Omstreden oliespeculanten hebben hun nut

De olieprijzen blijven sterk op en neer gaan. Na de politiek heeft nu ook de Amerikaanse toezicht- houder kritiek op speculanten. Maar is dat wel terecht?

Olietankers en andere schepen liggen voor anker bij de opslagterminals van energieconcern Shell, ten zuiden van Singapore. Foto Reuters Vessels are anchored near Shell's oil facility on Pulau Bukom (top), off the southern coast of Singapore December 18, 2008. REUTERS/Tim Chong (SINGAPORE) REUTERS

De curve van een spectaculaire achtbaan gaat meestal in twee fasen. Bij de eerste vertikale lus gaat het langzaam omhoog, tot de top is bereikt, om daarna met een rotvaart naar beneden te duiken. En dan komt de tweede lus eraan.

Op dezelfde manier is een vat ruwe Brent-olie in het voorjaar van 2008 stapsgewijs duurder geworden tot in juli de duizelingwekkende piek van 145,61 dollar werd bereikt, om daarna in amper vijf maanden naar beneden te suizen tot 34,58 dollar.

En zie. Olie die verhandeld wordt op de termijnmarkt in Londen is opnieuw gestegen en bijna twee keer zo duur geworden als eind vorig jaar. Ondanks de teruggelopen vraag en de overvolle opslagtanks. Een vat ruwe Brent uit de Noordzee kost nu circa 67 dollar. Afgelopen maand werd zelfs even de drempel van 70 dollar overschreden.

Zitten de olieprijzen op de achtbaan in een tweede lus? Vooral de politiek houdt de adem in nu de eerste signalen van een economische herstel zich aandienen. Eerder deze maand riepen de Franse president Nicolas Sarkozy en de Britse premier Gordon Brown in een opiniebijdrage in de The Wall Street Journal op om de „gevaarlijk wispelturige” olieprijs die „het vertrouwen in een economisch herstel ondermijnt” beter in bedwang te houden. In de Amerikaanse Senaat gaan er stemmen op om de praktijken van zogeheten speculanten, die de olieprijs kunstmatig beïnvloeden, aan banden te leggen.

Er is echter één merkwaardig verschil met een jaar geleden. In juli 2008 was de belangrijkste Amerikaanse toezichthouder op de grondstoffenhandel, de Commodity Futures Trading Commission (CFTC), geen voorstander om handel in olie aan wettelijke beperkingen te onderwerpen. In een uitgebreide studie stelde de beurswaakhond toen vast dat er „geen significant bewijs” is dat speculatieve handel de prijzen van ruwe olie op de termijnmarkt „systematisch heeft beïnvloed”.

Nu lijkt de Amerikaanse toezichthouder van mening veranderd. Twee weken geleden kondigde hij aan strenger te zullen optreden tegen de rol van speculatieve beleggers in de oliehandel. „We zullen op agressieve wijze al onze invloed gebruiken om een faire, open en efficiënte marktwerking te verzekeren”, zei Gary Gensler, die sinds dit voorjaar de nieuwe voorzitter is van de CFTC.

Vanwaar die draai van 180 graden? „De gevolgen van de financiële crisis zijn intussen volop duidelijk geworden”, zegt Patrick Kulsen van PJK International, een Nederlands bureau dat bedrijven adviseert die actief zijn in de oliehandel. Volgens hem staan toezichthouders wereldwijd onder druk. „De CFTC heeft een reputatie hoog te houden en is daarom bereid harder op te treden”, zegt Kulsen.

Als tweede reden wijst hij op de machtswisseling in de VS. „President Obama is nu verkozen en zijn partij is een voorstander van meer marktregulering.”

Toch zijn de redenen die de CFTC een jaar geleden aanhaalde om de fabelachtige hausse in de olieprijzen te verklaren, niet minder relevant geworden. De fundamentele oorzaak van de prijzenspiraal van vorig jaar was volgens de toezichthouder een markt die niet in balans is. Sinds 2003 is het aanbod uit olieproducerende landen die geen lid zijn van het OPEC-kartel systematisch achterop gebleven op de sterk toegenomen mondiale consumptie. En het oliekartel zelf was niet in staat om aan die extra vraag te voldoen.

De toezichthouder bracht ook het aantal openstaande posities in kaart voor Amerikaanse WTI-olie op de termijnmarkt van New York. Er werd een verdriedubbeling van het aantal termijnorders vastgesteld in de periode van januari 2004 tot januari 2008. Ook het aantal „grote beleggers” – veelal investeringsbanken en hedgefondsen – was toegenomen: er waren in dezelfde tijdspanne bijna twee keer zoveel geregistreerde marktpartijen. Ook op de Londense termijnmarkt voor ruwe olie was er een gelijkaardige instroom van investeerdersgeld.

Maar die toegenomen interesse van professionele beleggers in de branche was niet de oorzaak van de opwaartse prijzenspiraal, zo stelde de CFTC vast. Ze viel ermee samen. Als speculatieve beleggers de prijzen systematisch zouden hebben opgedreven, dan zou dit tot uiting zijn gekomen in belangrijke wijzigingen van hun openstaande posities vóór de prijsverandering. En dat was niet het geval.

De handel op de termijnmarkt wordt traditioneel gedreven door olieconcerns, energie- en luchtvaartbedrijven die rechtstreeks olieproducten kopen en zich met zogeheten futures of termijnorders indekken tegen al te heftige prijsschommelingen. In het jargon worden zij hedgers genoemd. Een ander deel van de termijnhandel gebeurt door financiële beleggers die zich op die manier proberen te beschermen tegen inflatie en de zwakke dollar. Zij zijn niet geïnteresseerd in de fysieke levering van de grondstof. Zij worden speculanten genoemd en zorgen voor de nodige liquiditeit in de markt, aldus de CFTC.

Het is dan ook ironisch dat diezelfde toezichthouder er nu aan denkt om de bewegingsvrijheid van handelaren met een puur financieel belang in de oliemarkt te beperken. Dergelijke maatregelen dreigen als een boemerang terug te komen. Een bank die niet ongedwongen haar eigen risico via termijncontracten met andere partijen kan delen, kan ook niet op een efficiënte manier een luchtvaartmaatschappij helpen die zich bij die bank wil indekken tegen de prijsstijgingen van kerosine.

„De toezichthouder mag niet uit het oog verliezen dat speculanten erg nuttig kunnen zijn”, zegt Patrick Kulsen. „Ze nemen het risico over van hedgers, brengen liquiditeit in de markt en zorgen voor een betere prijsvorming.”

Anders gezegd: speculanten zorgen misschien voor het nodige spektakel op de oliemarkt, maar ze kunnen niets veranderen aan de lussen op de achtbaan. Hoe angstaanjagend die ook mogen zijn.