Alles went

‘Vroeger ergerden we ons aan de Finnen”, zegt Sue Ann. „Die waren zo op zichzelf. Gingen ze onder elkaar zitten drinken.” Maar ja, alles went. Want toen kwamen de Somaliërs, de Vietnamezen en de Hmong. „Zeg nooit Laotiaan tegen een Hmong, daarmee kun je ze flink beledigen”, zegt Sue Ann.

Ze heeft er kijk op, want ze heeft ze allemaal in haar klas gehad. Ze is kleuterlerares in een slaapstadje even buiten Minneapolis, en ze vertegenwoordigt in die rol de eerste stop van de migrantenjeugd op weg naar het volwaardige Amerikaanse staatsburgerschap.

’s Ochtends de nieuwkomers die nog maar een paar woorden Engels spreken en ’s middags de kinderen van ‘echte Amerikanen’, de mensen die al een generatie of langer in de Verenigde Staten wonen. En reken maar dat Sue Ann haar lessen begint met het Amerikaanse volkslied. Met één hand op het hart gedrukt.

„Ze zijn hier gekomen om Amerikaan te worden en zo doen we dat’’, zegt ze beslist.

In een tijd waarin het Nederlanderschap, dubbele nationaliteit en Neerlands trots hardnekkige onderwerpen van gesprek blijven, is het verhelderend om in een land te zijn waar het woord ‘buitenlander’ zo’n andere betekenis heeft. Want of het nu gaat om een behouden gemeenschap in het Midden-Westen van het land of om de hustle bustle van de grote stad, overal in de Verenigde Staten landen onveranderd en gestaag buitenlanders met de wens om te blijven. Maar bijna nergens klinkt de roep om de grenzen te sluiten.

„Dat zou een beetje vreemd zijn”, zegt Sue Ann.

En ze meent het. Want het mogen dan vreemde types zijn die hun weg naar haar Minnesota hebben gevonden, ze zijn gekomen om Amerikaan te worden. Daar is Sue Ann van overtuigd. „Net als wij een paar generaties terug.”

De prijs voor die tolerantie is dat van de nieuwkomers wordt verwacht dat zij zich ook als Amerikanen leren gedragen. En daar zorgt Sue Ann voor.

„Zo doen we dat hier”, zegt ze onvervaard.

Floris-Jan van Luyn