Rancune & recessie

Eindelijk gaat de PVV wetenschappelijke bewijzen zoeken om de schade te becijferen die de allochtoon de Nederlandse samenleving zou berokkenen. Op ‘100 miljard’ had Geert Wilders de kosten van allochtonen voor Nederland al eens beraamd, maar dat bleef toch een beetje vaag en onbewijsbaar – veel specifieker dan dat elke Nederlander een zeilboot uit de staatskas kado had kunnen krijgen, werd het niet. Kortom, tijd om de ministeries te laten uitrekenen wat de allochtoon de Nederlandse samenleving kost. De reacties uit Den Haag zijn voorzichtig en richten zich vooral op de (on)mogelijkheid van een dergelijke rekensom: ‘bij dergelijke studies moet de kanttekening worden geplaatst dat de complexe werkelijkheid enorm moet worden vereenvoudigd’, stond vorige week in deze krant.

Maar dat is natuurlijk precies de bedoeling, een versimpelde weergave van de dingen is soms noodzakelijk: ‘simplistische conclusies zitten iedereen in het bloed, die behoefte heeft zich te rechtvaardigen’ schreef Menno ter Braak al in 1937 in zijn essay Het nationaal-scoialisme als rancuneleer.

Hè nee, niet weer die vergelijking tussen de PVV en de NSB of zelfs de NSDAP, of tussen de recessie van vandaag en die van de jaren dertig. Dat is zóóó gemakkelijk, hoor je vaak. Daarna blijft het dan stil omdat het ongemakkelijk is om uit te leggen waarom dat dan zóóó gemakkelijk is.

Stapt de PVV niet af van simplistische conclusies nu ze om cijfers vragen? Nu mogen de wetenschap en de rekenkamer gaan aantonen dat er goede, zakelijke redenen zijn om de allochtoon uit de Nederlandse samenleving te weren.

‘Wie hersens en hart heeft moet ontevreden zijn’, zei Mussert in 1937 en dat klinkt best intellectueel. Alleen een naïeve gek maakt zich nergens zorgen om, en in die omkering schuilt dan ook een zekere logica, zij het die van het ‘pure ressentiment’, aldus Ter Braak. Het is ‘de leugen en de simplistische constructie van het wereldgebeuren, zo nodig dwars tegen de feiten in’.

In zijn essay legt Ter Braak het verschil uit tussen een democratische partij en het nationaal-socialisme dat eerder een democratisch fenomeen is dan iets dat de democratie vertegenwoordigt. Ressentiment en rancune zijn de draagvlakken waarop het nationaal-socialisme zich beriep. Men was hard op zoek naar wetenschappelijke argumenten om de rancuneleer echt vorm te geven. ‘Een rassenleer met behoorlijke „wetenschappelijke” argumenten moet nog worden uitgevonden, en als men tijd van leven heeft, zal dat ook wel gebeuren’.

De bezorgdheid van Ter Braak ging niet alleen over het nationaal-socialisme, maar ook over de reactie erop. Geen geringschatting tonen, maar de strijd aanbinden, vond hij. De strijd aanbinden tegen de idealisering van het ressentiment, want ‘de omvang van de reservoirs der latente rancune kan men nooit overschatten’.

Toef Jaeger

In deze rubriek elke week de koppeling tussen het actuele en fictie.

    • Toef Jaeger