Het OM en de regels

Het komt wel vaker voor dat een rechtbank een strafvervolging ‘niet-ontvankelijk’ verklaart. Meestal omdat er een termijn is overschreden of een vergissing bij de opsporing of dagvaarding is gemaakt. Het strafproces moet eerlijk zijn en de rechter bewaakt dat. Soms haalt het Openbaar Ministerie (OM) dan een zeperd. Vrijspraken en niet-ontvankelijkverklaringen zijn overigens zeldzaam. In bijna 90 procent van de zaken komt het tot een veroordeling.

Vorige week verklaarde de rechtbank Den Bosch een zaak tegen een gevaarlijke mensensmokkelbende niet vatbaar voor berechting, omdat justitie de rechten van de verdediging „onherstelbare schade” had toegebracht. De integriteit van het OM was aangetast, vond de rechtbank. Ook de rechtbank zelf was in een positie „gemanoeuvreerd” dat aan haar integriteit kon worden getwijfeld. De belangen van de verdachte waren zo „grof veronachtzaamd” dat aan diens recht op een eerlijk proces tekort was gedaan. Het parket had ook de „waarheidsvinding” belemmerd. Op de zitting had het OM zich van de kritiek niets aangetrokken. En dus deelde de rechtbank de zwaarste sanctie uit: de zaak werd geschrapt.

Bij uitstek in het recht hebben woorden hun betekenis. En deze termen doen vermoeden dat er iets structureel fout zit. De justitiabele kan ze alleen maar lezen met bange gevoelens. Kan een parket zo maar op hol slaan? Dit gaat het normale dispuut over de regels van het strafproces tussen rechter en officier te buiten. Kwam het ooit eerder voor dat een rechtbank haar eigen integriteit bedreigd achtte door het optreden van het OM? Dat in deze zaak het Landelijk Parket optrad, maakt het conflict alleen maar ernstiger.

Justitie zegt onmiddellijk in hoger beroep te zijn gegaan. Maar als het hof de rechtbank gelijk geeft, ligt er een kwestie op tafel die groter is dan deze ene zaak. Wie autoriseerde eigenlijk een vervolging die zo ver buiten de perken van de wet ging? Wie besloot om de integriteit van de rechterlijke macht in het geding te brengen? Hoe kon het zo ver komen?

Er waren vaker incidenten bij het OM die aan de degelijkheid ervan doen twijfelen. Eerder dit jaar liet het parket bij het hof Amsterdam zelf de vervolging van twee zware verdachten stranden, omdat het een dossier kwijt was. Uit onderzoek kwam een wrakke organisatie naar voren – de verantwoordelijke advocaat-generaal ruimde het veld. Eind 2007 staakte de rechtbank een zaak tegen de Amsterdamse Hells Angels, omdat het parket honderden gesprekken van advocaten had afgeluisterd. Ook toen trok de rechtbank het falen in een breder perspectief. Het „bij herhaling schromelijk tekortschieten” door het OM „raakt het vertrouwen in de rechtspleging in zijn geheel”, aldus de rechtbank destijds.

Die woorden bleken profetisch. Een Openbaar Ministerie dat doelbewust de strafprocesregels overtreedt, is een gevaar voor de rechtsstaat.