India heeft nu een eigen kernonderzeeër

India heeft gisteren zijn eerste kernonderzeeër gedoopt. Het land zet een volgende stap in de wapenwedloop met China.

India is het afgelopen weekeinde toegetreden tot het selecte gezelschap van landen met zelfgebouwde, nucleair aangedreven onderzeeboten die geschikt zijn voor het afvuren van raketten met atoomkoppen. Met een eenvoudige plechtigheid werd gisteren in de oostelijke marinehaven van Vishakapatnam, aan de Golf van Bengalen, de Arihant (‘Vernietiger van Vijanden’) ten doop gehouden. Over vijf jaar wil India drie onderzeeërs van eigen makelij in de vaart hebben.

Premier Manmohan Singh, wiens echtgenote de doopplechtigheid verrichtte door een kokosnoot tegen de scheepsromp te breken, benadrukte gisteren dat India geen agressieve bedoelingen heeft met de nucleaire innovatie. De onderzeeërs zijn volgens de premier nodig om „ons land te beschermen en om gelijke tred te houden met de technologische vooruitgang in de wereld”. De andere landen die een vloot van nucleair aangedreven onderzeeërs hebben, zijn de Verenigde Staten, Rusland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en China.

De ingebruikneming van de onderzeeër past in de Indiase nucleaire doctrine van ‘geloofwaardige afschrikking met minimale middelen’. India deed in 1974 voor het eerst een kernproef, in 1998 gevolgd door een serie van vijf proeven. Die waren vooral bedoeld ter afschrikking van aartsvijand Pakistan. Met de nieuwe onderzeeërs zal India in staat zijn om ook onder water raketten met nucleaire lading te lanceren. Dat is van strategisch belang om te kunnen reageren als het land, eventueel nucleair, zou zijn aangevallen. India heeft steeds gezegd nooit als eerste atoombommen te zullen inzetten.

De doopplechtigheid van de onderzeeër, waar elf jaar aan is gebouwd, weerspiegelt ook de Indiase ambitie meer inhoud te geven aan zijn rol van regionale grootmacht. Daarbij heeft de regering in New Delhi met name China in het vizier.

Behalve de traditionele ongerustheid over de precieze grenzen in het oosten van het land met China groeit in India onbehagen over de groeiende maritieme aanwezigheid van China in de Indische Oceaan.

India leunt op Russische kennis

Tegen die achtergrond moet ook het besluit worden gezien de Indiase marinevloot uit te breiden met vliegdekschepen.

De Indiase militaire modernisering gaat niet altijd van een leien dakje. Vijf jaar geleden werd met Rusland een contract gesloten over de aanschaf van het opgeknapte vliegdekschip ‘Admiraal Grosjkov’. Dat schip zou, omgedoopt tot (koning) Vikramaditya, vorig jaar al afgeleverd moeten zijn. Nu wordt gesproken over eind 2012, met een veel hoger prijskaartje (ruim twee miljard euro) dan oorspronkelijk was begroot. Los daarvan werd eerder dit jaar in Kochi de kiel gelegd voor het eerste vliegdekschip van Indiase makelij. Dat moet in 2014 af zijn.

Het programma voor de ontwikkeling en bouw van eigen, nucleair aangedreven onderzeeërs, werd al meer dan dertig jaar geleden gelanceerd. Tot gisteren werd het bestaan van dit project officieel steeds ontkend. Maar het was een publiek geheim dat de Indiase wetenschappers grote moeite hadden nucleaire reactoren geschikt te maken voor de voortstuwing van onderzeeboten. Men moest voor een belangrijk deel leunen op technologische kennis van Rusland, een traditionele bondgenoot van India. Tussen 1988 en 1991 huurde India een Russische, nucleair aangedreven onderzeeër van Rusland.

De doopplechtigheid van gisteren betekent niet dat de eerste Indiase nucleaire onderzeeër al in de vaart is. Eerst moeten de komende twee jaar uitgebreide testen worden gedaan.

Los daarvan richten de ogen van de buitenlandse wapenhandelaars zich nu vooral op de modernisering van de Indiase luchtmacht. New Delhi heeft aangekondigd 126 gevechtsvliegtuigen te willen kopen, voor zo’n 7,5 miljard euro. De Verenigde Staten (Boeing F/A-18 Super Hornet, Lockheed F-16)), Franrijk (Dassault Rafale), Rusland (MiG-35), Zweden (Saab JAS-39 Gripen) en de Eurofighter Typhoon dingen mee om de megaorder.

    • Wim Brummelman