Mausoleum

Wie vernederde nu eigenlijk wie op de Mont Ventoux? Welk spel werd er gespeeld op de berg die middelbare schoolvriend Erik V. als student – zijn dosering destijd: twee pakjes sigaretten en een fles wijn per dag – een kwart eeuw geleden sans pieds sur terre in één ruk opfietste? Waarom voltrok zich op die steenpuist geen stevige vadermoord die het logische en intussen ook noodzakelijke einde van een tijdperk zou bezegelen?

Voor de twintig kilometer lange klim zaterdag was er nog hoop. Het was de laatste dag om de vonk van de anarchie en de revolutie te kunnen ontsteken. De strijd om plaats drie, anders onbeduidend, was een ander woord geworden voor de strijd om de macht.

Drie weken lang had de door Kazachse oliebaronnen en oligarchen betaalde ploeg van Astana geheerst met bijna communistische grauwheid. Het individu werd in dit team door ongekende krachten ondergeschikt gemaakt aan het collectief, dat op zijn beurt wel weer dienstbaar moest zijn aan die ene Oude Leider die nog zo graag een beer wilde schieten. Elk stapje buiten deze orde werd steeds bestraft met neerbuigend zwijgen.

Zou Alberto Contador, na al die interne excuses die hem door de eerste secretaris van de ploeg, Johan Bruyneel, waren afgedwongen, volwassen en wraakzuchtig genoeg zijn om op de Ventoux het mes er eindelijk eens echt in te zetten en ook nog extra rond te draaien? Zouden Andy en Fränk Schleck hun onderlinge broederliefde zo kunnen opvoeren dat de scharrelaar Andreas Klöden zijn oude patroon niet meer kon helpen? En nog zo wat vragen, die stuk voor stuk betrekking hadden op De Leider, die van geen kleine letters wil weten. Want waarom durft niemand hem te zeggen dat hij weliswaar de grootste is, maar dat hij de generaties van de nieuwe tijd beter helpt als coach die begeleidt, dan als concurrent die in de wielen rijdt. Er komt immers een moment waarop een sportman zijn grootsheid niet meer in egocentrisch machtsvertoon uit, maar in wijze dienstbaarheid.

Maar er gebeurde niets. Als Contador mee wipte met Andy Schleck en de laatste niet verder demarreerde, hield de eerste ook maar in. Als Fränk Schleck het op eigen houtje probeerde, riep Contador hem tot de orde zonder nadere sancties. En als het clubje bij elkaar was, hield Contador hem, zijn zwakkere ploegmaat, uit de wind.

Het was de omgekeerde wereld in een cultuur die alom als feodaal wordt getypeerd, maar op de Mont Ventoux ineens trekken van een bejaardentehuis kreeg.

Waarom liet Contador zich zo kennen, nadat hij zich drie weken had laten koeioneren? Misschien hoopte hij dat de kijker de diepere paradox van deze hemeltergende beelden zou doorzien. Dat hij de Oude Leider, door hem bergopwaarts zo opzichtig te helpen, juist vernederde. Wellicht dacht Contador dat hij zich zo pas echt als nieuwe leider van een nieuwe tijd manifesteerde. Aan de top geeft men, anders dan het cliché in de sport wil, immers juist wel cadeautjes weg.

Het waren allemaal fantasieën tegen beter weten in. Contador had op de Mont Ventoux helemaal geen subtiele wraak genomen. Na afloop bleek hij nog te zuchten onder een juk. Kennelijk was hij tot bovenop de berg bang gebleven voor de totale macht van de Oude Leider en diens secretaris-generaal Bruyneel. Dat is niet voor het eerst in de geschiedenis. Het wordt tijd dat er een mausoleum voor Lance Armstrong wordt gebouwd.

Wilfried de Jong is op vakantie.

    • Hubert Smeets