Obama verslikt zich in kritiek op politie

De Amerikaanse president Barack Obama „betreurt” dat hij het politieoptreden tegen een bevriende zwarte hoogleraar als een „domme actie” had bestempeld. Obama betuigde zijn spijt gisteren tijdens een persconferentie in Washington.

Zijn verwijt aan het adres van de politie was hoog opgenomen door politiebonden en dreigde uit te lopen op een eerste raciale rel rond Obama.

Harvard-professor Henry Louis Gates, Afro-Amerikaanse studies, forceerde op 16 juli de toegang tot zijn eigen woning in Cambridge, Massachusetts. Een buurman, die het niet vertrouwde, belde de politie. Die arresteerde Gates, denkend dat hij een inbreker was.

Van het voorval kwamen daarna tegenstrijdige lezingen in omloop. Gates zei dat de (blanke) agenten zich agressief en racistisch hadden gedragen. De politie zei dat de hoogleraar had geweigerd zich te identificeren. Ze hadden hem gearresteerd omdat hij zich jegens hen onbehoorlijk had gedragen en hen had uitgescholden.

Obama zei woensdag desgevraagd dat de politie „dom” had gehandeld. Op haar beurt eiste de politie van Cambridge, gisteren bijgevallen door politiebonden, daarna excuses van de president.

Obama belde gisteren met een van de betrokken agenten, James Crowley. Daarna zei hij op een persconferentie dat de zaak uit de hand was gelopen en dat hij daar zelf „klaarblijkelijk” de hand in had gehad. „Ik denk dat ik in mijn woordkeuze ongelukkigerwijs de indruk heb gewekt kwaad te spreken over de politie van Cambridge of brigadier Crowley in het bijzonder. Ik had woorden van een ander kaliber kunnen kiezen.”

De president zei dat het feit dat het voorval de afgelopen dagen zo veel aandacht had getrokken „bevestigt dat dit zaken zijn die hier in Amerika nog steeds heel gevoelig liggen”. (AP, Reuters)