'Wij slaan een kruis voor wij masseren'

Schrijver Arnon Grunberg werkt als masseur in een Roemeense kuuroord. Hij oefent op het vlees van de meester. Deel 5 in een serie.

De Zeven Bronnen, Sapte Izvoare in het Roemeens, doet denken aan films van de Servische regisseur Emir Kusturica. In warm zwavelwater zitten heren en dames van middelbare leeftijd die zich niet schamen voor hun overgewicht. De heren hebben tussen hun geprononceerde borsten gouden kruizen hangen. Het geverfde haar van de dames is aan het uitgroeien. Af en toe zit er een jong ding tussen.

Misschien zijn de dames en heren gepensioneerd of werken ze voor een verzekeringsmaatschappij maar ze stralen iets uit van: criminaliteit is romantisch.

Hier zal ik de komende dagen masseren, als stagiair van meester Mitica, de voormalige mijnwerker, die zijn enorme buik als een trofee voor zich draagt.

Eerst gaat meester Mitica mij masseren. Zodat ik weet hoe het eraan toegaat bij de Zeven Bronnen.

Hij trekt mijn zwembroek vrijwel uit. De andere bezoekers hebben ongegeneerd uitzicht op mijn billen, maar dat zijn ze hier gewend.

Alles wordt gemasseerd. Dan zegt hij dat ik spataderen heb en dat als ik spataderen bij cliënten zie er beter vanaf kan blijven, want dat kan gevaarlijk zijn.

De massage wordt afgesloten met een stuk kristal waarmee op het onderbeen en de voet wordt gedrukt om de negatieve energie kwijt te raken. „Met een hertenbotje gaat het ook”, zegt hij.

Vervolgens moet ik de meester masseren.

„Ik weet niet hoe jullie het doen in Nederland, maar wij slaan een kruis voor we gaan masseren”, zegt de meester.

Ik sla een kruis.

Het vlees is ongelooflijk. Ik voel me een slager. Schouders, borst, nek, alleen maar vlees of vet. Botten zijn niet te voelen.

„Harder”, roept de meester.

Ik druk met mijn duimen zo hard als ik kan in het vlees en probeer toch recht te doen aan mijn uitspraak dat ik in Nederland een diploma heb om ontspanningsmassage te mogen geven. Ik begin aan een tweede lichaam. Het lichaam van een heel oud, broos dametje. Haar botten steken uit.

De masseur moet zich voorstellen dat ieder lichaam het lichaam van zijn geliefde is. Zoals Aldous Huxley in Brave New World schreef: „Every one belongs to every one else.” Terecht weigert de staat zijn burgers een dergelijk denkbeeld op te leggen, maar de masseurs hebben geen andere keus. Onze vingers zijn van iedereen.

Na afloop zegt het oude dametje dat ik zulke fijne handen heb en of God me maar wil zegenen.

(wordt vervolgd)

    • Arnon Grunberg