Tour is weer menselijker geworden

Analyse

In de Tour van 2009 bleven bestuurders en doping op de achtergrond. Succes was er voor teams met een eigen antidopingprogramma. De Angelsaksische invloed in het peloton groeit.

Johan Cruijff aarzelde geen moment toen hij uit de auto van Raboploegleider Erik Breukink stapte, nadat hij als gast de zesde Touretappe van Girona naar Barcelona had gevolgd. Zijn eerste indruk? „Al die mensen langs de kant, enorm, ik denk wel een miljoen. En alleen maar blijheid en plezier. Ik heb vlaggen gezien van zoveel landen. In het voetbal zijn de fans vaak tegen de andere partij. In het wielrennen juicht iedereen voor iedereen.”

De voormalige topvoetballer en trainer, voor het eerst in de Ronde van Frankrijk, verbaasde zich er over dat een sport met zo’n positieve uitstraling de laatste jaren zo negatief in het nieuws was. Een op doping betrapte winnaar (Floyd Landis 2006), een naar huis gestuurde geletruidrager (Michael Rasmussen, 2007), een gearresteerde ritwinnaar (Riccardo Riccò) en een gevallen bergkoning (Bernhard Kohl, beiden in 2008). „De afgelopen vier jaar is het hier een zooitje geweest”, bekritiseerde ook de teruggekeerde recordwinnaar Lance Armstrong Tourorganisatie ASO na de ploegentijdrit.

In de Tour van 2009 bleven de bestuurders, met Jean-Etienne Amaury als ASO-directeur in plaats van ‘hardliner’ Patrice Clerc, op de achtergrond. De renners mochten schitteren, met eindwinnaar Alberto Contador en zesvoudig ritwinnaar Mark Cavendish als grote sterren. Er zijn nog geen dopingaffaires, hoewel Pierre Bourdry van het Franse antidopingagentschap AFLD gisteren bekendmaakte de bloedmonsters van 2008 te gaan hertesten op de epovariant cera. De publieke belangstelling steeg na jaren van teruggang, met als apotheose op de laatste zaterdag een gillend gekkenhuis op de Mont Ventoux.

Saai, klonk het in de tweede Tourweek, met een rustdag en vier overgangsetappes. En twee van de drie Pyreneeënritten waren ook al tegenvallend, door een vlakke finale na de laatste klim. Aan de andere kant: renners die het afgelopen decennium dag in dag uit spektakel boden in etappes van 250 kilometer en vijf cols zijn intussen weggezet als bedriegers omdat ze de bijbehorende, verboden herstelmiddelen namen. „De Tour is weer menselijker geworden”, zei Iwan Spekenbrink, manager van het debuterende Skil-Shimano, met grote afstand laatste in het ploegenklassement.

Opvallend is het succes van ploegen die naast het biologisch paspoort van de internationale wielerunie en de reguliere dopingcontroles ook een eigen antidopingprogramma volgen. De Deense dokter Rasmus Damgaard, met zijn bedrijf Radar in dienst van Astana en Saxobank, is betrokken bij vijf renners uit de top-zes van het eindklassement. Het Amerikaanse bedrijf Agency for Cycling Ethics (ACE) werkt voor Garmin (tweede in het ploegenklassement) en Columbia (Cavendish en de Duitse belofte Tony Martin).

De Angelsaksische invloed in het peloton groeit. Armstrong greep zijn geslaagde comeback aan om met de Amerikaanse elektronicagigant RadioShack als sponsor een eigen, nieuwe ploeg te starten. De Britten jubelen naast Cavendish om Bradley Wiggins. De tweevoudig olympisch kampioen achtervolging viel zeven kilo af, transformeerde binnen tien maanden tot een goede klimmer en eindigde als vierde in Parijs. Volgend seizoen verschijnt onder leiding van baancoach David Brailsford een nieuwe Britse ploeg in het peloton, gesponsord door tv-zender Sky. Doel is een Britse Tourzege in 2014.

Naast de grote winnaar Contador, de vierde Spaanse Tourzege op rij, staken de prestaties van de top-drie van vorig jaar schril af. Armstrong noemde het in zijn ogen lage niveau van 2008 al eens als een motivatie voor zijn comeback. Carlos Sastre, toen winnaar, eindigde nu als zeventiende, op 26.21 minuut van het geel. Cadel Evans, vorig jaar tweede, werd nu dertigste op 45.24. En Denis Mensjov, na de uitsluiting van dopingzondaar Kohl derde in 2008, kwam nu als 51ste in Parijs, op 1 uur, 16 minuten en 28 seconden.

De Russische kopman, eerder dit jaar nog glorieus winnaar van de Giro, stond symbool voor de zwakke prestatie van zijn ploeg Rabobank. Daaraan veranderde de fraaie ritzege van Juan Manuel Garate op de Mont Ventoux weinig. De ploegleiding kon wijzen op pech: schaduwkopman Robert Gesink viel uit met een polsbreuk in rit vijf. Niettemin bewees deze Ronde van Frankrijk het failliet van de filosofie die de hoofdsponsor eind 2001 in het beleidsplan ‘Gaan voor geel’ dicteerde aan de ploegleiding. De bank wilde een Tourzege, desnoods met buitenlandse topaankopen, liever dan verder bouwen aan de opleiding van Nederlands talent.

Mensjov bleek onpeilbaar, gaf directeur Harold Knebel op de tweede rustdag toe. Een brevet van onvermogen voor kopman én leiding van een van de rijkste ploegen van het peloton. Met talenten als Gesink, Lars Boom en Sebastian Langeveld ligt de keuze voor een Nederlands getinte vrijbuitersploeg meer voor de hand, ook met de blik op de Tourstart van volgend jaar in Rotterdam. Skil-Shimano toonde dit jaar hoe weinig ervoor nodig is om enthousiasme los te maken bij de fans.

Maar dat had Johan Cruijff ook al gezien.

    • Maarten Scholten