Ramenlappen om de schulden te verhullen

Schulden zijn schulden, of je nu in de stad platzak bent of als dorpeling je baan verliest.

Of is armoe beter te verteren op het idyllische platteland?

Bij Kor Wijmenga in de straat woont een man die eten haalt bij de voedselbank Harlingen. Hij zit in de bijstand en heeft schulden. Dat zie je niet aan zijn huis. Twee-onder-een-kap van rode bakstenen, tuintje eromheen. Maar zo gaat dat in een dorp zoals dit, zegt Wijmenga (47), die zelf ook van de bijstand leeft. Men verbergt zijn armoede. Het gras wordt gemaaid, de ramen gelapt. Stille armoede, heet dat in rapporten. Vrienden weten het van elkaar, maar de rest van het dorp mag niets merken.

Niet dat Wijmenga zo’n stille is. Hij is twintig jaar geleden afgekeurd als postbode en is sindsdien activist. Onlangs stal hij een krat met tachtig broden dat buiten stond bij de Aldi, voor een bijstandsmoeder met een stoet pleegkinderen. Het haalde de krant en Aldi vergaf het hem.

Armoede, hier in St.-Annaparochie? Burgemeester Aucke van der Werff (CDA) van de Friese gemeente Het Bildt gelooft dat het probleem in het dorp niet groter is dan elders. En: het is hier groen, zegt hij, iedereen heeft een tuin, de lucht is fris. Er ís werk, als je wilt. In de kassen of bij één van de drie grote lokale ondernemingen. En dit is de op drie na veiligste gemeente van Nederland. „’s Nachts is het hier zo stil, dat als iemand te hard snurkt, iedereen het hoort.”

Toch staat Het Bildt (11.000 inwoners in zeven dorpen) op de dertiende plek op de lijst van gemeenten waar het slecht toeven is voor gezinnen met kinderen, volgens Unicef, Jantje Beton en het Verwey-Jonker Instituut. Een plek tussen Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Enschede en slechts één andere plattelandsgemeente: Reiderland in Groningen. Die rangorde stoelt op tien factoren, zoals het aantal gezinnen met bijstand (4 procent in Het Bildt), kindersterfte, jeugdcriminaliteit, schoolverzuim en speelplekken.

De burgemeester zegt de ranglijst „heus serieus” te nemen. „We werken nu aan jeugdbeleid.”

René (27) is opgegroeid in St.-Annaparochie en wil niet dat men in het dorp weet hoe diep zijn vrouw en hij zijn gezonken. Ze zitten in de schuldsanering en leven van negentig euro per week. Met hun tweeling van anderhalf. Hij werkte als chauffeur, maar vorig jaar kon zijn baas zijn salaris niet betalen. Het duurde vier maanden voor René’s WW-uitkering kwam. Inmiddels had hij tal van rekeningen niet betaald. Het gezin moet nog 2,5 jaar op een houtje bijten. René heeft wel weer werk. Zijn vrouw werkt halve weken in een winkel. Alleen hun goede vrienden en ouders weten van hun vrije val.

Het Bildt kent een hoog ‘ondergebruik’ van voorzieningen en kwijtscheldingen voor mensen in de bijstand, zegt burgemeester Van der Werff. „Dat zou erop kunnen duiden dat mensen zich schamen om de hand op te houden.”

Schulden zijn schulden, of je nu in St.-Annaparochie woont of in Bos en Lommer in Amsterdam-West. Toch heeft de armoede in Bos en Lommer een heel ander gezicht. Hier kijken rijen huurflats uit op het asfalt van de A10. Grote gezinnen wonen op zestig vierkante meter. Op de meeste balkons hangt een schotel. Er liggen winkelwagentjes op straat, her en der zijn ramen dichtgespijkerd. ’s Avonds zitten Marokkaanse jongens in groepjes op en naast hun scooters. ’s Nachts is er zoveel herrie dat men zijn eigen partner niet eens hoort snurken.

De hoge concentratie van armoedige huishoudens heeft consequenties. Er lopen ’s nachts ratten in de plantsoentjes en zelfs in de woningen, zegt Gülsüm Arslan, die werkt op het kantoortje van Buurtparticipatie Bos en Lommer (30.000 inwoners). „Dat komt doordat mensen oud brood op straat gooien. Volgens de islam mag je geen brood weggooien, dus geeft men het aan de vogels. Maar we proberen ze voor te lichten om dat niet meer te doen, we houden broodopruimacties.”

Ook hier bestaat stille armoede, zegt Marike Omta, voorzitter van de Voedselbank Bos en Lommer. Sommige ouders sturen een kind om het pakket op te halen. Andere voedselbankklanten groeten Omta niet als ze haar op straat tegenkomen – ze vermoedt dat ze zich schamen. En, zegt ze, er zijn hier op grond van de statistiek ongetwijfeld meer mensen die een voedselpakket zouden kunnen gebruiken dan de 130 huishoudens die dat doen.

Hebben de armen in een dorp als St.-Annaparochie het dus relatief goed?

Het groen is er mooi, maar dat neemt de frustratie niet weg, zeggen Kor Wijmenga en René. Ze draaien een sjekkie. René zou nooit in de stad gaan wonen met kinderen, ook niet als hij rijk was, zegt hij. Dus dat voordeel telt niet.

Kor beschrijft hoe hij het ene financiële gat met het andere vult. Zijn uitkering van 750 euro per maand gaat schoon op. Hij staat structureel 750 euro rood aan het einde van de maand (wat 8 euro per maand aan rente kost) en moet een dag per drie maanden één euro in de plus staan om weer een kwartaal rood te mogen staan. Onlangs moest hij geld van de sociale dienst lenen om die ene euro in de plus te staan.

Wijmenga is nooit ziek, maar onlangs moest hij toch behandeld worden aan zijn galstenen. Eigen bijdrage alstublieft. Hij heeft geen idee waar hij die vandaan moet toveren.

Lees een eerder verhaal over stad en platteland via nrcnext.nl/links