Zijn grote probleem is dat hij te weinig vijanden heeft

Martien Kromwijk, de baas van woningcorporatie Woonbron, gelooft dat hij mensen kan helpen. Soms tegen de klippen op, zoals bij de ss Rotterdam. „Hij duikt niet weg.”

Martien Kromwijk overleefde kritiek op de dure verbouwing van de ss Rotterdam. In september opent het hotel-, theater- en congrescentrum. Foto NRC Handelsblad, Leo van Velzen Rotterdam, 02-07-09. Martien Kromwijk, voorzitter raad van bestuur Woonbron, bij de ss Rotterdam. Foto Leo van Velzen NrcHb Velzen, Leo van

Het Bodegraafse gemeentebestuur was amper geïnstalleerd of de eerste aanval op het college was een feit. De CDA-wethouder leek verdacht veel op een Franse monarch, betoogde fractieleider Martien Kromwijk van de brutale nieuwkomer in de lokale politiek, Beter Bodegraven. Het enige verschil? De Franse koning erkende zijn verlies na de bestorming van de Bastille op 14 juli 1789. De wethouder negeerde de wil van het volk en regeerde „gewoon door” in het Zuid-Hollandse kaasdorp.

Vijftien jaar later is Kromwijk (50) zelf het mikpunt van kritiek. Hij zou, als bestuursvoorzitter van woningcorporatie Woonbron, zijn hand hebben overspeeld met de ss Rotterdam. De kosten van de verbouwing van dit cruiseschip zijn fors opgelopen: van 25 naar 200 miljoen euro. „Wanbeleid”, meent Tweede Kamerlid Paulus Jansen (SP). Mede op aandringen van een Kamermeerderheid staat Woonbron sinds december vorig jaar onder curatele van de overheid. Terwijl uitgerekend Kromwijk gold als schoolvoorbeeld van de maatschappelijk geëngageerde corporatiedirecteur. Projecten van Woonbron – met ruim 50.000 woningen in Rotterdam en omgeving een van de grotere corporaties – om achterstandswijken te revitaliseren trokken aandacht in binnen- en buitenland.

Het omstreden stoomschip ligt aan de zuidzijde van het Rotterdamse schiereiland Katendrecht, waar het een tweede leven moet krijgen als hotel, theater, congres- en opleidingscentrum. Zo zou de probleemwijk een impuls krijgen. Ondanks alle ophef zegt Kromwijk nog altijd in een goede afloop te geloven. „Het verhaal klopt gewoon.” Toch is de officiële opening opnieuw uitgesteld. Niet vandaag , maar pas in september gaan de deuren open voor het publiek.

Als er één ding is dat Kromwijk kenmerkt dan is het lef, zeggen zij die hem kennen. Plus een grote dosis maatschappelijke betrokkenheid en vernieuwingsdrift. Zelf zegt hij: „Ik bedenk nooit iets zelf, alles gebeurt na interactie met anderen. Ik ben in staat om lef en creatieve energie aan te boren. Dat beschouw ik als mijn grootste kracht.” Onder het Woonbron-logo prijken de woorden: denkt, durft, doet. Een adagium dat Kromwijk op het lijf geschreven lijkt.

In zijn woon- en geboorteplaats Bodegraven tilde de oud-economiestudent in 1993 de protestpartij Beter Bodegraven van de grond. Doel: de macht van het regenteske CDA-bolwerk doorbreken. Anton Rijnbeek (70), nota bene een oud-raadslid namens het CDA, liet zich overhalen mee te doen. „Ik wilde eigenlijk niet, ik was de politiek zat, maar tegen Martien zeg je niet zo makkelijk nee. Hij heeft een enorme overtuigingskracht.” Ook al was het Kromwijk die hem in de jaren zeventig op de korrel had genomen. „Hij schreef destijds scherpe columns onder een schuilnaampje in de plaatselijke weekkrant De Kroniek. Als lid van de gevestigde orde was ook ik regelmatig aan de beurt, zonder dat het ooit vilein werd. Ik vond het wel geestig.”

Kromwijk was destijds lid van de PPR, die was opgericht door progressieve katholieken. Later schoof hij op naar de PvdA. Om in 1993 een eigen partij op te richten, die beoogde het geld voor een derde brug over de Oude Rijn aan onderwijs, sport en jongeren te besteden. Hij won vijf raadszetels. „Intellectueel was hij iedereen de baas”, zegt Rijnbeek, die voor Beter Bodegraven twee jaar (1998-2000) wethouder was. „Martien presteerde het om tijdens raadsdebatten scherp te interrumperen, en tegelijkertijd een rapport voor Woonbron te schrijven.”

Bij zijn afscheid, begin 1999, constateerde Kromwijk dat zijn missie grotendeels geslaagd was: de lokale politiek was transparanter geworden. Met dank onder meer aan een door hem geïntroduceerd spreekuur voor kiezers. In 2006 smeedde hij als informateur het eerste CDA-loze college: Beter Bodegraven, PvdA, ChristenUnie.

Hoewel Rotterdam zijn voornaamste werkterrein is en Kromwijk zichzelf typeert als „een genetisch gemanipuleerde Rotterdammer” is de band met Bodegraven nog altijd intact. Hij woont daar, vlakbij het ouderlijk huis. In een, aldus Rijnbeek, „bescheiden en onopvallend huis, waar de rookstoel van zijn grootouders nog in de woonkamer staat”.

Kromwijk komt uit „een klassiek katholiek boerengezin” met negen kinderen, vertelt zijn zeven jaar oudere broer Jan: zes jongens, drie meisjes. Martien is de middelste, en lid van de Katholieke Plattelands Jongeren. Jan Kromwijk: „Hij viel niet op, maar had al vroeg een politieke mening; bij een kop thee kon hij fel uit de hoek komen.” Zijn jongere broer doet vervangende dienstplicht en gaat „jarenlang keurig naar de kerk, totdat hij het als tiener op gegeven moment wel gezien had”.

Zijn studie economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam combineerde Kromwijk met een baan als regioverslaggever bij de Rijn en Gouwe. Terwijl veel medestudenten een carrière in het bedrijfsleven ambieerden, koos hij voor de publieke sector. Eerst als beleidsmedewerker bij het Intergemeentelijk Overlegorgaan Rijnstreek, daarna bij het ministerie van VROM en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Overal was hij bezig met volkshuisvesting en ruimtelijke ordening. In 1990 volgde de overstap naar de corporatiesector.

Kromwijk gelooft hartstochtelijk in de maatschappelijke rol van woningbouwverenigingen. In Aedes-Magazine, het blad van de koepelorganisatie van woningcorporaties, verdedigde hij vorig najaar de stelling dat Den Haag niet meer de sociaal-maatschappelijke kwaliteit van Nederland bepaalt. „De werkelijke sociaal-maatschappelijke kwaliteit [...] wordt bepaald door de civil society, met daarbinnen een dominante rol voor maatschappelijke instituties als ziekenhuizen, zorginstellingen, universiteiten, scholen en corporaties. De kennis, vaardigheden en directe aanwezigheid in de maatschappij van deze partijen overstijgt de betrokkenheid van de overheid. Deze heeft – alleen al vanwege haar democratische legitimatie – nog steeds een heel belangrijke functie, maar is al lang niet meer de hoofdleverancier van sociaal-maatschappelijke kwaliteit.” Deze visie verklaart volgens betrokkenen deels zijn gedrevenheid.

Vanaf 1995 kregen woningcorporaties veel meer eigen verantwoordelijkheid toen de financiële relatie met de rijksoverheid werd doorgeknipt: de operatie staat bekend als ‘brutering’, waarbij toekomstige subsidies werden weggestreept tegen uitstaande schulden. Sindsdien moeten corporaties hun eigen broek ophouden. Kromwijk gold al snel als de meest vooruitstrevende bestuurder: hij probeerde met zijn woningcorporatie een rol te vervullen als maatschappelijke onderneming.

Indruk maakte hij vooral in de Rotterdamse deelgemeente Hoogvliet, die in 1991 van toenmalig burgemeester Bram Peper het stempel „Nederlands eerste no-go-area” opgeplakt kreeg. Zeven jaar later ontwierp Woonbron de grootste binnenstedelijke herinrichting van Europa: bijna eenderde van de woningvoorraad (5.000 van de 17.000 woningen) werd gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Het was snijden in eigen vlees, constateert oud-wethouder Marco Pastors van Leefbaar Rotterdam. „Je moet maar durven; goede woningen – dus eigen bezit – afbreken omwille van het evenwicht en de leefbaarheid. Kromwijk heeft het als eerste in Nederland aangedurfd.”

Anno 2009 is Hoogvliet zelfs geen Vogelaarwijk. Met dank ook aan de ‘vitale coalities’ die Kromwijk sloot met verschillende partijen, van lokale ondernemers en onderwijsinstellingen tot buurtbewoners en sportverenigingen. Woonbron is ook een van de vijf corporaties waarmee de gemeente Rotterdam drie jaar geleden het Pact op Zuid ondertekende: in tien jaar 1 miljard euro extra investeren om verder afglijden van de zuidelijke Maasoever te voorkomen.

„Wat ik interessant vind aan Kromwijk is dat hij constant op zoek is naar nieuwe gezichtspunten”, zegt André Ouwehand van Onderzoeksinstituut OTB van de TU Delft. „Hij is heel enthousiast voor langlopende onderzoeksprojecten en kennisontwikkeling. Daar komen woningcorporaties zelden aan toe.”

Bestuurder Jim Schuyt van woningcorporatie Alliantie: „Kromwijk is zeker een vernieuwer in de brede taakopvatting die hij voor corporaties ziet: het emanciperen van mensen en dus niet bij stenen alleen.” Volgens directeur Lex de Boer van volkshuisvestingsdenktank SEV is Kromwijk om die reden zelfs „de eerste corporatiedirecteur die valt in het rijtje grote volkshuisvestingsvernieuwers zoals Jan Schaeffer en Enneüs Heerma.” Oud-minister Sybilla Dekker (VROM, VVD), die zich als bewindsvrouw sterk maakte voor de woningcorporatie als maatschappelijke onderneming, noemt Kromwijk als een van de corporatiebestuurders „bij wie mijn staf wel eens iets toetste over mogelijke beleidsplannen”. In 2006 ruilde zij met Kromwijk bij wijze van experiment voor één dag van baan.

Het typeert Kromwijk ook als een behendige netwerker. Ook lijsttrekker Pastors van Leefbaar Rotterdam maakt deel uit van die kennissenkring. Ze lunchen regelmatig samen. Wat hen bindt? Pastors: „Het besef dat Rotterdam met ‘normaal’ beleid niet te redden is. Deze stad is zo complex, alle problemen snijden hier zo diep, dat onorthodoxe maatregelen nodig zijn.” Hij noemt Kromwijk dan ook „een van mijn medestanders, omdat hij over de eigen schutting durft te kijken en zich niet verschuilt achter regels”.

CDA-onderwijsbestuurder Piet Boekhoud herkent zich in die woorden. Hij was in 2004 met Kromwijk een van de oprichters van de Münchhausenbeweging: een sociëteit waar beslissers elkaar helpen concrete gevallen op te lossen. Boekhoud: „Een dakloze tienermoeder of iemand anders, je móét helpen”. Kromwijk en hij zijn sparringpartners. „Wat onderwijs is voor mij, is vastgoed voor hem; met wonen kan je mensen helpen. Dat is de rode draad in zijn denken en doen.”

Is Kromwijk met de ss Rotterdam in het mes van zijn eigen idealisme gelopen? Begin dit jaar bood hij publiekelijk excuses aan: de sector had imagoschade geleden. „Hij heeft in zijn arrogantie te weinig tegenvuur gehad”, meent SP’er Jansen. Kromwijk heeft volgens hem „een sociaal hart, maar zijn ego is nog groter”. Oud-minister Dekker denkt dat Kromwijk „het evenwicht tussen ondernemerschap en maatschappelijke opgave niet goed heeft bewaard”. Emeritushoogleraar Hugo Priemus noemt de ss Rotterdam „de enige zwarte vlek op een verder prachtig blazoen” van Kromwijk. „Mijn standpunt is steeds geweest dat woningcorporaties geen verstand hebben van zaken als schepen en vliegtuigen.”

Dekker vindt dat Kromwijk consequenties had moeten trekken. „Het kan niet zo zijn dat alleen de raad van commissarissen aftreedt. In ondernemersland is het normaal om uit nare feiten je conclusies te trekken.” Of hij elders in de volkshuisvesting zou moeten kunnen werken? „Absoluut. Daar kan hij door zijn betrokkenheid en bevlogenheid een bijdrage aan leveren. Alleen moet je je afvragen of het ondernemerschap bij Kromwijk past.”

Ook Pastors is kritisch. „Dat hele ss Rotterdam-verhaal is goedbedoeld, maar slecht ingestoken en uitgevoerd. Dat verwijt kan je hem maken, al beseft hij dat zelf ook.” Kromwijk heeft één probleem, stelt Pastors: „Hij heeft te weinig vijanden. Hoewel die nu als ratten onder de stoeptegels vandaan kruipen.” Boekhoud: „Martien had dat schip vooraf beter moeten afkaarten met de politiek.” Zijn eigen Albeda College levert overigens 475 studenten die werkervaring op gaan doen op het schip.

Kromwijk blijft onverstoorbaar. Rust en inspiratie vindt de fanatieke hardloper onder meer in het boeddhisme. Het evenwicht tussen werk en rust is hem heilig. Ooit belde hij de vrouw van een bevriende collega met de mededeling dat haar echtgenoot het kalmer aan moest doen.

Zelf schroomt hij niet belangrijke afspraken af te zeggen, zegt Schuyt. „Woensdagavond is zijn volleybalavond. Als de minister dan belt voor een afspraak, dan kan Martien die avond dus niet. Knap, ik zou het niet kunnen, maar tegelijk ook dom. Dat was ook z’n insteek bij de ss Rotterdam: ik laat me er volstrekt niet vanaf brengen.” Of, zoals hoogleraar Priemus zegt: „Kromwijk is niet iemand die wegduikt.”

Goedgemutst begon de Woonbron-directeur begin deze maand dan ook aan zijn vakantie. „Tentje achterin en lekker met Ria op pad; we zien wel waar we uitkomen.”