De leiders moeten weg, maar niet dood

In Amsterdam kwamen zaterdag ongeveer duizend Iraniërs en Nederlanders bij elkaar uit solidariteit met het Iraanse volk. „Als het volk democratie wil, zal het dat krijgen.”

Schrijver Kader Abdolah bij de Irandemonstratie Foto Roger Cremers Nederland, Amsterdam, 25-07-2009 Kader Abdolah spreekt het publiek toe. Op zaterdag 25 juli aanstaande zal in Amsterdam op het Museumplein (12h30-15h00) een grote nationale manifestatie plaatsvinden in reactie op de mensenrechtenschendingen die volgden op de presidentsverkiezingen van 12 juni. Volgens de organisatie waren er circa tweeduizend deelnemers, de politie dacht dat het er ruim duizend waren. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Cremers, Roger

De ongeveer duizend mensen die zich zaterdagmiddag hadden verzameld op het Museumplein in Amsterdam droegen groene buttons, armbanden, truien, jurken. Groen is de kleur van solidariteit met Iran. Op dezelfde dag werd in ruim tachtig steden wereldwijd gedemonstreerd tegen het geweld dat de Iraanse overheid gebruikt tegen zijn burgers. Mensenrechtenorganisaties als Amnesty International ondersteunden de actie.

In Amsterdam waren Iraniërs en Nederlanders bijeengekomen, uit solidariteit met het Iraanse volk. Ze hielden posters omhoog met leuzen en deelden Iraanse vlaggetjes uit. In een spandoek met de afbeelding van Neda, de vrouw die op 20 juni in Teheran werd doodgeschoten en symbool voor het protest werd, waren ‘kogelgaten’ geknipt.

De bekendste spreker op de manifestatie was de Iraanse Shirin Ebadi. Zij won in 2003 de Nobelprijs voor de Vrede door haar strijd voor vrouwenrechten in Iran. „Deze dag gaat om solidariteit en sympathie met het Iraanse volk. Het is goed dat zo veel mensen, wereldwijd, zijn gekomen. Het is voor Iraniërs een steun in de rug.” Maar alleen solidariteit is niet genoeg, zegt Ebadi. Burgers moeten hun overheid vragen actie te ondernemen. „De internationale gemeenschap moet Iran onder druk zetten vanwege zijn mensenrechtenschendingen en zich niet alleen richten op de nucleaire kwestie. ”

Hoe de toekomst eruit zal zien, weet Ebadi niet. „De wilskracht van het volk is groot. Iraniërs willen democratie en dat zullen ze ook krijgen. Maar wanneer en hoe, dat durf ik niet te zeggen.”

Ook de Iraans-Nederlandse schrijver Kader Abdolah sprak de menigte toe, met een groene sjaal om zijn hals. Hij zweepte het publiek op met de leus ‘weg met dictator’. „Eigenlijk moet dat ‘weg met dictatuur’ zijn, maar bekt minder goed bij demonstraties. Het is tijd om het achterlijke regime van de islamitische regering weg te sturen.” Hij benadrukt dat de middag om solidariteit en vreedzaamheid gaat. Bewust roept hij in zijn toespraak dat de leiders van Iran ‘weg’ moeten, in plaats van ‘dood’. „Er zijn nu scheuren in het regime. Het volk is niet meer bang voor de regering, dat was voor de protesten ondenkbaar.” Hoe lang de veranderingen op zich laten wachten, is ook volgens Abdolah niet te voorspellen. „Het is heel westers om gelijk resultaat te willen zien. Bij oosterse beschavingen gaat het meer om de ontwikkeling. Het kan even duren voordat er resultaat is. De protesten zijn onderdeel van een langdurig democratiseringsproces.”

Het enige aanwezige Tweede Kamerlid Krista van Velzen (SP) legde de nadruk op vreedzaam protest. „Ik roep Geert Wilders op om te stoppen met zijn oorlogstaal. Daar help je het Iraanse volk niet mee.”

Tori Egherman, een van de organisatoren, was na afloop tevreden met de demonstratie. „Alleen jammer dat er niet meer publiek en sprekers waren.”

Iran: pagina 5