Walkman (oer-iPod) bestaat dertig jaar

Je eigen muziekkeuze op zak hebben in een i-Pod is nu normaal. Maar dertig jaar geleden niet. Toen kwam Sony met iets nieuws: de Walkman.

Meeneemmuziek: de Sony Walkman draagbare cassetterecorder met koptelefoontje. De eerste dateert uit 1979.

Beatles of Beethoven, Askenase of Aznavour, Madonna of Maderna – uit een handzaam doosje in je zak golfden ze op naar je oren, waar je ook maar ging of stond en zonder dat iemand er last van had. Het was een mirakel toen Sony deze maand dertig jaar geleden de Walkman introduceerde. Op 1 juli 1979 lanceerde de Japanse innovatiefirma het draagbare doosje dat de voorloper zou blijken van alle vederlichte apparaatjes van nu: de iPods, mp3-spelers en nog aanstormende varianten.

De Walkman was onmiddellijk een succes: de eerste twee maanden waren er in Japan vier miljoen van verkocht en na twee jaar 200 miljoen wereldwijd. Het was de triomf van Sony-baas en -oprichter Akio Morita, die persoonlijk het concept had bedacht en de productie ervan had doorgedrukt tegen de adviezen in van al zijn marketingspecialisten.

Waar haalde hij zijn overtuiging vandaan?

Tijdens een interview met de bouwer van het wereldconcern in het Sony-hoofdkantoor in Tokyo’s blitse zakenwijk Ginza vertelde de vriendelijke witharige gentleman me in 1981 hoe hij op het idee kwam.

„Mijn dochter van zestien was een weekje met haar schoolklas naar een kamp geweest. Toen ze weer thuiskwam omhelsde ze mijn vrouw en mij en holde daarna direct door naar haar kamer. We hoorden hoe ze daar onmiddellijk haar favoriete muziek aanzette. Daardoor vonkte plotseling een idee bij me op. Blijkbaar, zo realiseerde ik me, heeft deze generatie, de kinderen van de sixties, een bijna fysieke behoefte aan hun muziek: een week gedeeltelijke ‘onthouding’ wekt een onstuitbaar verlangen. Geef hun dus iets waardoor ze hun muziek altijd bij zich hebben, dacht ik. De rest was simpel: gewoon een cassettespeler zonder luidspreker, een doosje met oordopjes.

„Toen ik het hier voorstelde verwachtte ik applaus en enthousiasme maar, o nee, geen sprake van. De marketingmensen zagen er niets in en droegen het ene bezwaar na het andere aan: kwalitatief niet goed, te kwetsbaar, kinderen zijn veel te bewegelijk – wat ze maar konden verzinnen. Maar ik zei: we gaan ’m maken.”

De rest is geschiedenis. Morita bedacht de naam Walkman, een soort wandelaar die met je meegaat. Maar toen in het buitenland andere namen ontstonden, twijfelden de Japanners: zouden ze overstappen op Soundabout, zoals de Amerikanen hadden bedacht, of op het Australische Freestyle of op Stowaway zoals de nouveauté in Groot_Brittannië heette? Maar met de ontwikkeling van de nieuwe modellen – driehonderd verschillende tenslotte – won de oorspronkelijke naam terrein en Walkman werd overal de naam voor de grootste technologische doorbraak in de muziekgeschiedenis.

Wel zat van meet af aan een hardnekkige horzel in de Sony-huid. Een in Italië wonende Duitse ingenieur, Andreas Pavel geheten, bleek al in 1977 een soortgelijke vinding te hebben geregistreerd onder de naam Stereobelt. Gesprekken met Sony leverden hem niet genoeg op en een advocatenoorlog brak uit. Die duurde tot 2004, toen de Japanners ten slotte voor een bedrag van ‘verscheidene miljoenen dollars’ de Duitser van zich afschudden. Die was inmiddels drie miljoen aan proceskosten lichter geworden.

Is Andreas Pavel dus eigenlijk de aartsvader van de mini-chipsdoosjes-met-duizend-hits die nu aan honderden miljoenen oren hangen? Tja, een goed idee ontstaat dikwijls op meer plaatsen tegelijk, maar je komt het verst als je een multinational achter je hebt staan.

    • Frans van Lier