Allochtonen volgen vaker hbo-onderwijs

Het aantal allochtonen dat een hbo-opleiding volgt, is in tien jaar verdubbeld. De stimuleringsmaatregel van de overheid is een succes, staat in een rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP).

In 1996 volgde nog 15 procent van de Turkse en Marokkaanse jongeren een hbo-opleiding. Drie jaar geleden was dat gestegen naar ongeveer 40 procent. Bij de Surinaamse jongeren steeg dit aantal van 30 procent naar 50 procent. Uitzondering zijn de Antillianen, die in deze tien jaar nauwelijks vaker naar een hbo-opleiding gingen. Bij autochtone Nederlanders steeg het percentage licht.

In het rapport Making up the Gap is de onderwijsdeelname van jongeren met een niet-westerse achtergrond in de leeftijd van 0 tot 20 jaar onderzocht. Een belangrijke oorzaak voor de groei is de stimulering vanuit de regering om door te stromen van een mbo-opleiding naar een hbo-studie.

Ook het stapelen in een vroeger stadium – van opleidingen binnen het middelbaar onderwijs: van mavo, naar havo en eventueel vwo – wordt veel gedaan door allochtone jongeren. Bovendien wordt het bestrijden van schooluitval als een positieve maatregel van de regering genoemd door het SCP.

Toch zijn allochtone jongeren nog steeds minder succesvol in middelbaar en hoger onderwijs dan autochtone jongeren. Ze doen langer over hun studie en maken minder vaak hun opleiding af. Daar waar ruim 70 procent van de autochtone studenten binnen zeven jaar afstudeert aan het hoger onderwijs, slaagt slechts 50 procent van de allochtone jongeren in dezelfde periode.

In 2008 was 16 procent van de Nederlandse jongeren migrant van niet-westerse achtergrond.

Lees het SCP-rapport op nrc.nl/binnenland