Nee! Lummelen is juist goed voor de mens

De zomermaanden zijn een tegengif voor onze doorgeschoten ijverigheid.

Eindelijk kunnen we ons overgeven aan onze natuurlijke staat van luiheid.

Wat is de zomer toch een zegen. Het hele land komt piepend en krakend tot stilstand.

De Tweede Kamer is met reces, dus zijn we even verlost van al die druktemakers die zich constant met ons leven bemoeien. Het is lekker rustig op straat. Bussen en treinen rijden minder vaak. Mailtjes worden steevast beantwoord met: ‘Afwezig tot augustus. Voor dringende zaken...’ En onze productiviteit neemt af, omgekeerd evenredig aan de stijgende temperatuur. De tsunami aan informatie die dagelijks over ons heen dendert, wordt ook even wat minder. De krant is dunner en op tv zijn slechts herhalingen te zien. Tijd dus om te luieren, te lummelen en te lanterfanteren.

Kortom, in de zomer kunnen we even ontsnappen aan de greep van de „intensieve menshouderij”, een term die is gemunt door auteur Jaap Peters. De moderne samenleving kenmerkt zich door permanente haast. We zijn druk, druk, druk met werk, met sociale contacten, met status en geld, met alles wat tegenwoordig doorgaat voor een succesvol leven. Luiheid is geen deugd, maar een zonde.

Maar niets is minder waar. ‘God is de volmaakte staat van luiheid’, schrijft de schilder Vladimir Malevitsj in zijn pamflet Luiheid als levensdoel (1921) dat onlangs is verschenen bij uitgeverij Voltaire. De mens is geschapen naar Gods evenbeeld, en dus gemaakt om te lummelen. Net als alle andere dieren. „Alles wat leeft, streeft naar luiheid”, aldus Malevitsj.

Maar juist in dat streven wordt de mens voortdurend afgeremd. Door wie? Door zichzelf.

Volgens de Britse opperluiaard Tom Hodgkinson, auteur van het boek Lof der Luiheid en hoofdredacteur van The Idler (De Lanterfant), zijn er twee soorten mensen. De nietsnut, die streeft naar ledigheid, en de druktemaker, die een hekel heeft aan nietsnutten en zich constant met hun leven bemoeit. Onze voormalige minister van Economische Zaken, Laurens-Jan Brinkhorst, is zo’n druktemaker. In 2004 schreef hij in zijn ‘groeibrief’ dat er meer, harder en vooral langer moet worden gewerkt om de economische groei op een structureel hoger plan te tillen. Hij pleitte voor een einde van de Jan Salie-geest: langere werkweken en minder vrije dagen, want we leven nu eenmaal in een 24-uurs economie.

Maar zoveel werk is helemaal niet goed voor de mens. Volgens een rapport van de Verenigde Naties komen er elk jaar twee miljoen mensen om het leven door werk. En toch hebben regeringen over de hele wereld geen ‘war on work’ verklaard, schrijft Hodgkinson verbijsterd in Lof der Luiheid. En dan strijdbaar: „Het is tijd om in opstand te komen.”

Hij krijgt bijval van de inmiddels overleden bestuursvoorzitter van de Universiteit van Amsterdam. Jankarel Gevers hield in 1997 een redevoering over de deugd der luiheid: „Er is niets tegen de ijver, maar het is de uitwas van die ijver waar luiheid zo’n buitengewoon goed tegengif voor is.”

De uitwassen waar hij op doelde zijn twee ordeningsprincipes die ons de afgelopen eeuw hebben beziggehouden: de markt en de bureaucreatie. Zij moesten ordening aanbrengen in een chaotische, willekeurige wereld. Maar we zijn er te veel in doorgeschoten. Gevers: „Het is niet het mislukken van de bureaucratie waardoor blijkt dat er ook negatieve kanten aanzitten, maar juist het succes ervan. Niet het mislukken van de markt heeft geleid tot marktzotheid, maar het succes.” Met andere woorden: onze ijver is uitgemond in de moderne obsessie met efficiëntie, resultaat en functionaliteit.

Luiheid moet het tegengif zijn. Maar hoewel Lof der Luiheid een bestseller is geworden, hebben weinig lezers aan Hodgkinsons call to arms gevolg gegeven. Een revolutie kost immers energie en we zijn liever lui dan moe. Als de mens de ketenen van de ijver niet zelf kan afwerpen, heeft hij hulp nodig. En daar komt de zomer om de hoek kijken. Elk jaar komt het land piepend en krakend tot stilstand en worden we gedwongen om te lanterfanten. Zodat we de rest van het jaar weer kunnen rondrennen in de tredmolen van de intensieve menshouderij.

Toon Beemsterboer is redacteur buitenland van nrc.next en gaat de hele maand augustus backpacken in Indonesië.

    • Toon Beemsterboer