Zhong ziet de wereld als haar podium

Zhong (20) is geen gewoon Chinees meisje. Ze weet wat ze wil, heeft een internationale blik en spreekt perfect Engels.

Zhong Yijing is vastbeloten leider te worden. Foto Ruben Lundgren Lundgren, Ruben

Zhong Yijing (20) studeert Internationale Betrekkingen aan de universiteit van Peking (Beijda). Ze woont op de campus maar in de weekeinden gaat ze naar haar ouders die op de sportuniversiteit wonen. Haar moeder Dong Jinxia is hoogleraar sportsociologie, haar vader Zhong Jia hoogleraar sportfysiologie.

De flat van de Zhongs is er een zoals duizenden: de galerijen zijn opgetrokken uit beton, de deuren zijn van staal en er zijn weinig ramen. In de donkere woonkamer vullen zware eiken meubels de ruimte. Op Zhong’s meisjeskamer staat een computer en een bed, bedolven onder kleding en reisdocumenten. Ze staat op het punt naar Nigeria te vertrekken waar ze een paar maanden stage gaat lopen bij een Chinees olieconcern. Ze heeft veel gelezen over de rol van China in Afrika en wil nu zelf ervaren welke problemen daar spelen.

„Het is niet zo dat China zich geen zier aantrekt van de corruptie of genocide in Afrikaanse landen. Niet alleen China maar de hele wereld heeft meer informatie nodig om tot een oordeel te komen.”

Zhong is geen gewoon Chinees meisje. Ze weet wat ze wil, heeft een internationale blik, toont initiatief en spreekt perfect Engels.

Zhong pakt een fotolijstje van haar nachtkastje. Op de foto is ze vijf jaar. Ze draagt een vaal schooltrainingspak en heeft een rode zakdoek om haar nek geknoopt.

„Ik zat op een lagere school voor migrantenkinderen op de campus van de sportuniversiteit. Toen zag ik al dat sommige kinderen kansarm worden geboren. Dat had een enorme impact op mij. Ik kwam uit een eenvoudig maar goed gezin, zag mijn ouders altijd lezen. Ik voelde de noodzaak om mijn best te doen.”

In de vijfde klas, Zhong was tien, mocht ze mee met haar moeder die aan de universiteit van Cambridge een jaar lang onderzoek deed. Zhong ging er naar een school voor buitenlanders en logeerde bij een Engelse familie met vier kinderen. Ze speelde in die tijd met kinderen uit Pakistan, het Midden-Oosten en Afrika.

„Ik herinner me dat de kleuren en de geuren anders waren.

Het was vrolijker en er waren meer buitenschoolse activiteiten. In vergelijking met Chinezen waren de Engelsen open en beleefd, zo verfijnd.”

Terug in China werd ze wegens haar ervaring in Engeland toegelaten op een middelbare school die was gelieerd aan de Tsjingua, een van de topuniversiteiten in Peking. Haar ouders moesten daar 3000 euro voor neertellen. Ze had het er moeilijk.

„In Engeland word je ook gewaardeerd omdat je bijvoorbeeld eerlijk of grappig bent. In China ben je alleen iemand als je hoge cijfers haalt, luistert en je goed gedraagt.”

Door haar ervaringen in Engeland besloot Zhong Internationale Betrekkingen te gaan studeren. Het eerste jaar kwam van studeren niet veel terecht. Ze was net als haar studiegenoten vooral bezig met vriendjes en uitgaan. „Op de middelbare school is seks officieel verboden maar in de eerste twee jaar van de universiteit gaan de meeste studenten los.”

In het derde jaar maakte Zhong deel uit van een uitwisselingsprogramma met Harvard waar ze zich begon te verdiepen in westerse democratische waarden. „Historisch gezien hebben Chinezen veel vertrouwen in de elite. Ik geloof dat een andere regering het niet per se beter zou doen. Democratie is uiteindelijk het hoogst haalbare maar China is daar nog lang niet aan toe.”

Terug in China merkte Zhong dat het nationalisme er sterk is. „Chinezen zijn erg trots op hun cultuur maar de meesten kunnen die niet op waarde schatten omdat ze nooit in het buitenland zijn geweest. Gelukkig kan ik dat wel. De wereld is mijn podium.”

Om geld geeft Zhong nog niet veel. Ze krijgt elke week tien euro van haar ouders, verder heeft ze een mobieltje, een computer en weinig tijd om geld uit te geven. Ze probeert zich zo weinig mogelijk zorgen te maken over de hoge werkloosheid. Het liefst zou ze voor een internationale organisatie of een ‘denktank’ willen gaan werken.

„Studenten aan de Beijda zijn arrogant. Ze voelen zich te goed voor eenvoudige baantjes, ze zijn te veel bezig met succes en materiële welvaart. Maar ze zijn te onervaren en te naïef voor topbanen.”

Zhong heeft van haar moeder meegekregen dat ze hard moet werken maar vooral niet mag vergeten te genieten. „Mijn moeder is mijn grote voorbeeld. Ze is intelligent, tolerant, stelt toch grenzen en laat zien hoe ik als onafhankelijke vrouw in het leven moet staan.”

Zhong heeft het gevoel dat ze een leider kan worden. Maar een gebrek aan zelfvertrouwen zit haar in de weg.

„Mijn ouders komen van het platteland en voelden zich in de stad nooit serieus genomen. Elke dag houd ik mezelf voor dat ik het in me heb een leider te worden en dat ik mensen kan beïnvloeden. Op een dag zal me dat lukken.”

Eerdere delen via aanklikbare kaart op nrc.nl/eigenleven