooiende Münsterland. Vlakbij begint de Dinkelroute (35 kilometer), langs vennetjes, zandstenen molens, en zandsteengroeves. En een funkelnagelneu vakantiepark, van honderden identieke barbiehuizen. Onderweg kun je in verwilderde weitjes aardbeitjes plukken. Er zijn springbalsemienen en koolwitjes. Veel mollen en merels, maar weer geen jonge kerels.

14.00 uur

Grote trots van Bad Bentheim is de zandstenen burcht, die uit de twaalfde eeuw dateert en vanuit de wijde omtrek zichtbaar is. Jacob van Ruysdael legde het kasteel in de zeventiende eeuw vele malen vast. Het is een burcht uit kinderboeken, die met ridders en prinsessen. Een ouderwets klauterkasteel, waar je ondergronds fijn kunt (ver)dwalen.

Honderdvijftig jaar geleden zat er nog geboefte opgesloten in zijn kerkers. Nu staat er ‘drol’ op de metersdikke celmuren. Bovenin zijn deftige, laatnegentiende-eeuwse kamers met hertengeweien, houten lambriseringen en boekenkasten die meer kast zijn dan boek. Er staan vitrines met maliënkolders en vergeelde foto’s van koningin Emma en de jonge Wilhelmina, die warme contacten onderhielden met de vorsten van Bentheim-Steinfurt. Familie van de zesde graaf woont nog in de burcht. Het bos rond Bad Bentheim is privébezit van de familie.

15.00 uur

Achter de burcht ligt een leuk zandsteenmuseumpje. Het is lekker geologisch, met proefjes en fossielen. De moderne zandsteenkunst moet je voor lief nemen. Hier leer je hoe deze bodemschat het stadje in de vijftiende eeuw groot maakte, toen het zandsteen naar Oost-Friesland en over de Vecht naar het westen werd vervoerd. De bouwstenen zijn onder meer terug te vinden in het Amsterdamse Paleis op de Dam.

Maar na 24 uur van zandsteen is het wel welletjes. „Zandsteen blijft zandsteen”, verzucht een museumbezoeker.

    • Leonie van Nierop