Oppasrobot mag niet streng zijn

Deze zomer bespreekt een panel van Dr. Zeepaard elke week een vraag. Vandaag: zou je een oppasrobot willen?

A robot cooks okonomiyaki (Japanese savory Robots kunnen pannekoeken bakken, maar emoties herkennen is lastig pancakes) during a demonstration at the FOOMA Japan international food machinery and technology exhibition in Tokyo, June 12, 2009. REUTERS/Michael Caronna (JAPAN BUSINESS SCI TECH SOCIETY FOOD) REUTERS

De ideale oppasrobot is schattig en een kop kleiner dan de kinderen die hij in de gaten houdt. Hij gaat blozen als je hem een kusje geeft en hij heeft schattige handjes en rolvoeten. Dat vinden de panelleden van de Johannesschool in Hillegom.

“Een oppasrobot kan de boodschappen doen”, zegt Marieke. “En de was. Hij kan mijn kleren opvouwen en het dekbed over mij heen doen.”

Ook Tessa wil zo’n robot wel: “Met een ingebouwde Nintendo, een PlayStation één, twee drie en een Wii.”

Pim: “En een X-Box.”

Marieke: “Ik wil liever een robot om mee buiten te spelen. Een die kan rijden op een éénwielfiets. Of een robot met lange armen waar ik mee kan badmintonnen.”

Volgens Jari heeft een goede oppasrobot voordelen boven een mens. “Een robot kan zijn hoofd wel vier keer in het rond draaien. Zo houdt hij iedereen tegelijk in de gaten.”

Zou hij je kunnen troosten?

“Geen probleem”, denkt Tessa. “Dan moet hij wel tegen tranen kunnen. Maar elektrische dingen die tegen water kunnen heb je al lang. Denk maar aan de elektrische tandenborstel.”

Robots kunnen heel gevoelig zijn, weet Jari. Hij heeft de Pixar-film over het robotje Wall-E gezien: “Die leeft in de toekomst. Er is overal vuil en afval op de aarde en hij ruimt het op. Dan ziet hij een plantje. En dan doet ie zo van ‘aahh wat lief’’, omdat het leeft. Hij is dus heel gevoelig.”

Is voor een kind zorgen niet moeilijker dan voor een plant?

Tessa: “Mijn ouders kunnen geen plant in leven houden, maar bij mij is het wel gelukt.”

Pim: “In drie miljoen jaar zal er geen robot komen die voor mij kan zorgen. Echt niet. Ik zit veel te ingewikkeld in elkaar.”

Tessa: “Ik denk niet dat robots al helemaal klaar zijn om op te passen. Ze hebben in Japan wel een klein beginnetje gemaakt, maar de emoties zijn nog niet klaar. Dan snapt hij het dus niet als ik bijvoorbeeld keihard zit te janken. Dan slaat ie me misschien op mijn schouder en zegt: ‘Hé Tessa wat een leuke dag!’ ”

Pim: “Als zo’n robot storing heeft, dan heb je een probleem. Dan zegt ie: ‘ruim je kamer op’ en dat doe je dan, maar dan gaat ie toch slaan, omdat hij denkt dat je niet luistert.”

Maar zou een verbeterde robot echt voor mensen kunnen zorgen?

“Dat soort robots zijn er al”, zegt Jari. “In ziekenhuizen rijden ze door de gangen naar de kamers. Dan gaat er zoef een schaaltje omhoog en dan kunnen mensen hun eten pakken. Ik heb het gezien op het Jeugdjournaal.”

Vast staat dat een oppasrobot niet te streng mag zijn. Pim: “Mijn ouders zouden erin zetten dat ik niks mag doen, alleen maar zitten op de bank.”

Mocht de oppasrobot niet bevallen, dan heeft Tessa een oplossing: “ “Ik pik gewoon de handleiding. Dan herprogrammeer ik hem en maak er een lieve robot van.”

    • Michiel van Nieuwstadt