Paul Schnabel vergeet de jaren zestig en zeventig

Op de Opiniepagina van 18 juli schrijft Paul Schnabel in het artikel `We voelen ons enorm tekortgedaan` over het asociale gedrag van anderen. Wat ik mis in zijn betoog zijn de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. De volwassenen van nu zijn opgegroeid in een tijd dat een leeg colablikje rustig op een bankje kon blijven staan (`Wat geeft dat nou?`), dat honden ook het recht hadden hun behoefte te doen (moet het speciaal op een door iemand anders uitgekozen plaats zijn?). Opstaan voor iemand was al gauw slaafs, ook jij had immers je rechten. Het woord `burgerlijk` lag in de mond bestorven bij een vriendelijke en normale omgang. De poster `Ooit een normaal mens ontmoet? En beviel het?` was het motto uit die tijd.

Het waren de jaren dat elke autoriteit tegen het licht werd gehouden. `De deskundige` was per definitie verdacht. Iedereen kon wel voor zichzelf uitmaken hoe hij leven wilde. Je was niemand enige verantwoording schuldig. Het was het ik-tijdperk waarin je op de peuterzaal al leerde: niemand hoeft jou ooit iets op te leggen.

Is het dan vreemd dat deze dertigers en veertigers een onvermogen tonen als het gaat om de belangen van een ander te waarderen? Er is alles aan gedaan om elke persoonlijkheid te laten zien hoe belangrijk hij is. De realiteit is dat deze aanpak helaas is geslaagd.