Neem dan maar afscheid van je eigen principes

Afrikanen praten ons naar de mond. Samenwerking met het maatschappelijk middenveld zal Afrika dan ook niet helpen, meent Gerbert van der Aa.

Nies Medema en Arnob Chakrabarty stellen hierboven terecht vast dat westerse donoren niet effectief opereren in ontwikkelingslanden. Maar hun voorstel voor meer samenwerking met het maatschappelijk middenveld – vakbonden, actiegroepen, intellectuelen, belangenorganisaties – is naïef en zal zeker in Afrika niet werken. Medema en Chakrabarty negeren het feit dat door ongelijke verhoudingen en westers superioriteitsgevoel ontwikkelingshulp bijna per definitie een onbegonnen zaak is.

Een van de grote problemen rond ontwikkelingshulp is de neiging van Afrikanen om donoren naar de mond praten, in de hoop zo makkelijker geld te krijgen. Subsidievoorstellen van Afrikaanse organisaties staan vol met termen die westerse donoren graag horen: milieu, duurzaamheid en vrouwenrechten. Westerse geldschieters zien niet in dat de voorstellen vaak weinig steun genieten onder de Afrikaanse bevolking. Als de geldkraan dichtgaat, stort de hele boel in een mum van tijd in elkaar. „Hulporganisaties creëren een schijnwereld”, aldus een Nederlandse plantenteler in Tanzania.

Goed voorbeeld zijn de Nigeriaanse organisaties die actie voeren tegen milieuvervuiling door Shell en andere oliemaatschappijen. Met westers geld, van onder meer Milieudefensie, zijn de afgelopen decennia talloze lokale organisaties opgericht.

Tegelijkertijd laten Nigeriaanse garagehouders massaal afgewerkte olie weglopen in het milieu, zonder dat er protest klinkt. Westerse organisaties stellen immers geen geld beschikbaar om milieuvervuiling door Nigeriaanse automonteurs te bestrijden.

Tragisch is dat veel Westerse hulpverleners niet willen zien dat Afrikanen hen naar de mond praten. Een tijd geleden belde ik met Oxfam Novib, om te vragen naar hun projecten in Nigeria. De landenspecialist reageerde gepikeerd op mijn woordkeuze. „Wij voeren geen projecten uit”, zei ze. „Oxfam Novib ondersteunt initiatieven van lokale maatschappelijke organisaties. De tijd is voorbij dat wij in het Westen bepalen waar Afrikanen behoefte aan hebben.”

Maatschappelijke organisaties in Afrika die wel een stevige achterban hebben, hebben vaak een heel ander profiel dan de westerse hulporganisaties: ze wortelen bijna allemaal in kerk of moskee. Vrijwel elke Afrikaan is diep religieus, atheïsme komt weinig voor.

Maar samenwerking tussen westerse donoren en religieuze instellingen is ingewikkeld. Bijna alle Afrikaanse kerken zijn erg conservatief, homohuwelijk en voorbehoedmiddelen keuren ze af. Zelfs christelijke Nederlandse hulporganisaties, zoals Cordaid en Icco, hebben moeite om met Afrikaanse kerken samen te werken. Het meer fundamentalistische World Vision, van oorsprong Amerikaanse, gaat dat beter af.

Samenwerking met islamitische organisaties ligt gevoelig door hun behandeling van vrouwen. Ook de aantijging dat ze soms geld doorsluizen naar Al-Qaeda schrikt donoren af. Hoewel er zelden bewijs wordt geleverd, heeft met name de Amerikaanse regering talloze islamitische hulporganisaties op een zwarte lijst gezet. „De kwaliteit van hulp zou enorm verbeteren als westerse ontwikkelingswerkers in Afrika nauwer samenwerken met kerken en moskeeën”, beweert antropoloog Jonathan Benthall van het University College in Londen.

Westerse ngo’s dienen beter te luisteren naar Afrikanen. Als ze echt belangrijk vinden dat Afrikanen zelf bepalen wat voor hulp ze willen, moeten ze de eigen principes in veel gevallen laten varen.

Het creëren van een nieuw maatschappelijk middenveld omdat het bestaande middenveld je niet bevalt, is een wel heel ineffectieve vorm van ontwikkelingshulp.

Gerbert van der Aa is historicus en journalist. Hij schrijft vooral over Afrika en werkt aan een boek over de Libische leider Khaddafi.