Walter Cronkite

Schaakopgave NRC Handelsblad

De dood van de beroemde Amerikaanse journalist Walter Cronkite, vorige week zaterdag, deed me denken aan een verhaal dat Nico Cortlever me eens vertelde.

Cortlever was een van de helpers van Max Euwe bij het wereldkampioenschap dat in 1948 in Den Haag en Moskou werd gehouden. Hij ging ook mee naar Moskou.

Euwe had daar afgesproken om verslagen over het toernooi te leveren aan United Press International, dat toen en nog lang daarna een belangrijk persbureau was. In 2000 werd het gekocht door de Moon-sekte en tegenwoordig stelt het niet veel meer voor. Omdat Euwe belangrijker zaken aan zijn hoofd had, gaf hij het baantje voor UPI door aan Cortlever.

Een keer kwam Walter Cronkite langs, die toen de Moskouse correspondent van UPI was. Hij zei dat de Nederlanders sommige dingen niet goed deden. Als Cortlever bijvoorbeeld had geschreven dat Smyslov een pion offerde, had hij moeten schrijven dat de flamboyante 27-jarige Moskoviet een pion offerde, om herhaling van de naam Smyslov te voorkomen en extra informatie te verschaffen.

Die gewrongen manier om een onschuldige herhaling van een naam te voorkomen komt nog steeds voor, en zo lazen we vroeger over het Beest van Bakoe (Kasparov) en tegenwoordig over de Tijger van Madras. Volgens Anand zijn er geen tijgers in de buurt van Madras, maar hij heeft geen bezwaar tegen de bijnaam, want hij vindt tijgers mooi.

Die herhalingsvermijding staat onder journalisten bekend als persbureautaal. Het woord flamboyant hoort er ook bij. Het slaat niet op een felle en uitbundige persoonlijkheid, maar betekent simpel roodharig, wat Smyslov inderdaad was.

Cortlever vertelde ook nog een aardig verhaal over Samuel Reshevsky, de Amerikaanse deelnemer aan dat wereldkampioenschap van 1948.

Omdat Euwe zijn vrouw mee zou nemen naar Moskou had Reshevsky bedongen dat ook voor zijn vrouw de reiskosten zouden worden betaald. De organisatoren schrokken van de hoge extra kosten die mevrouw Reshevsky op de boot van New York naar Nederland had gemaakt voor dingen als drankjes, fooien en wasserij. Dat viel tegen, vooral omdat mevrouw Reshevsky niet op die boot was geweest. Ze bleef thuis.

Reshevsky legde uit dat dat er niet toe deed. Als ze was meegekomen had ze die extra kosten moeten maken, dus het hoorde bij de reiskosten die vergoed zouden worden. Daar viel niets tegen in te brengen.

De Nederlandse organisatoren waren niet rijk en controleerden de virtuele rekening van mevrouw Reshevsky nauwgezet op interne consistentie. Had ze niet te royale fooien gegeven en hadden de kleren die steeds naar de wasserij gingen niet wat langer gedragen kunnen worden als ze echt was meegereisd?

Om terug te komen op Cronkite, op de website van het Open NK in Dieren las ik over ‘de flamboyante Roi Miedema’. Zou de jonge Fidemeester Miedema ook roodharig zijn, net als Smyslov? Dat bleek inderdaad zo te zijn. De lessen van Walter Cronkite zijn nog niet vergeten.

Nu moet ik eerlijk zeggen dat de partij van Miedema die op die website besproken werd inderdaad wild en uitbundig was, hoewel niet in onverdeeld gunstige zin. Er moet verschrikkelijke tijdnood zijn geweest, want de spelers maakten de ene gruwelijke fout na de andere en stonden om de beurt op winst.

Roi Miedema - Grigori Kodentsov, Open NK Dieren

1. d4 Pf6 2. c4 g6 3. Pc3 Lg7 4. e4 d6 5. f3 0-0 6. Le3 Pc6 7. Pge2 a6 8. Dd2 Tb8 9. Tc1 Ld7 10. Pd1 e6 11. Pf2 Pe7 12. g3 Pe8 13. Lg2 b5 14. c5 b4 15. 0-0 Lb5 16. Tfd1 Pc6 17. d5 Pe5 18. Pd4 exd5 19. exd5 dxc5 20. Pxb5 Txb5 21. Txc5 Pd6 22. Txb5 Na voorzichtige manoeuvres en creatieve achterwaardse paardensprongen van beide kanten staat wit iets beter. 22...Pec4 Zwart verscherpt de strijd, want 22...axb5 23. b3 bevalt hem niet. 23. Lg5 Da8 Het eindspel na 23...Pxd2 24. Lxd8 Pxb5 25. Lxc7 zou gunstig voor wit zijn, maar wat zwart doet had ook zijn problemen niet op mogen lossen. 24. Dc1 Er was niets tegen het simpele 24. Dxb4. 24...Lxb2 Hier had zwart gewoon 24...axb5 moeten doen en na 25. b3 zou het stukoffer 25...Dxa2 26. bxc4 dxc4 goed speelbaar voor hem zijn. 25. Df4 Wit laat hier beslissend voordeel glippen. Na 25. Dxc4 Pxc4 26. Txb4 zou hij een toren en twee stukken tegen de dame krijgen. 25...axb5 Nu staat wit een pion achter en zijn pion a2 is onverdedigbaar. Zijn enige (kleine) kans is koningsaanval. 26. Pg4 Maar deze zet had een stuk moeten kosten. 26...f5 Zwart had kunnen winnen met 26...f6. Als wit op f6 slaat verliest hij een stuk door de penning op de f-lijn en na 27. Lh6 g5 moet hij ook een stuk geven om niet de dame te verliezen. 27. Ph6+ Kg7 28. Dh4 Da7+ 29. Kh1 Te8 Wit leeft weer, maar een mooi leven is het niet. Zolang zijn Ph6 niet kan spelen, kan hij met de andere aanvalsstukken ook niet uit de voeten. 30. g4 De enige kans. 30...Da4 Wat zwart doet is nog niet echt slecht, maar het ferme 30...Pe3 zou veel krachtiger zijn. 31. Te1 Dxa2 32. Le7 Lc3 33. gxf5

Wit heeft meer gekregen dan nodig was, maar zwart zou de zaak nog onder controle hebben na 33...Db2. 33...Dd2 Maar hierna had wit met 34. f6+ een stuk en de partij kunnen winnen. 34. Tg1 Zwart krijgt nog een kans. 34...Ld4 Zowel alsnog 34...Db2 als 34...Txe7 zou goed voor zwart zijn. 35. f6+ Nu slaat wit wel toe. 35...Kh8 36. f7 Pxf7 37. Df6+ Zwart gaf op.