Adembenemend Zwanenmeer

Mariinski Ballet: Het Zwanenmeer. Gezien: 25, 26 juli, Amsterdam. Voorstellingen t/m 1 augustus. Informatie: 0900-2525255, www.theatercarre.nl

Na twee formidabele uitvoeringen van Het Zwanenmeer staat vast: het Mariinski Kirov Ballet steekt in blakende vorm. Het meesterwerk van Marius Petipa en Lev Ivanov uit 1895 is een graadmeter voor de staat van een klassiek gezelschap en zeker voor het corps de ballet. Bij het Mariinski is dat van een bijna onwerkelijke homogeniteit en synchroniciteit: de port de bras van de dertig zwanen leggen een identiek traject af, met armen, ellebogen en polsen in dezelfde hoek en houding. Tijdens de groepsdansen is hoorbaar – Russische spitzen zijn keihard – maar vooral zichtbaar dat dit een superieur corps de ballet is, geen gedrild peloton, maar een ademend lichaam, voortbewogen door Tsjai-kovski’s muziek.

Delicate zwanenformaties omlijsten de ontmoetingen tussen Prins Siegfried en Odette, die door de boosaardige tovenaar Rothbart in een witte zwaan is veranderd. Alleen Siegfrieds eed van trouw kan haar redden, maar Rothbarts dochter Odile, het zwarte evenbeeld van Odette, voorkomt dit. Zaterdag en zondag werd de dubbelrol Odette/Odile vertolkt door twee zeer verschillende danseressen. De 27-jarige, roodharige Jekaterina Kondaoerova is een koninklijke Odette, lyirsch en muzikaal, expressief op een prachtig ingetogen manier. Vooral haar langzame, ‘witte’ variaties zijn een genot, met de zangerige, doorgaande lijnen die typisch zijn voor het Petersburgse gezelschap. Zonder overdrijving brengt Kondaoerova Odile tot leven; alle venijn zit in de scherpte van haar bewegingen, abrupte wendingen en afwijzende port de bras.

Onbegrijpelijk dat Kondaoerova ‘slechts’ tweede soliste is, terwijl Alina Somova, première-Odette-Odile, al principal is. De 23-jarige is een veulen dat nog moet worden gebroken, want van nature is zij niet gezegend met gevoel voor stijl. Wel met een bizar lenig lichaam. Haar solo’s lijken dan ook eerder een demonstratie van een Olympisch kampioene dan een gestileerde gevoelsuiting.

De echte Kirovstijl is nog te vinden bij Igor Kolb, de voorbeeldige partner van Kondaoerova. Hij vertegenwoordigt de oudere generatie en is een echte danseur noble die zijn zwanenkoningin op haar gunstigst presenteert. Hoewel zijn solo’s niet overweldigend virtuoos (meer) zijn, is zijn aristocratische stijl bewonderenswaardig. Kolb is als Siegfried dan ook geloofwaardiger dan Leonid Sarafanov, partner van Somova en een van de rijzende sterren. In vroeger tijden zou deze vrij kleine danser met zijn babyface nooit de prinsenrol hebben gekregen, want eigenlijk is hij het type niet. Hij beschikt wel ruimschoots over technische kwaliteiten en is bijvoorbeeld in staat moeiteloos dubbele tours en l’air aan elkaar te koppelen.

De kleinere solistische rollen zijn sterk bezet, met Grigori Popov, de nar, als uitblinker: een volbloed stuiterbal. Een genot, dit Zwanenmeer met een Russisch happy end. Wie andere klassieke dans van het zuiverste water wil zien, kan deze week nog terecht bij The Sleeping Beauty of het sprankelende Don Quichotte.