U drinkt het liefst Hollandse melk? Sluit dan de grenzen

De liberalisering van de markt blijkt rampzalig voor boeren. Als boeren geld bij moeten leggen om melk te kunnen leveren, is Nederland snel koevrij, meent Harmen Treur.

Gefeliciteerd! Het is bijna zover: geen mestlucht meer in Nederland. Geen loeiende koeien die de stilte van de zomeravond doorbreken. Geen tractors meer die met hun machines het verkeer ophouden. Binnenkort is Nederland geheel koevrij. Melk halen we, net als olie en sinaasappels, uit het buitenland, waar het immers allemaal goedkoper kan.

Wat zegt u? Drinkt u liever Hollandse melk? Waren we oorspronkelijk toch een zuivelnatie? Wilt u niet voor eerste levensbehoeften afhankelijk zijn van het buitenland? Klinkt daar gemompel over leegloop van het platteland?

Tja. De melkboeren willen wel blijven. Alle productievoorwaarden, klimaat, bodem, infrastructuur zijn in Nederland optimaal. Bijna elke Nederlandse boer heeft een agrarische opleiding op minimaal mbo-niveau. Zijn veestapel is genetisch hoogwaardig. Maar als boeren geld moeten bijleggen om melk te kunnen leveren, zullen ze hun koeien verkopen.

Bij de Albert Heijn kost een literpak melk 68 eurocent. Sinds een half jaar krijgen de Nederlandse boeren daar nog maar 21 cent van. Vorig jaar was dat nog 35 cent. Wat is er gebeurd? Is de kostprijs van het voer omlaaggegaan? Zijn de verwerkingskosten voor de supermarkten gestegen? Niets van dit alles. Het is een gevolg van de liberalisering van de markt. De melkprijs wordt tegenwoordig bepaald door vraag en aanbod op de wereldmarkt.

De wereldmarktprijs is een ramp voor de melkveehouders. Een boer moet altijd melken, hij kan niet bij een lage prijs de lopende band een standje lager zetten. Sterker nog, een boer fokt vee dat pas over twee jaar zal produceren. Inspelen op scherpe prijsdalingen is daardoor onmogelijk.

In de jaren tachtig speelde een soortgelijk probleem. De oplossing was even simpel als geniaal. Van elke boer werd vastgesteld hoeveel melk er was geleverd in het referentiejaar 1983. Daarnaast werd berekend hoe groot de vraag naar melk was. Daarmee werd voor iedere boer een melkquotum bepaald. Deze kon zijn quotum vol melken. Hij leverde de melk tegen een redelijke prijs aan de zuivelfabriek.

In het Europese landbouwbeleid is er, vooruitlopend op een WTO-akkoord, voor gekozen om dit melkquotum af te schaffen, zodat er ook voor de wereldmarkt geproduceerd kan worden. Het doel is om de melkproductie te verplaatsen naar die landen waar produceren het goedkoopst is. Het afschaffen van het melkquotum gaat gefaseerd. Eerst wordt het quotum verruimd. In 2015 wordt het quoteringssysteem geheel losgelaten.

Inmiddels wordt er, door de verruiming van het quotum, meer gemolken dan er kan worden geconsumeerd. Het teveel komt bijvoorbeeld in de vorm van melkpoeder op de wereldmarkt. Vorig jaar leek dat goed uit te pakken als gevolg van de toenemende vraag in Azië. Onmiddellijk deden veel Europese boeren investeringen om hun bedrijf voor de toekomst klaar te maken. Maar door de crisis is de vraag naar melk sterk gedaald. De melkprijs is nu historisch laag.

De liberalisering blijkt rampzalig voor de boeren. De prognoses zijn ook voor de lange termijn niet gunstig. De boeren die veel investeringen hebben gedaan zitten met gigantische lasten.

De Europese Commissie had beloofd de problemen te onderzoeken. Afgelopen woensdag maakte de commissie bekend dat de liberalisering moet doorgaan – een uitkomst die al vaststond voordat het onderzoek werd begonnen. Het beetje extra subsidie dat is toegezegd, is niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat. Een boer wil geen subsidie. Een boer wil een eerlijke melkprijs.

Voor 21 cent per liter melk kan geen boer blijven melken. Volgens het Landbouw-Economisch Instituut (LEI) bedraagt de kostprijs 45 eurocent per liter. In die prijs zit een minimale vergoeding voor arbeid. De prognose is dat het aantal melkveehouders in Nederland minstens zal halveren.

Zo werkt de markt, kun je zeggen, er wordt nu eenmaal te veel geproduceerd. De uitvallers moeten zich maar laten omscholen. Landbouweconomen zien alleen nog kansen voor boeren die aan schaalvergroting doen, omdat de arbeidskosten per liter melk dan lager worden.

Zijn megastallen dus de oplossing? Dat betekent nog grotere productie en dan werken de boeren er zelf aan mee dat de prijs nog weer lager wordt. De kans dat koeien nog eens een wei zullen zien, is dan nihil, de kans op uitbraak van ziekten groot. Bovendien neemt door nog meer koeien ook de vraag naar krachtvoer toe. Voor krachtvoer moet soja worden verbouwd. Voor soja worden regenwouden gekapt.

Er is een veel betere oplossing. Zo heel veel melk wordt er niet overgeproduceerd. Eén procent overschot geeft al een enorme druk op de prijs. Wanneer Europa de grenzen sluit voor aanvoer van buiten, zoals Canada dat doet, kunnen de boeren een goede melkprijs krijgen en is er niet te veel melk. De melkquota moeten dan opnieuw worden verdeeld.

De grenzen sluiten voor melk van buiten Europa – is dat niet oneerlijk tegenover derdewereldlanden? Nee. Derdewereldlanden exporteren ook nu geen melk naar Europa, dus aan hun afzetgebied wordt niet getornd. Alleen Amerika en Nieuw-Zeeland profiteren van onze open grenzen en het is de vraag of Europa dat moet betalen.

In Canada leveren de boeren tegen een prijs die kostendekkend is en die een redelijk inkomen verschaft. De tussenhandel, de supermarkt, krijgt een kleiner deel van de winst dan in Nederland. Nederlandse supermarkten profiteren momenteel gigantisch van de lage wereldmarktprijs. Maar de consument merkt daar niets van, hij betaalt evenveel als vorig jaar.

Is het rechtvaardig dat de supermarkten winst maken over de rug van de boeren? Er bestaat geen enkele loyaliteit aan de Nederlandse boer. Als Friesland-Campina zegt dat zij een hogere prijs wil voor de Nederlandse melk, antwoordt Albert Heijn dat hij zijn melk wel uit het buitenland haalt. Gelukkig stelt de Europese Commissie nu ook voor om ‘eens te kijken’ naar machtsmisbruik van de supermarkten. Laten we hopen dat het dan niet bij een boete blijft.

Maar ook de Nederlandse consumenten moeten eens nadenken over de vraag welke prijs zij willen betalen. 68 cent voor een liter, en bij de Aldi zelfs 39 cent, is wel erg weinig. Een fles water kost meer. De vraag is of consumenten 10, 20 of 30 cent meer willen betalen. Prijsstijgingen zien we bij alle producten, behalve bij zuivel en eieren. Waarom zouden we niet iets meer betalen voor kwaliteit? Die kwaliteit is nergens beter dan in Nederland. Nergens ter wereld worden regels voor voedselveiligheid zo goed nageleefd én gecontroleerd als hier.

Voor een paar cent per liter extra blijft de voor ons landschap zo kenmerkende boerennatuur behouden. En blijft de file van af- en aanrijdende melkauto’s uit het buitenland ons bespaard. Het platteland blijft bewoond, de melk blijft Hollands. En de boeren worden niet als een sinaasappel tot op de laatste druppel uitgeknepen.

Harmen Treur is melkveehouder op Walcheren.