Vergeten steden

Nederland, Rotterdam, 25-06-09 Dirk Vlasblom. © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

Wie dertig jaar geleden over het schiereiland Yucatan vloog, zag in de dicht beboste laagvlakte beneden hier en daar een begroeide heuvel. Sindsdien zijn enkele van die groene bulten kaal gekapt. Wat bleek? Het zijn reusachtige piramiden, centra van al lang verlaten steden. Een openbaring, maar ook een raadsel.

De Maya’s, het indiaanse volk dat nu in dorpen woont in het zuiden van Mexico, in Guatemala, Belize en Honduras, begonnen tweeënhalfduizend jaar geleden steden te bouwen. En geen kleintjes. Neem Calakmul, een stad in het zuiden van Yucatan die de laatste decennia is blootgelegd. In zijn bloeitijd – rond 500 – besloeg die meer dan 6000 hectare en had hij 50.000 inwoners. In het centrum stonden duizenden gebouwen: huizen, tempels, paleizen en voorraadschuren. Buiten de stad strekten zich duizenden hectaren maïsland uit.

Vier eeuwen later, rond 900, woonden er in Calakmul en andere steden in zuidelijk Yucatan bijna geen mensen meer en plantten boeren maïs op de pleinen voor de piramiden. Er werden geen bouwwerken meer opgetrokken, geen inscripties in beeldschrift meer aangebracht. Waarom verlieten de Maya’s hun steden? De theorieën zijn legio.

De wereld van de Maya’s bestond tussen 300 en 900 uit zo’n zestig stadstaatjes en leek op het oude Griekenland: één gedeelde, hoog ontwikkelde cultuur, maar ook verdeeldheid en strijd. De ineenstorting van de klassieke Mayacultuur kan zijn veroorzaakt door aanhoudende oorlogvoering, die te veel mankracht en middelen onttrok aan de landbouw. Of door een langdurige droogte die de productie van agrarisch surplus ondermijnde. Dat kan mensen hebben gedwongen de steden te verlaten en zelf voedsel te verbouwen. Het is ook mogelijk – maar er is geen schijn van bewijs – dat nieuwe ziekten de stadsbevolking decimeerden.

De Maya’s verdwenen niet, ze hielden op in steden te wonen, een unicum in de wereldgeschiedenis. Waarom blijft een raadsel.

    • Dirk Vlasblom