Opgegeten door muggen in oerkamp Goelag

Officieel valt het met de gruwelen van de Stalintijd best wel mee. Een oud klooster in de Russische provincie geeft een ander beeld.

Een meisje droogt zich af na het baden bij het klooster op de Solovjetski-eilanden, in het noorden van Rusland. Het klooster, nu een museum, was het eerste concentratiekamp van de bolsjewieken. Foto Oleg Klimov Solovetsky Islands - monostyr and place links prisoners, more known as the GULAG. Economic desk. Article by Michel Krielaars. Photo by Oleg Klimov Klimov, Oleg

Naar het concentratiekamp is het ruim twee uur varen. Dan steken in de flonkering van de Witte Zee ineens de uienkoepels van een vijftiende-eeuws klooster uit een kremlin omhoog. Van enige dreiging van de burcht is geen sprake. Lieflijk is een passender woord. Zo moeten tussen 1920 en 1939 ook duizenden gevangenen het hebben beleefd toen ze naar de Solovjetski-eilanden werden verscheept.

Op het hoofdeiland waait stof in de richting van de kloosterpoort. In de jaren dertig hing daarboven een bordje met het opschrift: ‘Door ijzeren hand laten we de mensheid streven naar geluk’. Voor de huizen buiten de kremlinmuren hangen nu nazaten rond van het marinepersoneel dat na het opheffen van het kamp in 1939 op de eilanden werd gestationeerd. Onverschillig staren ze naar de zojuist afgeleverde toeristen.

„Sinds 1989 komen hier in de eerste week van augustus nabestaanden van de gevangenen voor een herdenkingsceremonie”, zegt Marina Loegovaja, plaatsvervangend directeur van de VVV, in haar kantoor. „Verder zijn er ’s zomers alleen toeristen. De ouderen onder hen weten wat hier is gebeurd en vinden het tragisch. Maar de jeugd zegt het allemaal niets. Ze denken liever niet aan de tijd van het communisme.”

Twaalf jaar lang, tussen 1925 en 1937, waren de vijf eilanden van de Solovjetski-archipel synoniem voor het meest gruwelijke oord op aarde. In het afgelegen klooster was vanaf 1920 door Lenin een concentratiekamp gevestigd voor mensjewieken, anarchisten, socialisten-revolutionairen. Maar er zaten ook edelen, kooplieden, schrijvers, musici, componisten, artsen, tsaristische officieren en geleerden gevangen, die ervan verdacht werden zich in de toekomst wel eens tegen de nieuwe heersers te kunnen keren. Tot 1925 genoten ze een grote mate van vrijheid in het klooster, dat een soort open gevangenis was. Maar daarna werd het door de geheime politie ingericht als dwangarbeiderskamp. In feite was ‘Solovki’ het eerste concentratiekamp van de bolsjewieken.

„Van de in totaal 100.000 gevangenen zijn er 43.000 omgekomen door dwangarbeid, marteling en executie” vertelt de 65-jarige Ljoebov, die als suppoost in het kloostermuseum werkt. „Ik ben hier geboren en wist als kind alles van die geschiedenis. Ook dat de bewakers uit de rangen van de gevangenen werden gerekruteerd.”

Dankzij de ijver van Naftani Frenkel, een Jood uit Haifa die wegens smokkel aan de Russische grens was gearresteerd, werd dit systeem van dwangarbeid vervolmaakt. Eenmaal op de Solovjetski-eilanden geïnterneerd, schreef hij een brief aan de kampleiding met het voorstel gevangenen in te zetten bij wegen- en bosbouwprojecten op het vasteland. De kampcommandant voerde het meteen in en Frenkel werd kort daarna in de kampleiding opgenomen. Zijn ideeën werden eind jaren dertig de norm in de toen opgerichte kampen van de Goelag-archipel.

In het kloostermuseum is een zaaltje aan het kamp gewijd. De tentoonstelling is klein, maar indringend, met foto’s van toneel- en muziekavondjes en een exemplaar van kampkrant Solovjetski Krokodil. Portretfoto’s van kampgevangenen vertellen lijdensverhalen. Het kamp telde tal van prominente Russen, zoals de priester, filosoof en chemicus Pavel Florenski en de taal- en literatuurwetenschapper Dmitri Lichatsjov.

„Er waren zes afdelingen”, vertelt juriste Anna Balandina, hoofd pr van het eiland. „De helft van de gevangenen zat opgesloten in het klooster. Degenen met zwaar regime werden naar de Sekira-berg gebracht. Zwangere vrouwen, priesters en tyfuslijders verbleven op het Anzerski-eiland, waar lastpakken op de Golgotha-heuvel werden gekruisigd. Dan had je nog het Zajatski-eiland voor vrouwen die door mannen waren misbruikt en was er een afdeling op het vasteland, in Kem.”

De manier waarop het museum met het verleden omgaat laat zien dat er ondanks de pogingen van de regering-Medevdev om het stalinisme als veel onschuldiger te presenteren dan het was, er in de Russische provincie wel degelijk een confrontatie met het verleden wordt aangegaan. „Vandaag sprak ik een leraar geschiedenis uit Moskou, die hier al vijftien jaar met zijn leerlingen komt”, zegt Balandina. „Hij vertelde dat er in de jaren negentig veel opener over de gruwelen van het stalinisme werd gesproken dan nu, maar dat die openheid niet helemaal is verdwenen, omdat het altijd van de leraar afhangt wat er in de klas wordt onderwezen.”

In een vitrine hangt een briefje, gedateerd 21 november 1921: ‘We hebben geen eten. Het is koud. Het is moeilijk te geloven dat iemand hier ooit levend vandaan komt. Ik ben ziek. Het is hier zo naargeestig. Als er een mogelijkheid bestaat, help me dan, Vergeef me. Uw zoon E.’

„Er waren aparte brigades voor de verschillende beroepsgroepen”, vervolgt Balandina. „Zo was er een brigade voor componisten en musici, voor schrijvers, voor criminelen, voor officieren en edelen, voor artsen en verplegers, voor priesters, voor brandweermannen, voor zakenmensen, voor in ongenade gevallen agenten van de geheime politie. De werkweigeraars zaten in een brigade op de Sekira-berg.”

Aan de vijver buiten het klooster wenden schuchtere monniken hun blikken af van de halfnaakte baders. Ze storen zich aan het wereldse bloot, zegt een eilandbewoner, wijzend op twee weekendtoeristen die zittend op hun handdoek hun bikini uittrekken. „Op school werden we al over het kamp onderwezen”, zegt een van hen, de 47-jarige Tatjana Koetsjna. „Ook lazen we erover in de samizdat. Daardoor weten we dat Lenin en Stalin voor die terreur verantwoordelijk zijn.”

De zandweg naar de Sekira-berg voert acht kilometer noordwaarts door dichte bossen. Regelmatig springen verstoorde kraanvogels uit het struweel. Bovenop de berg staat de kerk waarin de gevangenen zaten opgesloten. Naast de ingang voert een steile houten trap de diepte in. Ongehoorzamen werden hier naar beneden gegooid, zogenaamd per ongeluk omdat de sadistische bewakers hun gevangenen niet mochten executeren. „Ook werden ze naakt in de buitenlucht gezet, zodat de muggen hen konden opeten”, zegt de 34-jarige eilandbewoner Dmitri, die ons naar de berg heeft gereden. „Als ze bewogen werden ze door hun bewakers doodgeschoten.”

In een vitrine hangt een foto van een kerkmuur waarop een van de gevangenen heeft gekrast: ‘Kameraden, herdenk de erfenis van Lenin: Solovki is een school die ons op de weg van de recidive en het banditisme voert.’ In de kerk zelf is de tekst niet meer te zien. „Door de monniken overgeschilderd”, bekent Balandina even later.