Pianovuur bij zusters Labèque

Klassiek: Robeco Zomerconcerten. Duo Labèque, piano. Werken van Debussy, Schubert, Granados en Albéniz. Gehoord: 23/7, Concertgebouw, Amsterdam. * * *

Het pianoduo Labèque doet op veel momenten denken aan de vrouwelijke verpersoonlijking van Schumanns artistieke alter ego’s. Katia Labèque profileert zich aan de vleugel als de onstuimige, extroverte Florestan, terwijl haar jongere zus Marielle speelt als de dromerige, introverte Eusebius. Gisteren speelden ze de serie Robeco Zomerconcerten in het Amsterdamse Concertgebouw.

Via hun moeder, de pianiste Ada Cecchi, staan de zusjes Labèque in rechtstreekse verbinding met de muziek van Debussy, Ravel en Fauré, componisten van wie Long vele premières speelde. En Blanc et noir voor twee piano’s, een van de laatste werken van Debussy, werd dan ook vrijgevochten en zonder reserves opgediend, basaal, markant en onstuimig, om telkens weer te verglijden in delicate lyriek.

Minder gelukkig klonk het duo in de Fantasie in f van Schubert, misschien wel het mooiste stuk dat ooit voor piano vierhandig werd geschreven. Aan eenheid ontbrak het niet in dit aangrijpende ‘pianolied’, waarin licht en schaduw elkaar naar het leven staan. De vorm had echter iets weg van vloeiende lavastroom, die maar niet wilde versmelten tot helder omlijnde contouren. Na een broze opening zetten de zusjes Labèque de contrasten in dynamiek, tempo en expressie steeds scherper aan, waarbij de magische noten van Schubert samenvloeiden tot een organisch betoog, maar weigerden zich te ontvouwen tot een waarachtige dialoog.

In Quejas, o la maja y el ruisenor van Granados kwam het vurige temperament van Katia Labèque tot uiting in lonkende frases en parelende accenten. Haar zus Marielle deed dienst als de bescheiden maar feilloos meeademende ‘ondergrond’, een kwaliteit die ze in verschillende delen uit Iberia van Albéniz tot indrukwekkende hoogte bracht. Meer nog dan bij Granados kwam Katia’s kleurrijke expressiviteit in deze impressionistische Spaanse muziek tot bloei.

Hoogtepunt van de avond waren twee enerverende toegiften: Variaties op een thema van Paganini van Lutoslawski, gespeeld alsof de duivel hen op de hielen zat, en daarna een enthousiasmerende ode aan de jazz.

    • Wenneke Savenije