Europa moet Litouwen snel berispen

De geloofwaardigheid van Europese instituties staat op het spel nu Litouwen discriminatie van homo’s aanmoedigt. Dit mogen we absoluut niet toleren, stelt Boris Dittrich.

Onlangs verwierp het parlement van Litouwen een presidentieel veto en nam het de ‘Wet ter bescherming van minderjarigen tegen het schadelijke effect van openbare informatie’ aan. De wet zal in maart 2010 in werking treden.

De Litouwse wet is ernstig bekritiseerd door mensenrechtenorganisaties en door leden van het Europees Parlement. Terecht. De wet schendt het recht op vrije meningsuiting, en schendt het recht op gelijke behandeling. De overheid verordonneert zo discriminatie tegen homo’s, lesbiennes, biseksuelen en transgender-mensen, inclusief jongeren.

De wet verbiedt namelijk materiaal dat „aanzet tot homoseksuele, biseksuele en polygame relaties” op scholen of openbare gelegenheden waar het kan worden gezien door jongeren, omdat dit materiaal een „schadelijk effect op de ontwikkeling van minderjarigen heeft.”

De wet beschermt jongeren niet, maar schaadt de gezondheid en het welzijn van Litouwse jongeren door de toegang tot informatie te beperken. Zo is een ‘vrij veilig’-campagne voor homojongeren om condooms te gebruiken niet meer toegestaan. Wat heeft dat met ons te maken?

De stemming in het parlement in de hoofdstad Vilnius reikt verder dan Litouwen zelf. Litouwen is lid van de Europese Unie en van de Raad van Europa. Die lidmaatschappen brengen verplichtingen met zich mee. De Europese Unie is gebaseerd op de ondeelbare universele waarden van menselijke waardigheid, vrijheid, gelijkheid en solidariteit. Door toetreding in 2004 heeft Litouwen zich aan deze waarden gebonden en mag het niet eenzijdig besluiten deze ongestraft opzij te zetten.

Daar komt bij dat Litouwen als lid van de Raad van Europa in 1995 het Europees Verdrag voor de bescherming van mensenrechten en fundamentele vrijheden heeft aanvaard. Artikel 10 schrijft voor: „Iedereen heeft recht op de vrijheid van expressie. Dit recht behelst tevens de vrijheid om meningen te uiten en informatie en ideeën zonder tussenkomst van de overheid te ontvangen en door te geven ongeacht territoriale grenzen.” En artikel 14 verbiedt elke vorm van discriminatie bij het gebruik van de rechten en vrijheden uit het verdrag. Het Europees Hof heeft eerder geoordeeld dat ook discriminatie op grond van seksuele oriëntatie door het verdrag verboden wordt. De verplichting om de vrijheidsrechten te waarborgen „is met name van belang bij personen die impopulaire ideeën uiten of die behoren tot minderheden, omdat zij een grotere kans lopen om slachtoffer van discriminatie te worden.”

Deze verplichtingen nopen Litouwen tot het respecteren, beschermen en uitdragen van de vrijheid van meningsuiting van en voor iedereen, ongeacht seksuele oriëntatie.

Op Europees grondgebied mag geen discriminatie worden toegestaan. Mensenrechten zijn universeel. Het geeft geen pas om daarop uitzonderingen te gaan maken. Europa moet op zijn grondgebied geen Litouwse enclave gaan gedogen, waar sommige mensen bepaalde rechten door de overheid worden ontnomen, louter en alleen omdat ze een homoseksuele oriëntatie hebben.

De mooie formuleringen in de verdragen ten spijt, nooit hebben de gezamenlijke Europese lidstaten een afvallige lidstaat gedwongen zich aan de gemaakte afspraken te houden. Slechts één keer is er tot een isolement van een lidstaat besloten, toen in Oostenrijk Jörg Haider aan de regering deel ging nemen. Toen werden de kernwaarden van Europa ingeroepen, maar het isolement ging als een nachtkaars uit.

Wat voor actie kan er tegen Litouwen worden ondernomen om de wet niet in werking te laten treden?

In Litouwen zelf zie ik een aantal mogelijkheden. De grondwettelijkheid van de wet kan aangevochten worden. Leden van de liberale groep in het Litouwse parlement hebben een dergelijke procedure inmiddels aangekondigd. Daarnaast valt het binnen de bevoegdheid van de nieuwe president, Dalia Grybauskaite, om amendementen op de wet in te dienen, zodat deze in overeenstemming komt met de internationale verplichtingen. Die amendementen moeten dan wel door het parlement worden overgenomen dat eerder het veto op de wet van de vorige president verwierp. En natuurlijk kunnen Litouwse burgers naar de rechter stappen, omdat de wet hen discrimineert. Als alle nationale rechterlijke instanties zijn doorlopen, kunnen zij het Europees Hof van de Rechten van de Mens vragen de situatie te herstellen. Dan zijn we jaren verder.

Nu is voor Europa het moment om een streep te trekken. In de sterkst mogelijke bewoordingen moeten de Europese partners Litouwen terechtwijzen. Mochten de Europese Unie en de Raad van Europa er niet op staan dat de wet wordt ingetrokken dan scheppen zij een gevaarlijk precedent dat kan leiden tot erosie van de mensenrechten in Europa. En was nu juist niet de raison d’etre van de EU dat mensenrechten voortaan zouden worden beschermd en gerespecteerd? Als Litouwen de Europese mensenrechten ongesanctionneerd blijft negeren, dan verliezen beide Europese instituties hun geloofwaardigheid.

Boris Dittrich is advocacy director homoseksuele rechten bij Human Rights Watch. Eerder was hij fractievoorzitter van D66.

Lees op nrc.nl/buitenland een achtergrondartikel over de homofobe Litouwse wet.