Van een pot rucola kun je een hele zomer elke dag oogsten

Goedkoper eten kan ook op een leuke manier deze crisiszomer.

Vijf adviezen voor duurzamer, bewuster, consumptiegedrag.

Foto Lars van den Brink zomerserie Janneke Vreugdenhil, zel in je eigen voedsel voorzien Brink, Lars van den

Nee, ik heb geen klantenkaart. Nee, ik spaar ook geen zegels. De jongedame achter de kassa mompelt een bedrag, ik toets de vier cijfers van mijn pincode in, en daar stroomt drieënveertig euro en vijfenzestig cent van mijn bankrekening richting supermarktconcern. Over twee dagen zijn de appels en bananen, de broccoli, de melk, de pindakaas en de chocola op en sta ik hier weer.

Eten vormt – samen met andere lichamelijke driften als slapen en seks – de brede voet van de behoeftepiramide van Maslow. Toegegeven, voedsel is sinds lang geen louter fysiologische zaak meer. Eten anno nu raakt aan gebieden veel hoger in de behoeftehiërarchie. Aan status bijvoorbeeld, en zelfontplooiing.

Maar toch. Eten moet. Elke dag. Soms gaan er weken voorbij zonder dat ik erbij stil sta hoeveel die primaire behoefte kost. Maar de recessie woekert voort, wordt voelbaarder in het dagelijks bestaan. En steeds vaker schrik ik van het bedrag uit de mond van de kassajuffrouw.

Je zou het bijna vergeten door de huidige financieel-economische crisis, maar nog voor die losbrak was er sprake van een wereldwijde voedselprijzencrisis. Moeten we ons voorbereiden op een dubbele crisis? Wordt eten onbetaalbaar? Of kan het ook anders?

Misschien kunnen we die 18-maanden-bergluchtgedroogde-ham van het Spaanse zwartpootscharrelvarken voorlopig beter vergeten. Maar verder hoeft bezuinigen op eten heus niet vervelend of saai te zijn. Goedkoper eten kan ook op een leuke manier. Innovatief. Duurzaam. Hip zelfs.

Dat bewijzen bijvoorbeeld de succesvolle stadslandbouwprojecten in Engeland en Amerika. In (vaak kansarme) stedelijke wijken wordt steeds vaker braakliggend terrein omgetoverd tot groentetuin en fruitboomgaard. De oogst van deze stadsboerderijen wordt verdeeld onder wie meewerkt, en verkocht op de markt. Het levert vergroening van de stad op, en tegelijkertijd gezond, vers en betaalbaar voedsel voor haar bewoners.

Zoals in de vrijwel bankroete industriële stad Detroit, waar jonge tienermoeders bouwen aan een toekomst voor henzelf en hun kinderen. Door te werken op de schoolboerderij leren ze een vak, en wat goed eten is. In Nederland krijgen vergelijkbare initiatieven voet aan de grond. Zoals het project van Debra Solomon in Den Haag. Als het aan de kunstenares en foodblogger (culiblog.org) ligt, staat de Schilderswijk volgend voorjaar in bloei en kunnen er in het najaar pompoenen worden geoogst.

Maar hoe strak kan die broekriem zonder dat het pijn gaat doen? Hoe bespaar je op eten zonder dat het ten koste gaat van het dagelijks plezier? Die lijstjes met tips van het Nibud c.s. kennen we nu wel. ‘Maak een boodschappenlijstje.’ ‘Ga nooit boodschappen doen met honger.’ ‘Voer een vegadag in.’ Prima ideeën. Maar wel braaf.

Laten we het dus eens over een andere boeg gooien. Een beetje meer 2009. Een vleugje gezond verstand, een korreltje anarchisme, een gezonde dosis zelfredzaamheid en snuf gemeenschapszin. Vijf adviezen voor bewuster consumptiegedrag:

1Om te beginnen is zo’n dubbele crisis het ideale moment om af te rekenen met het Nederlandse idee- fixe dat eten niks mag kosten. Gemiddeld besteden wij zo’n 13 procent van onze consumptieve bestedingen aan voedings- en genotmiddelen. Zowel vergeleken met enkele decennia geleden, als met het bestedingspatroon van landen om ons heen, is dat bar weinig.

Advies 1 luidt daarom: koop minder laptops, en meer sperziebonen.

Uiteraard moet je ook weer niet meer sperziebonen kopen dan je nodig hebt. Volgens de Nota Duurzame Landbouw van minister Verburg gooit de Nederlandse consument jaarlijks ter waarde van zo’n 1,6 miljard euro voedsel weg. Goed voedsel. Zomaar in de vuilnisbak.

2Vandaar advies 2: koop precies genoeg.

Tot zover geen zweet.

3 Advies drie vergt al wat meer inspanning, maar is meteen ook een stuk lolliger dan boodschappen doen bij Albert Heijn: oogst uit de vrije natuur. Rozenbottels, rucola, waterkers, munt, brandnetels, daslook, paardebloembladeren, noten, cantharellen, morilles en boleten, bramen, vlier-, duindoorn- en bosbessen, hazen, konijnen, fazanten, zeekraal, paling, snoekbaars, mosselen en garnalen zijn allemaal gratis in de landschapssupermarkt.

Officieel is ‘verzamelen’ verboden maar wordt – vooral als het gaat over vruchten en planten – op veel plekken oogluikend toegestaan. Mits voor eigen, niet-commercieel gebruik en zonder de natuur te beschadigen.

Wie liever legaal te werk gaat, kan bij de gemeente toestemming vragen. (Katwijk heeft een bramenpluktraditie, waarvoor een zogenaamd ‘bramenbriefje’ wordt afgegeven.)

Voor vissen in binnenlandse wateren heb je een Kleine Vispas nodig (voor 9,50 euro te koop bij het postkantoor). ‘Legaal stropen’ is een contradictio in terminis, maar volgens de adviseur natuurbeheer van duinwaterbedrijf Dunea wil het gezag een enkele konijnenval nog weleens door de vingers zien. Voor het schieten van wild is niet alleen een jachtvergunning vereist, je moet ook toestemming hebben van de jachthouder.

Pas als beginnende jager-verzamelaar alsjeblieft wel op dat wat je oogst niet giftig is. Vooral dodelijke paddestoelen lijken verraderlijk veel op eetbare soorten. Koop dus een degelijke, geïllustreerde gids of doe een cursus, bijvoorbeeld bij de Slowfood-werkgroep Oogsten zonder zaaien (www.slowfood.nl).

Overigens, bij het woord natuur hoef je niet meteen aan de Drentse hei te denken. Ook in de stad is genoeg te vinden; kijk ter inspiratie eens hoe hardcore urbanibalisten dat doen op www.urbanibalism.org.

4Advies 4: verbouw je eigen groente en fruit. Dat hoeft niet meteen in de vorm van een complete moestuin. Van een pot rucola kun je de hele zomer dagelijks oogsten. Dat scheelt toch een flink aantal supermarktzakjes à 1.99 euro. Tomaten doen het ook prima in een pot op het balkon, net als de meeste kruiden. Voor piepkleine tuintjes is er de Vierkante Metertuin (www.dewiltfang.nl).

Voor het echte autarkische werk is er de moestuin. Voor (bijna) nop onbeperkt courgettes, sla en aardbeien van eigen grond. Wie geen tuin achter z’n huis heeft, kan een landje pachten op een volkstuinenproject. Dat hoeft niet duur te zijn, de prijzen variëren van 175 euro per jaar voor een zogenaamde nutstuin (75 - 150 vierkante meter, zonder huisje) en 550 euro voor een tuin van zo’n 300 vierkante meter met huisje-waar-overnacht-mag-worden.

Maar dan. Bedenk wel dat er gewerkt moet worden. Spitten, zaaien, wieden, dieven, oogsten, het kost handenvol tijd. En over oogsten gesproken, als het eenmaal zomer is, eet je sla en courgettes tot ze je oren uitkomen. Bovendien zijn sla en courgettes ’s zomers op de markt ook praktisch te geef. Dus wie zuiver economisch redeneert, en ook nog eens zuinig op z’n tijd moet zijn, kan zich wellicht beter aansluiten bij een buurtmoestuin, waar zowel de lusten als de lasten worden gedeeld. Op www.buurtmoestuin.nl kun je zien of er een bij jou in de buurt zit, of kun je hulp krijgen bij het oprichten van een eigen buurtmoestuin.

5Hetgeen mij brengt bij advies 5: vorm een food community. Het idee is simpel: door je koopkracht te bundelen met die van andere consumenten, ben je goedkoper, en vaak ook nog beter (verser, betrouwbaarder) uit. Al bekende verschijningsvormen van zo’n food community zijn (biologische) groente- en fruitabonnementen (www.groentenabonnement.nl, www.odin.nl) en (ook vaak biologische) particuliere inkoopverbanden (www.vanhavertotgort.nl).

Maar de laatste tijd duikt een nog kleinschaliger en persoonlijker variant op: de Pergola. Daarbij ‘adopteert’ een aantal huishoudens een boer in hun regio, door wie ze vervolgens rechtstreeks in groente, fruit, zuivel en/of vlees worden voorzien.

Een goed voorbeeld is De Oosterwaarde in Diepenveen, een boerderij die door tweehonderd klanten wordt gedragen (www.oosterwaarde.nl). Dergelijke directe systemen, waarbij de boer de consument in leven houdt, en de consument de boer, zouden sowieso weleens de toekomst kunnen hebben. Crisis of niet.

En als het financiële systeem echt instort? Dan kunnen we altijd nog terugvallen op de ruileconomie. Een kist appels uit jouw tuin voor twee dozijn kakelverse eieren van de buurkippen. Een pot bramenjam voor een pannetje soep.

Ik weet het, dat klinkt meer 1968 dan 2009. Maar het zou de crisis wel een functie geven. Dezelfde functie die crises door de eeuwen heen altijd gehad hebben: de mensen dichter bij elkaar brengen.