Een platstoter op de nepvaart

Van veel woorden uit de dieventaal is de herkomst onduidelijk. En soms zelfs de betekenis. Hier enkele puzzels.

Het is vakantie en veel vaste lezers van deze rubriek zullen er niet zijn, maar ik hoop dat zich onder de thuisblijvers toevallig enkele oplichters bevinden, dan wel mensen die in hun leven beroepsmatig of anderszins met oplichting te maken hebben gehad. Dat zal ik toelichten.

Ik ben een Bargoens woordenboek aan het maken. Het Bargoens was de geheimtaal van de boeven en die hielden zich nogal eens bezig met oplichting. Daar hadden ze eigen aanduidingen voor. Zo zeiden ze bijvoorbeeld dat je iets deed op de nepvaart. Die uitdrukking is in 1925 voor het eerst aangetroffen, in het werk van Is. Querido. In Mooie Karel, een roman die is gesitueerd in de Jordaan, lezen we: ,,Hier, in Mokum, dwarrelden maar wat rauwe beesten rond, stomme mes-porders en plompe verkrachters op de nepvaart.’’ Bij het woord nepvaart heeft Querido een voetnoot toegevoegd, namelijk ‘afzetterij-systeem’.

Ja, zo lust ik er ook nog wel een paar! Op de nepvaart = ‘afzetterijsysteem’, daar word ik dus bijna niks wijzer van.

In 1937 komen we het woord nogmaals tegen, in een Bargoens woordenboekje van E.G. van Bolhuis, getiteld De Gabbertaal. Van Bolhuis geeft als verklaring bij nepvaart ‘afzetterij’, en als voorbeeldzin: ‘Hij leeft van de nepvaart.’

Weten we dus nog vrijwel niks.

Twee verwante begrippen zijn platstoten en stootvaart. Platstoten komen we onder meer tegen in de krant Het Volk in 1937: ,,Wat je eigenlijk ook tot het platstoten kan rekenen, is het verkopen van papier en kantoorbehoeften aan grote instellingen. De smoes is dat je uit een failliete boedel een riem of tien papier hebt en er voor de helft van de prijs af wilt.’’ En Piet Bakker schreef in 1952 in het boek Kidnap: ,,Moest Kingma tóch in de richting van de platstoters zoeken? De stootvaart leidde gemakkelijk tot chantage, maar dat element van moord maakte het onwaarschijnlijk. Platstoters waren uitgekookte mensenkenners, link en vol fantasie, maar zouden niet tot geweld overgaan.’’

Met een smoes papier verkopen kon óók tot platstoten worden gerekend, en de stootvaart leidde makkelijk tot chantage – het wordt mij eerlijk gezegd steeds duisterder. Nepvaart en stootvaart lijken mij synoniemen, en volgens de Grote Van Dale werd platstoten gebruikt voor ‘oplichten en afzetten door mooie verhalen’, maar hoe zat het nou precies? En was er inderdaad een bepaald ‘afzetterij-systeem’, zoals Querido beweerde?

Over dat alles zou ik dus graag meer horen van de thuisblijvers.

Het Bargoens is trouwens sowieso een taal vol raadsels. Van allerlei Bargoense woorden hebben we geen idee van de herkomst. Ik noem er nog twee: pisankoor of pisekor voor ‘dronken’ en soejang voor ‘gemene, onverwachte klap’. In beide gevallen zou je denken: dat komt vast uit het Maleis. Maar in die taal zijn deze woorden niet aangetroffen. Pisankoor is tamelijk zeldzaam, maar soejang komt in diverse liedjes voor die ooit zeer populair waren. Zo zong Louis Davids in 1934, in een lied getiteld ‘Naar de Artis’: ,,Pa roept: ‘Kijk nou es, Klaartje, / Die aap daar, met dat baardje!’ / Maar plots krijgt Pa een soejang, ligt te spart’len in het gras, / Omdat die monkey met die baard een ouwe zeeman was!’’

Wie weet er meer?

Ewoud Sanders

Reacties naar sanders@nrc.nl

    • Ewoud Sanders